Banner

L'Illusioniste

8.0
Vincent Van Peer - 08 juli 2010





Tijdens WOII zou de wereldberoemde Franse komiek Jacques Tati (né Tatischeff) zijn oudste dochter Helga Marie-Jeanne Schiel zonder boe of ba in de steek hebben gelaten. Later werkten de twee nog wel samen aan films als 'Playtime', dus of er werkelijk geen enkel contact meer bestond tussen de twee, lijkt onwaarschijnlijk, maar wel staat buiten kijf dat de man die u allen kent als meneer Hulot niet bepaald een voorbeeldig vader was. Veel genegenheid zal hij 'sa fille' wellicht dus niet hebben getoond. En toch, tóch kunnen zelfs zijn grootste tegenstanders hem na het bekijken van het postume eerbetoon dat 'L'Illusioniste' geworden is, hem allerminst een gebrek aan warmte verwijten. In 1956 (voor de vermoedelijke verzoening dus) schreef Tati himself immers het scenario dat Sylvain Chomet onlangs herwerkte en nu, meer dan vijftig jaar na datum, eindelijk aan het grote doek toevertrouwde. 'L'Illusioniste', half autobiografie van, half ode aan Tati, barst van de vaderlijke liefde, subtiel weggemoffelde naargeestigheid en een in elke frame doorsijpelend schuldgevoel.

De schuchtere goochelaar-op-retour Tatischeff - ja, het gaat écht wel over Tati, hoor - treedt op in kleinere en grotere zalen in Engeland en Frankrijk, maar de wereld trekt er zich geen zier van aan. The times they are a-changin' en de ouderwetse goochelaar behoort tot een generatie die stilaan met uitsterven bedreigd wordt en een ambacht dat nog hooguit interessant is als freaky restant van een verleden om snel weer te vergeten. Wanneer hij op verzoek van een dronken Schot - of heeft u er al eens een nuchtere gezien? - gaat rondreizen op zoek naar succes in Schotland, ontmoet hij in een onooglijk boerengat het kamermeisje Alice. Het is een braaf kind, maar omdat ze nooit deel heeft uitgemaakt van het bruisende stadsleven, is ze ook een (stevig) tikje wereldvreemd. Tatischeff raakt al snel aan haar gehecht en doet al zijn centen op aan mooie kleedjes en sierlijke schoentjes om het haar zoveel mogelijk naar haar zin te maken. Alice denkt echter dat hij die mooie dingen uit het niets voor haar tevoorschijn kan toveren. Hij is immers een magiër, niet? Stilaan, echter, raakt Tati in geldnood en wordt Alice volwassen.

Je kan er niet naast kijken: 'L'Illusioniste' ziet er om te smullen uit en dat heeft niet alleen te maken met de verrukkelijke tekenstijl die we kennen van de jazzy verrassingshit 'Les Triplettes de Belleville'. Ook inhoudelijk zitten de overzichtelijke afstandsshots immers volledig op hun plaats. Chomet gaat resoluut niet voor het Hollywoodiaanse sentiment en vermijdt gladde vormen, felle kleuren en close-ups als de pest. Hij heeft dus alleen gestiek en mise-en-scène om mee te werken en niet, pakweg, een paar waterige bambi-oogjes. Daarmee neemt hij een groot risico, en het siert hem dat hij niet gaat voor het makkelijke scoren. Mooi meegenomen: hij komt er nog eens mee weg ook. Hoe afstandelijk de film aanvankelijk ook lijkt, uiteindelijk wint het (oprechte - laat dat duidelijk zijn) sentiment toch, en weet de film te eindigen met een diep ontroerend slot. Tati zelf zou fier zijn geweest: Chomet observeert en suggereert in een tekenfilm zonder dialogen, maar de situaties spreken voor zich en de emoties zijn te allen tijde glashelder. Dat is een indrukwekkende prestatie op zich.

Doordat de nadruk veel minder dan in 'Les Triplettes' (tevens Chomets langspeeldebuut) op de humor komt te liggen en doordat het tempo ferm naar beneden wordt gehaald (het dromerige vertelritme doet eerder denken aan Miyazaki dan aan Disney), is 'L'Illusioniste' ook veel minder instapklaar dan zijn voorganger. Het enige minpunt is dan ook dat tijdens het eerste uur de verveling al eens éventjes kan toeslaan. Maar dan heeft Chomet u goed liggen gehad. Hij was u in slaap aan het wiegen, zodat hij u tijdens de fa-bu-leus geanimeerde laatste vijf minuten een welgemikte krop in de keel kon schoppen! Pas achteraf merk je dan ook hoezeer de sfeer van de film je onder de huid is gekropen. Het Edinburgh van de late jaren '50 en de hoekige muziekhallen van het Frankrijk dat u kent uit de tijd van de Moulin Rouge. Zongebleekte postkaarten uit Oost-Europa. Afgedankte circusartiesten, kapotte fietsen, overwoekerde tuinen en een verlaten bioscoop. Dat zijn beelden die je kan associëren met Chomets magisch-realistische universum.

Een suïcidale clown en een eenzame buikspreker doen u er terloops aan herinneren dat dit geen kinderfilm is en de door Chomet zelf gecomponeerde soundtrack zet perfect de toon bij deze op band vastgelegde weemoedstrip. Maar dat wil niet zeggen dat 'L'Illusioniste' een drama is. Grappige details kunnen vaak een scheve glimlach ontlokken en de warme genegenheid van de oude goochelaar voor het naïeve meisje is vertederend om te zien. Onder het warme kleurenpalet en de vaak geestig geanimeerde, karikaturale achtergrondpersonages schuilt echter niet alleen een ontwapenende oprechtheid, maar ook een permanente droefheid. De wereld hoeft Tati niet meer. Na een tijdje zal zelfs Alice hem niet meer nodig hebben, en dat weet hij best. Maar hoe spijtig dat ook is, hij heeft er vrede mee. Het is oké. Dat subtiele spel tussen vrolijkheid en tristesse maakt van Tati-het-personage een even gekwelde als herkenbare, even onhandige als innemende figuur.

Je zou kunnen zeggen dat Chomet er net iets te veel een hommage van maakt (dat stukje waarin Tati binnenstapt bij een voorstelling van 'Mon Oncle' had er nu niet echt in gemoeten), maar dat heet dan mierenneuken. 'L'Illusioniste' laat zich immers perfect bekijken als de sobere, Europese tegenhanger van de recente Pixar-hit 'Toy Story 3': prachtig vormgegeven animatie voor jong en oud, met een hart en een ziel, een stevig stel hersens, en een scheut gezond verlangen naar voorbijgevlogen tijden. Tati mag op zijn goede kant blijven liggen in z'n graf, want dit is een film als een tuffige oldtimer: krakend en puffend, charmant, met een geweldige look en een ontwapenende ouderwetsheid. Het is zoals oude mensen dat zo mooi kunnen zeggen, "een klassieker."

E-mailadres Afdrukken
 
L'Illusioniste
FR/UK / 2010
Regie: Sylvain Chomet
Scenario: Jacques Tati; bewerkt door Sylvain Chomet
Duur: 90 min.


Advertentie
Banner
Advertentie

TEST