Banner

Man on Wire

8.0
Dennis Van Dessel - 02 mei 2009




"Ik heb altijd al een neiging gehad om regels te breken," horen we Philippe Petit zeggen in 'Man on Wire'. "Je moet rebelleren in je leven." Dat is een uitspraak waar maar al te veel mensen het mee eens zouden zijn, maar niet veel van hen hebben die rebellie ooit toegepast zoals hij. Op 7 augustus 1974 wist Petit, samen met een bende medeplichtigen uit Frankrijk, Amerika en zelfs Australië, een touw te spannen tussen de twee torens van het WTC, en er overheen te lopen. Of nee, beter dan dat. Hij stak niet zomaar over tussen de torens: hij ging zelfs acht keer over en weer, ging op een bepaald moment op z'n rug liggen en maakte een knieval voor de politieagenten die hem aan weerszijden stonden op te wachten. De volgende dag stond hij - uiteraard - op de voorpagina van zowat alle kranten ter wereld: een Franse lefgozer die een levensgevaarlijke stunt had uitgehaald en, hoofdzakelijk omdat hij het overleefd had, meteen tot een held werd gebombardeerd.

'Man on Wire', geregisseerd door James Marsh, vertelt het verhaal van Petit grotendeels in zijn eigen woorden. De levendige, continu heftig gesticulerende Fransman vertelt hoe hij op jonge leeftijd aan de slag ging als straatartiest in Parijs, met onder andere een balanceeract. "Ik zat bij de tandarts toen ik in een tijdschrift een artikel zag over twee nieuwe torens die ze gingen bouwen in New York," vertelt hij in zijn 'Allo, 'Allo'-Engels. "En meteen wist ik dat dit het doel was van mijn leven: over een touw tussen de twee gebouwen lopen, ook al stonden ze dan nog niet overeind." Dat is een wel heel erg romantische weergave van de feiten, maar Petits begeestering valt in ieder geval niet te ontkennen. Bij wijze van voorbereiding haalde Petit al een gelijkaardige stunt uit in Parijs, waar hij tussen de torens van de Norte Dame liep, en in Sydney, waar hij de Harbour Bridge overstak. Maar de Twin Towers bleven altijd het uiteindelijke doel. Hij wist dat hij de autoriteiten nooit zo ver zou krijgen om hem toestemming te geven, en dus ontwikkelde hij, samen met zijn medeplichtigen, een uitgebreid plan om zowel zijn team als al het nodige materiaal naar de daken te krijgen.

Marsh construeert dat hele verhaal als een soort waargebeurde caper movie - de geest van 'The Italian Job' en 'Ocean's 11' is nooit veraf, met de ene onwaarschijnlijke anekdote na de andere. Oorspronkelijk was het bijvoorbeeld de bedoeling om de lift te nemen tot de 82ste verdieping en daarna het gereedschap nog eens 20 verdiepingen langs de trap omhoog te zeulen. Maar een nonchalante werknemer van het WTC vroeg hen simpelweg waar ze moesten zijn en zonder hen verdere vragen te stellen, voerde hij hen naar de 102de verdieping, no questions asked. Eens ze daar waren, werden Petit en zijn helpers bijna betrapt door een beveiligingsagent, zodat ze zich enkele uren lang moesten verstoppen onder een zeil. En toen die eindelijk weg was, bleek er plots nog een andere nachtwaker aanwezig te zijn, die in slaap was gevallen achter zijn bureau - een mens vraagt zich af hoe lang die nachtwaker nog een job had na de stunt die er de volgende ochtend plaatsvond.

'Man on Wire' profileert zich als een typisch Amerikaanse film in de zin dat de wandeling tussen de twee torens gelijkgesteld wordt aan het achterna zitten van je dromen. De impliciete boodschap is dat het een soort van goedaardige waanzin vereist om écht achter je dromen aan te gaan, zonder dat je je laat tegenhouden door banale overwegingen zoals de legaliteit van wat je doet of - waarom ook niet? - de mogelijkheid dat je zo'n 400 meter naar beneden stort. De vrolijke roekeloosheid van wat Petit presteerde op die vroege ochtend in augustus, enkel omdat hij het gevoel had dat hij dit moést doen, ongeacht de gevolgen, appeleert duidelijk aan een fundamenteel Amerikaanse "yes we can"-mentaliteit.

Het boeiendste aspect van 'Man on Wire' zijn echter twee onderwerpen die zo goed als niet aan bod komen. Het eerste is het meest voor de hand liggende: 9/11. Er wordt in alle talen gezwegen over het uiteindelijke lot van de torens, wat waarschijnlijk ook maar verstandig is. Tenslotte is dat een ander verhaal, hoewel het besef dat het WTC er niet meer is automatisch van begin tot einde meespeelt.

Een tweede onuitgesproken, maar toch duidelijk aanwezig aspect, is het ego van Philippe Petit zelf. De hele film lang is het duidelijk dat dit iemand is die zichzelf gewéldig vindt. Hij vertelt over zichzelf als over één van zijn grootste idolen - iemand die niet leeft volgens de regels van de gewone samenleving en daar trots op is. Hij is verliefd op zijn eigen vermogens en op zijn eigen ego. Aan het einde van de film wordt dat erg duidelijk: Petit wordt een celebrity for a day na zijn stunt, en maakt meteen van de gelegenheid gebruik om met een wildvreemde Amerikaanse in bed te duiken, hoewel zijn Franse vriendin ook in New York was en op hem wachtte. "Er ging iets kapot," merken verschillende van zijn vrienden op. Het wordt nét niet expliciet gezegd, maar als kijker voel je wel aan dat de Philippe Petit die na zijn wandeling de armen van de politie in liep, niet meer dezelfde was als degene die aan zijn levensgevaarlijke act begon. Ergens ging er iets kapot - de relatie met zijn vriendin ging verloren, en ook de vriendschappen onder het team dat hem op het WTC had gekregen, verwaterden. Helemaal onlogisch is dat niet - om iets dergelijks te doen (het werd de "artistieke misdaad van de eeuw" genoemd) heb je immers, buiten een totaal gebrek aan hoogtevrees, ook een gigantisch ego nodig, anders begin je er niet aan.

Als film is 'Man on Wire' bijzonder strak in elkaar gestoken, met een efficiënte mengeling van interviews, archiefbeelden en reconstructies. Het zijn vooral die reconstructies (vaak in zwart-wit gefilmd om een air van authenticiteit aan de prent te geven) die bijdragen aan de spanning ervan en bijna het gevoel van een echte thriller geven. Het team van Petit voert een uitgebreide stakeout uit op het gebouw, er worden pasjes vervalst om binnen te mogen, materiaal wordt stiekem op en neer gedragen en om de kabel van de ene toren naar de andere te krijgen, wordt er zowaar zelfs een pijl afgeschoten - een detail dat herinneringen oproept aan afleveringen van 'MacGyver'. James Marsh slaagt er zelfs in om ons eventjes te doen vergeten dat we naar een documentaire kijken waarvan de afloop op voorhand al bekend is, en de angst van het moment helemaal tot leven te wekken. "Ik moest mijn gewicht verzetten van de veiligheid van het gebouw naar de onstabiliteit van de draad. En toen ik halverwege was, voelde ik me plotseling veilig en kon ik aan mijn act beginnen. Achteraf vertelden ze me dat ik 45 minuten in de lucht was geweest, maar ik besefte het zelf niet."

'Man on Wire' biedt een fascinerend portret van een weergaloze egotripper die het onmogelijke realiseerde. Hij liet gebroken vriendschappen achter zich en bedroog zijn lief, maar toen hij daar 400 meter in de lucht rondliep, was hij onaantastbaar.

E-mailadres Afdrukken
 
Man on Wire
USA / 2008
Regie: James Marsh
Met: Philippe Petit; Jean-François Heckel; Jean-Louis Blondeau; Annie Allix
Duur: 94 min.


Advertentie
Banner
Advertentie

TEST