Banner

The Wrestler

7.0
Peter De Backer - 11 februari 2009






Wham Baam. Van een dubbele comeback gesproken. Darren Aronofsky, laatst gezien toen hij met zijn meest ambitieuze en risicovolle werk 'The Fountain' zowel kritisch als commercieel in het ijle bleef zweven. Mickey Rourke, laatst gezien toen hij de hele wereld wou leegzuipen, opsnuiven en aan diggelen slaan. Oké, dat laatste is misschien wat overdreven, maar het valt niet te ontkennen dat Rourke de laatste twintig jaar van zijn leven en ooit beloftevolle carrière stevig door het toilet heeft gesast met alle miserieclichés die je maar kan indenken. Om van zijn poging tot een professionele bokscarrière maar te zwijgen. Na zijn kleine comeback als Marv in 'Sin City', keert The Human Ashtray terug langs de grote poort met 'The Wrestler' en maakt Aronofsky zijn meest 'normale' film uit zijn carrière. Geen overgestileerde beeldtaal, geen opgefokte camerabewegingen, geen epileptische montages en geen Rachel Weisz als transcendentaal boompje. En wat krijg je dan, naast een onverwachte Gouden Leeuw in Venetië en een vroege Oscarbuzz? Een eenvoudig, maar intimistisch portret van een eenzame worstelaar op zijn retour dat zo compleet anders is dan wat we gewend zijn van Aronofsky dat het toch weer inslaat als een verrassing.

Mickey Rourke haalt zijn asfaltkauwende stem en innerlijke demomen boven om Randy 'The Ram' Robinson te spelen, een ex-professionele worstelaar die twintig jaar geleden de absolute ster was binnen het circuit. Ondanks zijn nog steeds indrukwekkende, maar ook tanende fysiek en populariteit binnen het amateurcircuit, is Randy al lang niet meer de held van het volk en heeft hij de grootste moeite om rond te komen. Hij woont in een trailerpark, werkt in het magazijn van een supermarkt en vindt in het weekend troost bij Cassidy (een fragiele Marisa Tomei gaat nog eens moedig naakt) ,een stripper in een nachtclub. Zijn dochter (een vlakke Rachel Evan Wood) moet niks van hem weten en wanneer hij niet in de ring staat, wordt Randy geconfronteerd met zijn onbenullige bestaan. Wanneer hij te horen krijgt dat hij om gezondheidsredenen beter zou stoppen met worstelen, onderneemt de vergane glorie dan toch een poging om iets te maken van de rest van zijn leven.

Laat één ding duidelijk zijn, Mickey Rourke ís Randy 'The Ram' Anderson en er is niet veel verbeelding nodig om het verhaal van 'The Wrestler' te zien als spiegel voor de woelige op- en ondergang van Rourke. Ooit was Nicolas Cage en zijn haarstukje in de running om de hoofdrol te spelen, maar wanneer je Rourke en zijn scheefgemepte, gehavende tronie voor het eerst ziet verschijnen - na een 'Rocky'-achtige begingeneriek - als de afgeleefde en pijnlijk eenzame worstelaar, dan weet je gewoon dat dit zijn film is, zijn wederopstanding, zijn zwanenzang. Met een verbazende eenvoud creëert Aronofsky een rauw en bebloed podium voor Rourke, die op zijn beurt een intense prestatie neerzet als een uitgeblust specimen van de mens die liever zou sterven als een gladiator onder het applaus van anderhalve man en een paardenkop, dan te moeten uitdoven in de echte wereld waarin hij charcuterie moet verkopen met een lullig haarnetje.

Maar ook al schuilt de existentiële tragiek achter elk metaforisch hoekje (het leven als een meedogenloze arena, jawadde), toch is 'The Wrestler' géén deprimerende 'Rosetta' met een geblondeerd extensionskapsel geworden. Aronofsky wisselt de melancholische toon af met lichtvoetige accenten waardoor de film soms meer aanvoelt als een tragikomische kijk op het leven van iemand die nog steeds met zijn hoofd in de versleten jaren tachtig is blijven hangen. Zo durft er wel eens foute eighties rock op de soundtrack kruipen en speelt Randy maar al te graag een videogame - waarin hij één van de karakters is - op een oldskool Nintendo 8-bit. Het actiefiguurtje van The Ram op zijn dashboard maakt de geforceerde poging tot nostalgie af. Hij mist zijn gloriedagen en haat de jaren negentig, net zoals de acteur achter het personage. Op die manier waagt Aronofsky zich enigszins op glad ijs door van de over the hill-kampioen bijna een typetje te maken dat grenst aan het karikaturale. Zo mocht het hoorapparaat en de leesbril net iets subtieler aangebracht worden. Gelukkig houdt Rourke's vertolking het voorspelbare parcours van het scenario steeds boeiend, net zoals de eerlijke blik achter de schermen van de worstelsport een ontwapenend beeld van camaraderie en relativering laat zien. Zo krijgen we een geestige scène waarin de catchhelden afspreken welke moves ze gaan hanteren in de show, die later een bittere naklank krijgt bij een wel erg zielige fandag ergens in een polyvalent zaaltje in nowheretown.

Visueel gooit Aronofsky radicaal het roer om. Weg is de zinnenprikkelende overrompeling van zijn drie vorige films en zelfs huiscomponist Clint Mansell houdt met een ingetogen rockgitaardeuntje de epische strijkers in toom. Met de camera op de rusteloze schouder, een zachte korrel en een tempo waar de Dardennes patent op hebben, gaat Aronofsky resoluut voor de onafhankelijke, pseudo-documentaire aanpak, die enkel doorprikt wordt door de luchtige, geromantiseerde toon die 'The Wrestler' ervan weerhoudt om écht aan te komen als een uppercut. Ook de scènes binnen de worstelring voelen meer documentair dan filmisch aan. Uiteindelijk lijkt 'The Wrestler' visueel veel meer op Dardennes-cinema dan op het werk van iemand die Wolverine kaalschoor en hem liet mediteren in een zeepbel in de ruimte. Dat is lef in de omgekeerde richting, maar er zullen wellicht meer mensen verlangen naar een pulserende aha-erlebnis dan naar de bewonderenswaardige low-key-filmstijl die hier wordt aangewend.

'The Wrestler' zal wennen zijn voor de vaste Aronofsky-aanhang en laat ons hopen dat de regisseur van waaghalscinema als 'Requiem for a Dream' en 'The Fountain' niet vergeet om ons in de toekomst nog eens goed van ons sokken blazen. Wie zich toch over de misleidende verwachtingen en associaties met de huisstijl van de cineast kan zetten, krijgt met 'The Wrestler' een intiem en sober sportdrama dat volledig gedragen wordt door Mickey Rourke, die eigenlijk de laatste twintig jaar van zijn leven kan zien als excuus en voorbereiding op deze weergaloos vertolkte spiegelrol. Drink daar maar eentje op, Mickey.

E-mailadres Afdrukken
 
The Wrestler
VS / 2008
Regie: Darren Aronofsky
Scenario: Robert D. Siegel
Met: Mickey Rourke; Marisa Tomei; Rachel Evan Wood; Ernest Miller
Duur: 105 min.


Advertentie
Banner
Advertentie

TEST