Banner

In Bruges

6.5
Peter De Backer - 02 juli 2008





'If I'd grown up on a farm and was retarded, Bruges might impress me.' Geert Bourgeois zal Colin Farrell graag horen komen. Net wanneer België eindelijk eens wat positieve reclame zou kunnen gebruiken, komt de Ierse patser één van onze mooiste - en eigenlijk ook wel saaiste - middeleeuwse stulpjes belachelijk maken. Alsof de strapatsen van Aspe en de Duvelgorgelende speurneus al niet erg genoeg waren. Al een geluk dat die snedige Belgium bashing verpakt zit in een klein maar venijnig zwart komedietje dat meer gemeen heeft met een absurd toneelstuk dan met de hippe adhd-diarree van Guy Ritchie. 'In Bruges', het langspeeldebuut van Martin McDonagh, is even wispelturig als de grijze wolkenformaties die samentroepen boven de West-Vlaamse hoofdstad, maar verdomd, het heeft ballen aan het lijf en laat zonder te verpinken een hoerenlopende lilliputter met racistische trekjes opdraven. Only in Belgium...

Huurmoordenaars Ken (Brendan Gleeson) en Ray (Colin Farrell) worden na een fout afgelopen klus naar Brugge ('it's in Belgium') gestuurd om er een paar weken onder te duiken. De al wat oudere Ken geniet van de rust en hangt met plezier de cultuurtoerist uit, terwijl zenuwpees Ray zich stierlijk verveelt in de best bewaarde middeleeuwse stad van België. Al wachtend op Godot en een bevrijdend telefoontje van de baas (een vuilbekkende Ralph Fiennes) maken ze kennis met de steeds surrealistischer wordende stad en haar bewoners. Een Amerikaanse dwerg maakt er een Europese arty farty-film, een lokale schone (Clémence Poesy) laat het hartje van Ray wat sneller slaan en een gangstertje, dat verdacht veel op Jérémie Renier lijkt, begint met losse flodders te schieten. En dan komt eindelijk dat telefoontje van de baas en raken de al behoorlijk gecompliceerde zaken nog iets meer in de knoop. Welkom in Brugge, het eeuwig smeulende vagevuur voor twee gangsters uit Londen.

Huurmoordenaars ('hitmen' bekt toch net iets beter) pakken goed op pellicule, zeker wanneer er humor mee gemoeid is ('Grosse Pointe Blank' is een huisfavoriet), maar nog veel meer als die humor langs een galgje naar beneden komt gekropen. 'In Bruges' is er zo eentje. Van ver lijkt dit bizar gecaste vehikel (was Colin Farrell ondertussen geen grote kleine in Hollywood?) misschien op een zoveelste Britse gangsterkomedie die zichzelf verliest in zelfbevredigende spielerei , maar het langspeeldebuut van energieke theatermaker en Oscarwinnaar (beste kortfilm 'Six Shooter') Martin McDonagh houdt zich constant stevig in het less is more-gareel om een traag vooruitschrijdende anti-hippe komische thriller af te leveren. Dit ruikt veel meer naar een weinig pretentieuze hommage aan de Coens (Carter Burwell, huiscomponist van de broertjes, verzorgde de sombere soundtrack) dan naar een vermoeiende Guy Ritchietombola waar de gangsters elkaar proberen te overtroeven met de hipste nicknames.

McDonagh, die meer geïnteresseerd is in de getormenteerde wenkbrauwen van hoofdrolspeler Colin Farrell en een paar absurde (en vaak sadistische) ingevingen dan in blits gemonteerde shootouts, neemt zijn tijd om het plotloze verhaal op gang te laten kruipen. Geen grootse set-up, geen wie-belazert-wie-intriges en al zeker geen grote rechtsomkeerfinale waarin alles in een ander daglicht wordt geplaatst. Twee Ierse gangsters stranden in de West-Vlaamse hoofdstad (die er even oogstrelend als surrealistisch uitziet, dankzij de sfeervolle fotografie die geen enkel gotisch hoekje of torentje buiten beeld laat) en wachten op een telefoontje van de baas om vanonder de middeleeuwse steen te kruipen. 'In Bruges' is het verhaal dat zich afspeelt onder die steen. Die ongecompliceerde en rechtlijnige structuur is zowel een zegen als een vloek. 'In Bruges' heeft net iets te weinig om het lijf om constant te boeien, maar de naar David Mamet knipogende dialogen zijn vlijmscherp, de acteurs staan kwiek en McDonaghs gevoel voor esthetisch verzorgde curiositeiten (er passeert een pastiche op Nicholas Roegs 'Don't Look Now' op de achtergrond!) houden de aandacht en de zinnen net voldoende geprikkeld. Net wanneer je lichtjes verveeld onderuit wil schuiven, komt er altijd wel iets eigenaardigs - een coke snuivende dwerg bijvoorbeeld - van achter de hoek kruipen. Alles bij elkaar is 'In Bruges' niet de som van zijn leuke delen (Colin zet Jérémie Renier voor schut, Colin schoffeert een familie dikkerds, Colin zoekt boel met een koppel Canadezen, Colin verkoopt de lilliputter een karateslag), maar gelukkig wordt er niet al te veel dead space gelaten tussen de geinige vondsten en leuke dialogen. Enkel de grote finale - de iets te laat op gang getrokken achtervolging - valt een beetje uit de toon met de rest van de theatrale en actieloze aanpak.

Drie bekende koppen krijgen drie uiteenlopende rollen waar ze zich zichtbaar mee amuseren. Colin Farrell was de laatste jaren fameus zijn talent en tijd aan het verspillen in Hollywood, maar laat in dit kleinood eindelijk nog eens zien waarom hij de rijzende ster is die er maar niet in slaagt om effectief te rijzen. Hij fladdert zonder problemen van zenuwachtige neuroot over rusteloze flapuit tot labiele agressor en wanneer de dieper liggende trauma's ontbloot worden, begin je zowaar mee te leven met de tussen suïcidale inzinkingen en gelukzalige roesmomenten vertoevende grote muil met het kleine hartje. Rosse karakterkop Brendan Gleeson vormt een sympathiek duo met Farrell en ook hier krijg je -toch ietwat onverwacht - een aandoenlijke surrogaatvader-zoonrelatie die 'In Bruges' meer diepgang verschaft dan het eigenlijk verdient. Tot slot is er nog een plezante Ralph Fiennes die bijna de show mag stelen met een zoveelste geslaagde smeerlappenrol, maar het moet gezegd zijn, Ben Kingsley heeft dit rolletje al eerder vertolkt - op sublieme wijze trouwens - in 'Sexy Beast', die andere gangsterkomedie met een hoek af. Hoe dan ook, het kabbelende verhaal wordt perfect gecounterd met energieke vertolkingen van een cast die zich duidelijk in zijn sas voelde in Brugge. Het zullen de de Duvels zijn geweest, ongetwijfeld.

'In Bruges' is een eigenzinnige kronkel van een film, die laat zien dat er toch nog leven zit in het uitgemolken genre van de Britse misdaadkomedie. Martin McDonagh heeft als een anti-Guy Ritchie een trage, bijna plotloze, maar eigenlijk ook lichtjes intrigerende film gemaakt die met zijn bizar gevoel voor humor en donkere ondertonen onmogelijk in een conventioneel hokje te wringen is. Gooi daar nog de sterke acteerprestaties, de flatterende fotografie en een paar gortdroge dialogen bij ('is he having a poo or a wee?' ) en je krijgt een curieus filmpje dat, ondanks het hit-en missgehalte, aandacht verdient. Geert Bourgeois kan op de beide oren slapen: 'In Bruges' is een kleine opsteker , zowel voor het imago van Colin als voor ons kindermisbruikend landje van bier en chocolade.

E-mailadres Afdrukken
 
In Bruges
GB / 2008
Regie: Martin McDonagh
Scenario: Martin McDonagh
Met: Colin Farrell; Brendan Gleeson; Ralph Fiennes; Clémence Poesy; Jérémie Renier
Duur: 107 min.


Advertentie
Banner
Advertentie

TEST