Banner

Fair Game

5.0
Vincent Van Peer - 18 oktober 2010




Niet alleen onze lieve heer "moves in mysterious ways," ook Vrouwe Cinema bevestigt van tijd tot tijd haar reputatie als wispelturig wicht. Een goeie vijf jaar geleden kreeg Paul Greengrass bergen lof naar zijn hoofd geslingerd toen hij naast zijn uitstekende vérité-prent 'United 93' het spionagegenre nieuw leven inblies met zijn twee Bourne-films. De rauwe, in documentairestijl geschoten actiesequenties met shaky cam zorgde volgens de gespecialiseerde pers voor een niet eerder geziene intensiteit. Zelf vonden wij het overdreven gebruik van close ups (een long shot om even te laten zien waar iedereen staat, duwt het tempo niet opeens naar beneden hoor, Paul), overbelichting en al dat soort artificiële middelen om de betrokkenheid van de kijker te verhogen, vaker storen dan werken. Dan liever de stabielere registratie van Doug Liman, die de trilogie met 'The Bourne Identity' in het leven riep. Het lijkt echter wel of de twee regisseurs door het lot aan elkaar verbonden zijn, want ook in 2010 hebben ze het - toeval of niet - moeilijk om elkaar los te laten.

Na het slot van de Bourne-trilogie in 2007 duurde het tot nu voor Greengrass zijn volgende film op het publiek losliet: het eerder dit jaar verschenen 'Green Zone' was een intense koortsdroom van een politieke thriller en slaagde waar zijn Bourne-films een klein beetje tekort kwamen - de schokkerige camera en de hyperkinetische montage werden ditmaal veel sporadischer en effectiever aangewend dan voorheen. Spijtig - en vreemd - genoeg flopte die prent echter genadeloos (ze zijn nog steeds niet uit de kosten geraakt). Ondertussen greep Liman resoluut naar de Greengrass-stijl (shaky cam, overbelichting, the whole shabang) in een film met krèk hetzelfde thema! Na het amusante 'Mr. & Mrs. Smith' en het de bal volledig misslaande 'Jumper' keerde de man immers terug naar het serieuzere werk met de dossierthriller 'Fair Game', net als 'Green Zone' een film over de valse aanloop naar de oorlog in Irak, en de zoektocht naar massavernietigingswapens. Het valt nog af te wachten hoe die het gaat doen aan de kassa, maar aan het niveau van Greengrass' laatste kan hij alleszins niet tippen. Cinema, het blijft een onvoorspelbaar medium.

Afijn, in dit waargebeurde drama speelt Naomi Watts Valerie Plame, een capabele CIA-agente die in de problemen komt wanneer haar man, VS-ambassadeur Joseph Wilson (Sean Penn) van zich laat horen in de media om de valse voorwendselen voor de invasie in Irak aan te kaarten. Het eerste deel van de prent is fragmentarisch opgebouwd, en het is pas na het knap in beeld gebrachte bombardement van Bagdad dat de bal echt aan het rollen gaat, met meer politiek getouwtrek dan in een gemiddeld seizoen van 'The West Wing' tot gevolg. 'Fair Game' is in de eerste plaats een intimiderend kat-en-muisspel van venijnige columns, giftige paperassen en twijfelachtige persberichten - een achtervolgingsscène hoeft u hier niet te zoeken - dat oppervlakkig wat doet denken aan Michael Mann's 'The Insider'. Terwijl Mann in die film echter liet zien dat hij een meesterstilist is, profileert Liman zich eerder als een brave vakman, met een efficiënte maar geenszins tot de verbeelding sprekende beeldvoering.

Erg is dat niet echt, want 'Fair Game' gaat resoluut voor substance over style, met een verhaal en boodschap die de aandacht van de publiek moeten trekken in plaats van actie en mooie plaatjes. Dat kan knappe resultaten opleveren, getuige daarvan 'Frost/Nixon', alleen is de boodschap in dit geval niet genoeg om een film lang te blijven boeien. "We zijn onder valse voorwendselen naar de oorlog gestuurd!" is de verontwaardigde clou die u al van mijlenver zag aankomen. Om zo'n bekend publiek schandaal in beeld te brengen, moet je toch iets extra aanbieden waardoor het voor het publiek een beetje spannend blijft. 'Green Zone' slaagde daar erg goed in met een vermenging van razend spannend entertainment en een intelligente plot, maar op het gebied van plot verslikt 'Fair Game' zich net, in het persoonlijke verhaal van Valerie Plame en haar echtelijke problemen. De beslissing om naast politiek ook op familie te focussen, was ongetwijfeld een gewiekste poging om op de gevoelens van de kijker in te spelen, maar de ietwat stereotiepe karakterisering van de twee staat enige inleving in de weg. Aangezien het verhaal gebaseerd is op de persoonlijke memoires van de echte Valerie Plame krijgt de film tijdens scènes ten huize Plame zelfs iets van een duffe biopic.

In zowat elke scène is zij de gelaten realist die het nut van al het gekibbel niet inziet - gedane zaken nemen geen keer, lijkt haar leuze - terwijl haar idealistische man van geen ophouden weet en de waarheid stukje bij beetje voor zijn gezin plaatst. Diepgaand zijn de personages echter niet, omdat scenaristenbroeders Jez en John Butterworth te veel vertrouwen op lepe trucs. Het is een dankbare setting voor de Plames, hé: Wilson is een idealist die wil dat het volk de waarheid weet omdat liegen on-Amerikaans is, punt. Zijn vrouw heeft al jaren dapper haar land gediend. En opeens begint de politieke machine, tot aan de nok gevuld met onbekwame dan wel ultrarechtse idioten, met haar onbeperkte middelen jacht te maken op het eervolle koppel. Moeilijk is het niet om op die manier sympathie op te wekken voor een personage. De snelle, vol afkortingen gestopte dialogen doen evenmin iets om het verhaal wat meer schwung te geven. De politieke scènes zijn al beter, maar blijven eveneens erg aan de oppervlakte. En de intermezzo's met de burgervrienden van de Plames zijn een al te doorzichtige truc om de modale, onwetende Amerikaan ook even aan het woord te laten - en een spiegel voor te houden.

Naomi Watts brengt haar personage nog overtuigend tot leven, maar Sean Penn brengt het er minder vanaf. Hij speelt een links-liberale rakker die tegen het einde van de film nog maar eens een heroïsche speech mag afsteken over de Amerikaanse waarden, en waarheid, en vertrouwen en God Bless America etcetera. Dat doet hij ook degelijk, maar voor hem hadden ze beter een publiekelijk minder gekleurd personage gekozen; nu zie je vooral Penn zijn persoonlijke ideologie (nog maar eens) verkondigen. Voor bepaalde Amerikanen misschien nuttig om eens te beginnen nadenken over wat voor een vuil spelletje politiek wel niet is (al vermoed ik dat Liman hier voornamelijk voor het koor preacht) maar voor de gemiddelde Europeaan wellicht te eenzijdig, te simplistisch. Zo is het overigens voor het grootste deel van de film: de premisse is vandaag de dag sowieso nogal dun en Liman weet er niet - of te weinig - het nodige cachet aan te geven. Een echt diepgravende uitleg die je aan het nadenken zet, wordt uit de weg gegaan in het voordeel van een makkelijker te verteren boodschap over eerlijkheid.

Zo is 'Fair Game' een degelijke, maar al te grijze politieke film geworden die het allemaal erg goed meent en erg graag iets te zeggen zou hebben, maar te hard aan de politiek correcte oppervlakte blijft dobberen om echt indruk te maken. Verdienstelijk, maar we raden u toch aan om 'Green Zone' nog eens een kans te geven, vooraleer u hiernaar gaat kijken.

E-mailadres Afdrukken
 
Fair Game
USA / 2010
Regie: Doug Liman
Scenario: Jez en John Butterworth
Met: Noami Watts; Sean Penn; David Andrews; Noah Emmerich; Liraz Charhi
Duur: 100 min.


Advertentie
Banner
Advertentie

TEST