Banner

127 Hours

7.0
Dennis Van Dessel - 05 februari 2011




Met de uitzondering van 'Trainspotting' (één van de weinige films die je echt een meesterwerk op alle vlakken kunt noemen), is Danny Boyle altijd een regisseur geweest die erg goed is in het communiceren van fysieke actie en plot, maar minder sterk in het overbrengen van thematische ideeën. 'Shallow Grave' was een fascinerende en razend spannende thriller, maar als hij al iets wilde zeggen over vriendschap versus hebzucht in het Engeland van de jaren negentig (wat hij waarschijnlijk wel wilde), ging dat toch grotendeels verloren. 'The Beach' ging over de manier waarop toeristen een consumentenproduct maken van de cultuur die ze bezoeken, maar vooral ook over Leonardo DiCaprio's ontblote torso. En zelfs Oscarwinnaar 'Slumdog Millionaire' blonk vooral uit dankzij zijn visuele flair en de meeslepende vertelstijl, terwijl je de sociale context, over de sloppenwijken van Mumbai, tussendoor ergens moest gaan zoeken. Voor een deel is het die neiging tot oppervlakkigheid die hem populair heeft gemaakt, omdat het ervoor gezorgd heeft dat zijn films altijd een hoog tempo en een flitsende visuele stijl blijven behouden, terwijl echt heavy denkwerk meestal overbodig is. Boyle is bovenal een uitstekende showman, en dat blijkt ook weer uit '127 Hours', een film die erg sterk is op logistiek en narratief niveau, maar die inhoudelijk wel aan de oppervlakte blijft krabbelen.

James Franco speelt Aron Ralston, een ingenieur die zich in zijn vrije tijd bezighoudt met bergbeklimmen, canyoneering en andere avontuurlijke hobby's waar een mens fameus moe van wordt. In 2004 komt hij in een rotsspleet in Utah met zijn arm tussen een steen en de rotswand terecht. Hij kan niet voor- of achteruit en vijf dagen lang blijft hij daar ter plekke staan, overtuigd dat zijn einde nabij is. Uiteindelijk (en dit zou echt geen spoiler mogen zijn) amputeert hij zijn eigen arm met een krottig zakmesje - wat verdorie nog behoorlijk lastig blijkt te zijn.

'127 Hours' schiet uit de startblokken met een nogal overgeregisseerd eerste kwartier, waarin we Ralston leren kennen als een avontuurlijke flierefluiter, die geen moment stilstaat bij de gevaren van zijn hobby. Hij fietst de woestijn in en komt twee backpackende meisjes tegen met wie hij gaat zwemmen in een ondergronds meer - introductiescènes waarin Boyle nog net niet zijn broek afsteekt om zijn publiek toch maar te vermaken. Hij gebruikt split screen, popmuziek, felle, verzadigde kleuren en gestileerde beeldovergangen (een shot dat verandert in een digitale foto, bv) om leven in die eerste 15 minuten te pompen. Op technisch vlak is dat allemaal knap gedaan, maar je krijgt ook het gevoel dat Boyle elke seconde van zijn film er met een voorhamer aan het inkloppen is.

Dan komt Ralston echter vast te zitten onder zijn steen en de stijl van de film kalmeert. Vanaf dat moment wordt '127 Hours' in essentie een one man show voor James Franco, die zich vrijwel geheel afspeelt op die ene locatie. We krijgen zeer korte flashbacks en, naarmate Ralston mentaal zijn grip verliest, surrealistische fantasiesegmenten die ons heel even uit de grot voeren, maar daar blijft het dan ook bij. Geen scènes van het thuisfront, geen zoekpartijen (als die er al waren). Het is hier dat de kwaliteiten van de film zich het meest laten voelen: Boyle weet Ralstons fysieke en geestelijke aftakeling erg geloofwaardig en meeslepend in beeld te brengen. Je ziet hem bleker en magerder worden. Telkens wanneer hij een slok water drinkt, wordt er een punt van gemaakt dat hij niet veel meer over heeft. We zien zijn pogingen om zichzelf 's nachts warm te houden en langzaam maar zeker zien we hem tot het besef komen dat als de steen niet van plan is te moven, het misschien toch omgekeerd zal moeten. Tegen de tijd dat de amputatiescène er aan komt, begrijpen we honderd procent waarom hij dat doet en in wat voor geestestoestand hij zich bevindt.

Veel daarvan is te danken aan de acteerprestatie van James Franco, die de hele film draagt, en veel meer afhangt van gezichtsuitdrukkingen en lichaamstaal dan van dialogen. De enige betekenisvolle stukken tekst die hij krijgt, zijn twee of drie monologen die hij geeft voor zijn eigen camera: "Wie dit vindt, mag de camera houden, maar bezorg deze tape alsjeblieft bij mijn ouders." Voor de rest moet hij het hebben van zijn fysiek, maar Franco weet Ralstons lijdensweg en groeiende wanhoop perfect voelbaar te maken.

Boyle probeert de vaart er in te houden door te blijven kiezen voor een up tempo cameravoering, en door er fantasieën en herinneringen bij te sleuren die ons niet zo zeer een adempauze geven, als wel het gevoel van Ralstons geestelijke desoriëntatie versterken. Over het algemeen lukt dat aardig, hoewel je soms het gevoel krijgt dat de regisseur in die scènes z'n verhaal aan het uitrekken is om aan 90 minuten te komen. Ik wil maar zeggen - Scooby-Doo komt maar liefst drie keer kijken in die grot, en dat zijn er twee te veel.

Hoe dan ook, op een zuiver filmisch vlak scoort '127 Hours' echt wel. Het is wanneer Boyle een beetje dieper wil graven, dat hij - niet voor het eerst en allicht niet voor het laatst - door de mand valt. De personageuitdieping van Ralston beperkt zich voor het grootste deel tot het voor de hand liggende: hij heeft spijt dat hij zijn moeder niet vaker heeft gebeld en dat hij een oud lief unfair behandeld heeft. "Deze rots heeft al een eeuwigheid op me liggen wachten," bazelt Ralston op een bepaald moment, alsof zijn ongeluk voorbestemd was om hem tot inzicht te brengen over de fouten die hij gemaakt heeft in zijn leven. Het zijn thema's die nooit echt uit de verf komen, maar er eerder obligaat worden bij gesleurd, omdat een simpele vertelling over fysieke overleving blijkbaar echt niet kon.

Nochtans is dat bij uitstek het aspect van de film dat echt werkt: de manier waarop Boyle de fysieke realiteit toont van Ralstons situatie. En nergens wordt dat duidelijker dan tijdens de climax van de prent, de amputatiescène zelf. In Amerika werden er blijkbaar mensen misselijk tijdens die sequens, maar dat heeft wellicht meer te maken met de intensiteit van de set up dan met de eigenlijke beelden, die bloederig zijn, maar ook niet extremer dan wat we standaard te zien krijgen in elke hedendaagse horrorfilm. Het besef dat dit echt gebeurd is, doet heel wat met de perceptie van mensen.

Zo lang je van '127 Hours' geen diepe inzichten verwacht, is dit een fascinerende rit, die voornamelijk herinnerd zal worden als de film waarin James Franco definitief zijn kunnen toont. Ik betwijfel dat dit een blijver zal worden, maar zo lang hij duurt, ben je wel helemaal mee. Er zijn veel te weinig films die dat kunnen zeggen.

E-mailadres Afdrukken
 
127 Hours
USA / 2010
Regie: Danny Boyle
Scenario: Danny Boyle; Simon Beaufoy
Met: James Franco; Amber Tamblyn; Kate Mara
Duur: 92 min.


Advertentie
Banner
Advertentie

TEST