Banner

Never Let Me Go

8.0
Dennis Van Dessel - 06 april 2011




Regisseur Mark Romanek begon zijn carrière als maker van videoclips, voor onder anderen Janet Jackson, Madonna en David Bowie, maar er is geen mens die deze achtergrond ooit zou vermoeden door naar zijn fictiefilms te kijken. In 2002 maakte hij een opgemerkt debuut met 'One Hour Photo', een thriller waarin Robin Williams verraste met een ingetogen rol als glimlachende psychopaat. De prent viel op door zijn relatief traditionele, oerdegelijke constructie en het gebrek aan praalzucht van de regisseur. Het heeft acht jaar geduurd voordat hij een nieuwe prent klaar had, maar het resultaat was het wachten meer dan waard. 'Never Let Me Go', gebaseerd op de prachtige roman van Kazuo Ishiguro (schrijver van 'The Remains of the Day'), is een ingehouden, perfect uitgebalanceerd noodlotsdrama.

Misschien is de film wel zodanig subtiel dat hij onder de radar blijft van sommige mensen - in de VS waren de recensies eerder gemengd, voornamelijk omdat sommige critici hem "onderkoeld" vonden, maar mij lijkt dat eerder een nevenreactie van de bij uitstek Amerikaanse neiging om emoties nadrukkelijk in het gezicht van het publiek te smijten. 'Never Let Me Go' gaat veel geraffineerder te werk - Romanek vraagt aan zijn publiek om geduld op te brengen en op te letten. En als je dat kunt, zul je merken dat de regisseur een emotioneel tijdbommetje in je hart plant, dat aan het einde van de film prachtig tot ontploffing komt. Geen hysterisch geschreeuw, geen huilerige confrontaties of louterende monologen, maar een nauwkeurig geconstrueerd, intelligent drama.

Het verhaal speelt zich af in een alternatieve versie van Engeland, van de jaren zeventig tot de jaren negentig. De medische wetenschap heeft het klonen van mensen niet alleen mogelijk, maar zelfs tot een courante praktijk gemaakt. Ettelijke honderden kinderen worden jaarlijks op de wereld gebracht en daarna opgevoed in speciale scholen, met maar één doel: eens ze volwassen zijn, zullen hun organen verwijderd worden voor transplantatie naar "gewone mensen". De meeste klonen (die tactvol "donors" worden genoemd) kunnen drie, tot zelfs vier organen afstaan vooraleer ze sterven (waarvoor het eufemisme "afronden" wordt gebruikt). Kathy (Carey Mulligan), Ruth (Keira Knightley) en Tommy (Andrew Garfield) zijn drie zo'n kinderen, die moeten leven met de wetenschap dat ze nooit veel ouder dan dertig zullen worden.

Dat alles klinkt als science fiction, en strikt genomen is de premisse dat ook - in de meest letterlijke zin gaat 'Never Let Me Go' over een wereld waarin wetenschappelijke praktijken plaatsvinden die wij niet hebben. Hence: science fiction. Maar vormelijk doet de regisseur geen enkele toegeving aan dat genre. Het grootste deel van de film speelt zich af in een ouderwetse Britse kostschool of op een boerderij. De technologie die we te zien krijgen is op geen enkele manier anders dan degene die echt bestond in het tijdperk van het verhaal. Het enige waar je eventueel naar zou kunnen wijzen, is een armband die de gekloonde kinderen dragen, en waarmee ze hun aanwezigheid kunnen registreren door het omhoog te houden tegen een kastje aan de muur. Maar zelfs dat lijkt technologisch niet veel geavanceerder dan een elektronische tikkaart zoals die dagelijks wordt gebruikt door miljoenen arbeiders overal ter wereld.

'Never Let Me Go' werpt enerzijds natuurlijk een blik op medische ethiek: is het ethisch en moreel verantwoord om kinderen op de wereld te zetten, enkel om ze achteraf te laten sterven? Die discussie bestaat natuurlijk niet in de echte wereld in die specifieke vorm, maar varianten er op hebben we al dikwijls genoeg gezien - het gebruik van embryo's voor stamcelonderzoek en ga zo maar door. In de film wordt dat vraagstuk doorgetrokken tot in het extreme. Je kunt je dan ook afvragen of Ishiguro (als oorspronkelijke schrijver van het verhaal) tussen neus en lippen geen pleidooi tegen dit soort onderzoek voert in het echte leven, maar dat lijkt me spijkers op laag water zoeken.

Vooral omdat 'Never Let Me Go' nog veel verder gaat dan dat. Ishiguro en Romanek gebruiken het ingekorte leven van de donors ook als metafoor voor de beperkte tijd die we allemaal hebben op aarde. Of het nu 30 of 130 jaar is, zoals Kathy het zegt aan het einde van de film: "Sooner or later, we all complete." We gaan allemaal dood, en de vraag is dan hoe zinvol we ons leven invullen. Oké, dat klinkt misschien een beetje melig en voor de hand liggend, maar de ingehouden, stiff upper lip-stilistiek van de prent weet perfect te vermijden dat ook maar het kleinste greintje sentiment de film binnensluipt. En trouwens, er is nog meer aan de gang: zo worden Kathy, Tommy en Ruth van kinds af aangemoedigd op school op kunst te creëren. Tekenen, modelbouwen, schrijven, maakt niet uit, als ze maar creatief zijn. Tegen het einde van de film wordt duidelijk waarom dat zo belangrijk is voor hun directrice, Miss Emily (Charlotte Rampling): de buitenwereld moet de klonen immers zien als voorwerpen. Levende wezens, dat wel, maar letterlijk "onmenselijk": sub-menselijke creaturen, kopieën van mensen, zonder hun eigen humaniteit. Want als ze dat niet doen, als ze de klonen erkennen als mensen met een ziel, intellect en emoties, dan is het ontnemen van hun organen niet meer of minder dan moord. Door de kinderen kunstwerkjes te laten maken, probeert Miss Emily aan de wereld duidelijk te maken dat ze wel degelijk mensen zijn, met hun eigen identiteit. Gevolg: haar school wordt uiteindelijk gesloten en het donorprogramma gaat ongehinderd door. Op die manier worden film en boek ook verhandelingen over wat het betekent mens te zijn.

En zo gaat het door, met de ene betekenislaag bovenop de andere. De personages hebben bijvoorbeeld kansen genoeg om te ontsnappen aan hun lot. Ze moeten alleen maar in hun auto stappen en wegrijden, maar dat doen ze niet, omdat ze vanaf hun jongste jaren zijn geïndoctrineerd met de gedachte dat ze het doel van hun leven niet kunnen ontlopen. En op een hoger niveau kunnen we dat natuurlijk allemaal niet - niemand kan aan de dood ontsnappen.

Een fikse hap dus, 'Never Let Me Go', maar het knappe is juist dat de film nooit ostentatief wordt met zijn eigen ideeën. De prent is al even gracieus met zijn thema's als met zijn visuele stijl: het zit allemaal prachtig in elkaar, maar het wordt nooit nadrukkelijk in het gezicht van het publiek gesmeten. Het gebruik van kleuren en de subtiele camerabewegingen zijn echter mooi uitgecalculeerd om de nostalgische, ietwat weemoedige sfeer van het boek tot leven te brengen in de film. De acteerprestaties doen daar ook veel aan: na 'An Education' en 'Wall Street' levert Carey Mulligan haar derde home run op rij af, met een vertolking die een rijpheid verraadt die haar 25 jaar ver te boven gaat. Sommige mensen hebben een oude ziel, blijkbaar. Carey Mulligan is zo iemand. Keira Knightley is verrassend understated. Ze heeft soms de neiging om over de top te gaan, met schreeuwerige rollen (ik heb nog altijd een trauma van 'Domino'), maar hier is ze perfect geloofwaardig en, naar het einde toe, zelfs ontroerend in haar rol. Andrew Garfield heeft net iets minder om mee te werken, maar de manier waarop hij in de laatste scènes de wanhoop van zijn personage steeds duidelijker weet te maken zonder sentimenteel te worden, is ook weer indrukwekkend.

Net zoals de hele film, trouwens. Zonder te vervallen in melodramatische clichés heeft Romanek hier een intelligente, maar ook diep ontroerende film gemaakt die me alvast doet hopen dat hij weer geen acht jaar wacht vooraleer hij aan zijn volgende begint.

E-mailadres Afdrukken
 
Never Let Me Go
UK / 2010
Regie: Mark Romanek
Scenario: Alex Garland
Met: Carey Mulligan; Andrew Garfield; Keira Knightley; Charlotte Rampling
Duur: 103 min.


Advertentie
Banner
Advertentie

TEST