Banner

Suske en Wiske

De Texas Rakkers

3.0
Dennis Van Dessel - 23 juli 2009




Net zoals eender welk ander land, schijnen we in België de verplichting te voelen om op tijd en stond ons literair erfgoed nog eens op te rakelen voor een verfilming. De Britten hebben Jane Austen, Howard Forster en Shakespeare, zelfs de Amerikanen kunnen op z'n minst nog rekenen op Stephen King, maar wij... Tja, wij hebben het tot nog toe vooral moeten stellen met een eindeloze reeks boerenfilms (herinner u 'Pallieter' en huiver) en hier en daar een bewerking van een stripverhaal. Nationale trots 'Suske en Wiske' heeft het wat dat betreft nog niet echt goed getroffen. In een grijs verleden werden de albums al het slachtoffer van een poppenreeks, een verdacht bewegingloze tekenfilmserie en een live action-film - 'De Duistere Diamant' - waarvan we ons alleen herinneren dat Wiske fameus in de puberteit aan het raken was en dat Peter Van den Begin als Tante Sidonia geen goed idee was (hij was verdorie angstaanjagender dan in 'Matroesjka's'). Maar goed, wat heb je aan een patrimonium als je het niet kunt plunderen? En dus is er nu 'De Texas Rakkers', de eerste Belgische CGI-animatiefilm, en meteen de duurste Vlaamse film aller tijden (9 miljoen euro, ofwel bijna 'De Zaak Alzheimer' maal vier). Maar bliksems, donders, deksels, verroest en hemel: een goed scenario blijkt zelfs voor zoveel geld niet te koop te zijn.

De plot, die zeer losjes gebaseerd is op het gelijknamige stripverhaal, draait rond de Texaanse bandiet en whiskysmokkelaar Jim Parasijt, die de plak zwaait over het dorpje Dark City. Als deel van zijn snode plannen slaagt hij er in om de Texas Rangers die hem willen tegenhouden, te verkleinen met behulp van een Indiaans toverpoeder en hen vervolgens in lege whiskyflessen op te sluiten. Eén van die flessen komt terecht bij Lambik en nog voordat er drie vrachtwagens van Colruyt en Dreamland prominent door het beeld zijn gereden, zijn onze vrienden al onderweg naar Texas om Jim Parasijt een lesje te leren.

Wat koopt een mens op de CGI-markt tegenwoordig voor 9 miljoen euro? Lang niet zoveel als Pixar kan krijgen voor 180 miljoen dollar (het budget van 'Wall-E'), zo blijkt. Als allereerste Belgische digitale animatiefilm kan 'Suske en Wiske' pronken met - toegegeven - sterke decors, maar de makers (en vooral hun gebrek aan budget) vallen pijnlijk door de mand met hun personages. Suske, Wiske, Sidonia, Lambik en Jerom zien er uit als gladde, uit een niet nader te bepalen substantie opgetrokken figuurtjes met een onnatuurlijke huidskleur en griezelige zwarte kraaloogjes, die zich houterig bewegen en nooit echt lijken te passen in hun omgeving. Regisseurs Wim Bien en Mark Mertens hebben er voor gekozen om het uiterlijk van de personages exact hetzelfde te houden als in de stripverhalen (wat begrijpelijk is). Maar als je dan het contrast ziet tussen een realistisch decor en de gestileerde figuren van Willy Vandersteen, dan vloekt het dat het een aard heeft. Waarschijnlijk heeft het ook allemaal veel met het budget te maken: duurste Vlaamse film of niet, 9 miljoen is eigenlijk gewoon veel te weinig om een dergelijke prent te maken. 'Suske en Wiske' waagt zich op een animatiemarkt die gedomineerd wordt door grote Amerikaanse studio's als Dreamworks en (vooral) Pixar, dus of ze willen of niet, en of het nu eerlijk is of niet, ze worden onvermijdelijk toch vergeleken met die grote jongens. En tja, dan is het verschil wel héél erg duidelijk.

Los van het visuele aspect krijgen we een scenario dat zich duidelijk op kinderen richt en maar weinig crossover potentieel bezit. De grapjes zijn maar al te vaak kinderachtig (Lambik die twee minuten te laat constateert dat hij is neergeslagen en dan ook "dringend moet flauwvallen", ho-ho-ho), en het verhaal wordt in zo'n drie verschillende scènes omstandig uitgelegd, opdat zelfs het jongste kind helemaal mee zou zijn. In principe is het natuurlijk het goed recht van de makers om expliciet kinderen aan te spreken met hun film, maar het vreemde is dat de stripverhalen er wél in slaagden om een dubbele bodem aan te brengen voor volwassenen. Het album 'De Texas Rakkers' dateert al van eind jaren vijftig (toen de serie 'The Texas Rangers' dus op tv speelde) en komt bijgevolg onvermijdelijk gedateerd en belerend over, maar voor zijn eigen tijd speelde de strip wel degelijk in op hedendaagse tendensen, waar volwassenen op konden inpikken. Er was de parodie op de tv-serie, grapjes over deur-aan-deurverkopers en scènes die refereerden naar de John Wayne-westerns die toen populair waren. Circa 1959 sprong je daar al een heel eind mee om de ouders van je doelpubliek te kunnen boeien. Anno 2009 net iets minder. Het gevolg: de kinderen om mij heen in de zaal lachten af en toe - zij het nog steeds verdacht zelden - terwijl de volwassenen allicht mentaal hun boodschappenlijstje aan het opstellen waren of rustig 80 minuten konden besteden aan de knagende twijfel of ze de koffiezet nu hadden uitgeschakeld voordat ze thuis vertrokken.

Ook al heeft Guy Mortier dan het scenario bijgevijld, de humor blijft grotendeels hangen op het parochiaal niveau van de gemiddelde aflevering 'FC De Kampioenen' - misschien ook wel logisch, als je ziet welke leeftijdscategorie de voorbije achtduizend jaar het doelpubliek van 'De Kampioenen' is geworden. Kindervermaak of niet, het had toch écht wel een beetje slimmer gemogen dan Lambik die besprongen wordt door een paard of een boef die ondergepist wordt door keffer Tobias. (Zelfbewuste en niets ter zake doende referenties naar 'Brokeback Mountain' en 'The Matrix' zijn dan weer eerder genante pogingen om toch een klein beetje hip te wezen.) Waar er wel wat te lachen valt, is dat meestal te danken aan de onnavolgbare Sien Eggers, die van haar tante Sidonia alweer een Lydia Protut-achtig personage maakt dat steeds in een lichtjes andere dimensie lijkt te leven dan de anderen. Oké, dat knuffelbaar verdwaasde karakter heeft ze misschien al net één keer te vaak uitgespeeld (na 'In de Gloria' en 'Het Eiland'), maar gezien het zouteloze script dat we hier krijgen, was ik al lang tevreden dat ik dat tenminste nog had. In de andere rollen horen we Lucas Van den Eynde als Lambik, Filip Peeters als Jerom en Staf Coppens en Evelien Verhegge als Suske en Wiske - och ja, die mensen doen wat ze kunnen met het materiaal dat ze krijgen. Chris "the king of unfunny" Van den Durpel weet naar goede gewoonte weer tenenkrullend irritant te wezen als Theofiel Boemerang. Of lag dat toch aan het personage?

De enige scène die me uit 'De Texas Rakkers' zal bijblijven is wellicht de introductie van Miss Missy. In het originele stripverhaal was ze een brave schooljuffrouw die onze helden helpt om Jim Parasijt te vangen, maar hier werd ze omgetoverd tot een saloonzangeres die wordt geïntroduceerd terwijl ze een liedje zingt, gekleed in een Jessica Rabbit-jurk met een decolleté waar je in kunt bungeejumpen. Zo hebben ze tóch weer even drie minuten aan de volwassenen in de zaal gedacht, stel je voor. Voor de rest is dit een gemiste kans. Als Pixar ons de voorbije tien jaar iets heeft geleerd, dan is het wel dat een goede familiefilm volwassenen niet in de kou hoeft te laten staan. Dat kindvriendelijk en kinderachtig niet hetzelfde zijn. En dat product placement ook subtiel kan gebeuren. Goede raad die blijkbaar in dovemansoren is gevallen. Of zoals Lambik het zou zeggen: miljaar, verhip en drommels tegelijk.

E-mailadres Afdrukken
 
Suske en Wiske
België / 2009
Regie: Wim Bien; Mark Mertens
Scenario: Dirk Nielandt; Guy Mortier e.a.
Met: Staf Coppens; Evelien Verhegge; Lucas Van den Eynde; Sien Eggers; Filip Peeters; Chris Van den Durpel
Duur: 80 min.



Advertentie
Banner
Advertentie

TEST