Banner

Kung Fu Panda

5.0
Dennis Van Dessel - 15 juli 2008




92 min. / USA / 2008

Schattige dieren flitsen tegen de snelheid van het licht voorbij in een felgekleurd decor, er worden per minuut ongeveer tien gags op het niveau van de gemiddelde achtjarige gemaakt en het verhaal stevent af op een voorspelbare moraal (de aanhouder wint!): nope, veel nieuws is er niet onder de zon in 'Kung Fu Panda'. Deze nieuwe CGI-animatiefilm van Dreamworks wordt dan wel in de zalen gedropt als tegenprogrammering voor Pixars 'Wall-E', maar wie een gelijkaardige ambitie verwacht is er aan voor de moeite. 'Kung Fu Panda' is weinig meer dan een oppervlakkige herschikking van al die elementen die vorige animatiefilms succesvol maakten (toch op z'n minst financieel): snelle grappen die vaak missen en soms raak zijn, veel actie, weinig verhaal en personages die knuffelbaar genoeg zijn om in pluche dan wel plastic uitvoering perfect bij een Happy Meal te passen. Kinderen en weinig veeleisende ouders zullen zich er ongetwijfeld bij amuseren, maar terwijl in de zaal ernaast een klein robotje zichzelf de pleuris werkt om op z'n minst eens een keer iets anders te doen met de vorm van de animatiefilm, moet je hier vaststellen dat de makers genoegzaam teren op het succes van hun voorgangers. Op conventies en clichés.

Po (stem van Jack Black) is een onhandige, corpulente panda die ervan droomt om een kung fu-meester te worden, maar ondertussen in de noedelbar van zijn vader werkt. (Zijn vader is overigens een soortement gans of ooievaar, wat eigenaardige vragen oproept over zijn verwekking en geboorte die de film, allicht niet onverstandig, onbeantwoord laat.) Het Chinese dorp waarin Po woont, wordt min of meer bestuurd door Meester Oogway (Randall Duk Kim) en diens sidekick Shifu (Dustin Hoffman), twee kung fu-meesters die instaan voor de bescherming van de bewoners van de vallei. Wanneer Tai Lung (Ian McShane), een gevreesde killer, ontsnapt uit zijn gevangenis, is het aan Oogway en Shifu om de chosen one aan te duiden die hem zal moeten tegenhouden. (Waarom ze dat zelf niet gewoon doen, is ook weer zo'n detail waar je beter niet te veel over nadenkt.) Drie maal raden welke panda door een stom toeval tot uitverkorene wordt gebombardeerd.

Je moet de film niet gezien hebben om te weten hoe dat verhaal afloopt. Wat meer is, je moet de korte samenvatting niet eens gelezen hebben, het is genoeg dat je de titel hoort. De prent heet 'Kung Fu Panda' en daar gaat het ook over: Po is een underdog die al even weinig van zichzelf verwacht als alle anderen om hem heen, maar (gelieve niet achterover te vallen van verbazing) als je in jezelf gelooft kun je meer dan je vermoedt. Ja hoor, over dat boodschapje hebben de scenaristen héél lang moeten nadenken.

Dat voor de hand liggende verhaal, dat we in de één of andere variant al hebben zien opduiken in duizend films die de American dream genegen zijn, geeft een idee van de kwaliteit van de prent, maar vooral ook van de mentaliteit waarmee die gemaakt is. Zonder echt slecht te zijn (daarvoor zijn er te veel geslaagde gags aanwezig), krijg je wel de indruk dat dit een lopende band-werkje is. Men neme een trommel vol moppen, men bedenke een verhaaltje waar men die moppen kwijt in kan (dit stadium van het proces hoeft niet te lang te duren), men animere dat zo flitsend als men kunne en men gaat zijn centen tellen. Et voilà.

Wat 'Kung Fu Panda' op z'n minst gedeeltelijk weet te redden, is het feit dat de humor, waar de hele prent tenslotte op steunt, regelmatig wel werkt. Er zijn geinige one-liners (We do not wash our pits in the lake of the Heavenly Tears!) en verrassend goed getimede slapstick (het gevecht om de deegbal is zeer de moeite), die het banale verhaaltje alvast tijdelijk kunnen doen vergeten. Het helpt ook dat de makers voor eenmaal de postmoderne verwijzingen naar andere films of popcultuur achterwege laten. Wat geanimeerde flops zoals 'Shark Tale' zo ergerlijk maakte, was gedeeltelijk het voortdurende geknipoog naar het publiek, alsof de makers met hun ironische benadering wilden aangeven dat ze eigenlijk slimmer waren dan het verhaal van hun film deed vermoeden (als ze dan echt zo slim waren, waarom bedachten ze dan geen beter verhaal?). Hier krijgen we dat goddank niet: de makers vertellen hun plot (voor zover het een naam mag hebben) op een vrij recht-door-zeeë manier, die weinig zijsprongen toelaat. Het gevolg is dat de humor oprechter, minder drammerig overkomt en dat het tempo steeds hoog blijft liggen. Regisseurs Mark Osborne en John Stevenson doen misschien weinig moeite om origineel uit de hoek te komen, maar gelukkig impliceert dat ook dat ze niet de onbedwingbare prestatiedrang voelen om het publiek elke vijf seconden een por in de ribben te geven en te zeggen: "kijk eens hoe clever wij zijn!".

Visueel is 'Kung Fu Panda' in orde, zonder nog echt grenzen te verleggen (die dagen zijn denk ik grotendeels voorbij sinds 'Shrek' de lat definitief op een enorm hoge standaard legde). De regisseurs hebben voor hun setting gekozen voor een traditionele oosterse mix van invloeden - wat waarschijnlijk wilt zeggen dat ze een keer naar de oude Bruce Leefilms hebben gekeken, naar 'Crouching Tiger, Hidden Dragon' en 'Kill Bill' en het daarbij hebben gehouden wat research betreft. Het ziet er allemaal erg kleurrijk uit, met gouden blaadjes aan de perzikbomen, mistige rivieren, besneeuwde bergtoppen en gebouwen die Japanse en Chinese stijlen vrolijk op een hoop gooien. Ach ja, het is eye candy, ontworpen om te doen wat zoveel Amerikaanse animatiefilms doen: een exotische achtergrond gebruiken om Amerikaanse waarden uit te dragen (geloof in jezelf en je kunt alles!). In 'Aladdin' deden ze destijds exact hetzelfde: de Arabische en Indische culturen werden in een mixer gestopt om het verhaal te vertellen van een straatjongen die de American dream waarmaakt: rijk worden en trouwen met een knappe madam.

Is 'Kung Fu Panda' dan een slechte film? Nee, niet echt. Het doelpubliek (kinderen tot twaalf jaar) zal waarschijnlijk niet beseffen hoe afgezaagd het verhaal eigenlijk is en voor hun ouders zijn er genoeg leuke grappen om de negentig minuten met gemak door te komen. Vaak met een glimlach, soms hardop lachend. De regisseurs hebben hier erg bescheiden doeleinden - moeten ze gecomplimenteerd worden omdat ze die doeleinden bereiken? Niet echt, maar op een doorregende zomermiddag aan het begin van de grote vakantie helpen ze je wel om je kinderen een tijdlang stil te houden.

E-mailadres Afdrukken
 
Kung Fu Panda
USA / 2008
Regie: Mark Osborne; John Stevenson
Scenario: Jonathan Aibel; Glenn Berger
Met: Jack Black; Dustin Hoffman; Angelina Jolie; Ian McShane; Randall Duk Kim; Jackie Chan
Duur: 92 min.



Advertentie
Banner
Advertentie

TEST