Banner

The King's Speech

6.0
Dennis Van Dessel - 05 februari 2011




De tijd dat Brittania de waves rulede ligt dan wel al enkele decennia achter ons, maar in de nostalgie van een select clubje filmmakers zal ze nooit verdwijnen. Tot voor enkele jaren stond het Merchant/Ivory-team garant voor het occasionele stiff upper lip-drama, waarin al dan niet openlijk werd terugverlangd naar de tijd toen lords en ladies nog in het wild rondscharrelden, het gewone volk nog zijn plaats kende en de thee nooit zo heet gedronken werd als hij werd opgediend. Daarna nam Joe Wright tijdelijk de fakkel over met 'Pride and Prejudice' en 'Atonement', en nu is het de beurt aan Tom Hooper met 'The King's Speech', een traditioneel, Britser-dan-Brits drama, dat voor de moeite meteen werd beloond met 12 Oscarnominaties. Het is natuurlijk makkelijk om neer te kijken op dit soort oerklassieke middlebrow cinema, maar hoewel er zeker legitieme kritiek te geven is op de prent, moet je uiteindelijk toegeven: het werkt wél. Je zult hier niets te zien krijgen dat je al niet min of meer kende uit 'Howard's End', 'The Remains of the Day' en ga zo maar door, maar wie zich niet kan laten meeslepen door het acteervuurwerk van Colin Firth, Geoffrey Rush en Helena Bonham Carter, moet dringend z'n polsslag eens checken.

Firth speelt Albert George, de jongste zoon van koning George V (Michael Gambon). Albert wordt hier voorgesteld als min of meer het kneusje van de Koninklijke familie: terwijl zijn oudere broer en troonopvolger Edward (Guy Pearce) er op los leeft en de ene vrouw na de andere binnendoet, is Albert soms pijnlijk teruggetrokken als het gevolg van een zware stotter. Via zijn echtgenote Elizabeth (Helena Bonham Carter) komt hij uiteindelijk terecht bij de logopedist Lionel Logue (Geoffrey Rush), die hem niet alleen vlotter leert praten, maar hem en passant zelfs confronteert met zijn eigen minderwaardigheidscomplex. Na de dood van George V besluit Edward dat hij wil trouwen met zijn minnares, de tweemaal gescheiden Wallis Simpson - aangezien de Anglicaanse kerk echtscheidingen niet erkent en de Engelse koning automatisch het hoofd van de Church of England is, betekent dit dat hij moet aftreden. Albert wordt nu, met of tegen zijn zin, koning George VI. De Tweede Wereldoorlog staat er ondertussen aan te komen, en een koning die met een goed functionerende tong af en toe een radiospeech kan geven, is dan ook meegenomen.

Dat alles is van veraf historisch correct: in werkelijkheid begon Albert al met Logue te werken in de jaren '20 - hier start men midden jaren dertig, opdat de film zou kunnen eindigen met de oorlogsverklaring aan Duitsland. Ook het conflict tussen Albert en zijn vader wordt overdreven voor dramatisch effect. In 'The King's Speech' is George V een tirannieke vader, die zijn stotterende zoon toeschreeuwt: "Spit it out!", terwijl hij Edward op een voetstuk plaatst. In realiteit besefte hij blijkbaar maar al te goed dat Edward een zwakkeling was, terwijl Albert, met of zonder spraakgebrek, potentieel een goede leider kon worden. Ach ja - all's fair in love and movies. Een veel zinvoller vraag, lijkt mij, is wat voor mentaliteit de film aanneemt tegenover de rol en macht van het koningshuis. Noch Tom Hooper, noch zijn scenarist David Seidler, stelt zich ook maar de minste vragen bij de vermenging van kerk en staat, of het gegeven van kolonialisme - Lionel Logue is een Australiër en dus een Brits onderdaan, maar hij schijnt daar hoegenaamd niet van wakker te liggen. De Britse klassenmaatschappij wordt, als je de film het voordeel van de twijfel gunt, wél aangepakt, door van Logue een egalitaire bon-vivant te maken die geen protocol duldt: "Je bent hier bij mij thuis, en hier gebruiken we voornamen," zegt hij, waarna hij de toekomstige koning ongegeneerd Bertie noemt. Maar buiten Logue mag iedereen zich gerust geroepen voelen om het koninklijk echtpaar met "uwe hoogheid" aan te spreken.

Is dat gebrek aan een kritische houding een probleem? In principe niet. De filmmakers kunnen altijd zeggen dat het hele verhaal binnen de context van zijn tijd bekeken moet worden - royalty van toen vond het inderdaad de normaalste zaak van de wereld om verheven te staan boven het gepeupel. De kritiekloze aanpak van 'The King's Speech' valt perfect te verdedigen onder het motto "dat is gewoonweg niet het thema van onze film", maar toch had ik graag iets meer tanden gezien, een beetje meer lef.

Zoals het is, beperkt de film zich tot een nogal makke verhandeling over de introductie van massamedia in het publieke leven. "Vroeger moest een koning er gewoon goed uitzien in een uniform," zegt George V, "nu moet hij ook kunnen spreken." En dat was dan nog voor de tv en het internet hun intrede maakten. De Tweede Wereldoorlog was de eerste gemediatiseerde oorlog, en 'The King's Speech' toont de aanloop daarnaar, met in de hoofdrol uitgerekend iemand die het heel moeilijk heeft om te spreken. Echt bijzonder verhelderend is dat allemaal niet - voor zover Hooper al tot een conclusie komt, is het dat politiek veel minder te maken heeft met wat je vertelt, dan met de manier waarop je iets vertelt. Die had u nog nooit eerder gehoord, zeker?

Maar toch heb ik met plezier naar 'The King's Speech' gekeken, ook al had er dan veel meer ingezeten. Dat heeft te maken met de nauwkeurige mise-en-scène - de sets zijn volkomen overtuigend, en Hooper maakt gebruik van strakke kadreringen en stijlvolle camerabewegingen die de aandacht niet op zichzelf vestigen. Maar vooral heeft dat te maken met de snappy, vaak erg geestige dialogen, die met een enorm sterk gevoel voor timing gespeeld worden door Firth en Rush. (Hoogtepunt: Firth die, bij wijze van oefening, begint te vloeken, om te ontdekken dat het woord "fuck" nu eens echt nooit in zijn keel blijft haperen.) Het zijn de twee acteurs die de film maken, door een sterke menselijkheid in hun vertolkingen te leggen. In essentie is 'The King's Speech' het verhaal van een bromance, en het toenemende respect en affectie tussen de twee wordt geloofwaardig en ontwapenend in beeld gebracht. Firth krijgt zonder twijfel de Oscar die hij verleden jaar al verdiend had voor 'A Single Man', en het zij hem gegund (Jesse Eisenberg zal nog wel even kunnen wachten, zeker?).

'The King's Speech' is een crowd pleaser, en hoeveel gaten er ook in te prikken zijn: het is inderdaad een genoegen om naar te kijken. Niet echt diepgaand en zeer conventioneel, maar toch... You know, good, clean, English fun.

E-mailadres Afdrukken
 
The King's Speech
UK-USA / 2010
Regie: Tom Hooper
Scenario: David Seidler
Met: Colin Firth; Geoffrey Rush; Helena Bonham Carter; Timothy Spall; Michael Gambon; Guy Pearce; Derek Jacobi
Duur: 118 min.


Advertentie
Banner
Advertentie

TEST