Banner

The King of Kong

8.0
Dennis Van Dessel - 05 mei 2008
alt

Zelf ben ik nooit een groot speler van videogames geweest - ik ben waarschijnlijk de laatste persoon van mijn generatie die letterlijk nog nooit een Wii of een PS3 heeft aangeraakt - maar ik herinner me wel een periode zo rond de tijd dat ik tien jaar oud was, toen Super Mario Bros. plotseling enorm belangrijk werd. Op woensdagnamiddagen kon ik soms uren op de ouderwetse 64-bit console zitten tokkelen in eindeloze pogingen om die verdomde prinses te redden. Na een tijdje hoefde ik zelfs niet meer na te denken in de eerste paar levels, omdat ik ze zo goed kende: m'n vingers deden het werk vanzelf en pas tegen level vier of vijf moest ik er m'n gedachten weer bij houden. Uiteindelijk is die Nintendo ooit eens met het groot vuil meegegeven - ik heb sindsdien welgeteld twee keer bij vrienden thuis een spelletje op hun Playstation 1 gespeeld, zonder het gevoel te hebben iets te missen, en die prinses zit waarschijnlijk nog altijd alleen in haar toren te wachten op een Mario die nooit zal komen.

In 'The King of Kong', een vaak grappige, soms intrieste documentaire over volwassen mensen die hun hele leven hebben opgetrokken rond het spelen van klassieke arcade games, zie je dat gevoel van automatisme sterk terugkomen: ze bewegen hun vingers, manoeuvreren met een joystick, zonder dat ze er over hoeven na te denken. Hun ogen staan blanco, en terwijl de toeschouwers hen complimenteren met hun concentratievermogen, denk ik dat er iets anders aan de gang is. Die mensen, die meer uren doorbrengen achter het scherm van een videospel uit de jaren tachtig dan ooit gezond kan zijn, zijn helemaal niet geconcenteerd - ze zijn gewoon wég, mentaal afwezig terwijl hun ogen en handen hun ding doen. Misschien is dat zelfs de aantrekkingskracht ervan.

alt

'The King of Kong' volgt twee obsessieve game players: Billy Mitchell is in het dagelijkse leven een fabrikant van pikante saus, maar vestigde in 1982 het wereldrecord 'Donkey Kong' - hij had een score van meer dan 800.000 punten. Donkey Kong was het eerste Mario-spelletje, waarin de befaamde loodgieter een prinses probeerde te redden uit de klauwen van een gigantische aap, die hem continu bekogelde met tonnen. Meer was het niet - de enige variatie in het spel bestond uit de snelheid en frequentie van de tonnen. Om de zoveel levels kreeg je dan een scherm met bewegende liften in plaats van ladders die beklommen moesten worden. Mitchell wist zijn record bijna 25 jaar lang te bewaren, en aan het begin van de film zien we hoeveel dat voor hem betekent. Hij noemt zichzelf te pas en te onpas een "ster", en zegt dingen als: "Iedereen kan voor de lol een spelletje spelen, maar als je een wereldrecord wilt vestigen, als je je naam in de geschiedenisboeken wilt, dan moet je er een prijs voor betalen!" Voor hem is er niets lolligs aan Donkey Kong - het is bittere ernst. Regisseur Seth Gordon vraagt hem niet in welke geschiedenisboeken er ooit high scores van videospelletjes opgenomen zullen worden.

De andere hoofdpersoon is Steve Wiebe, een brave huisvader die werd onstlagen bij Boeing op exact de dag waarop hij het contract voor een huis had getekend. Wiebe verloor een groot deel van zijn eigenwaarde, maar je moet het hem nageven: hij ging opnieuw studeren, zodat hij kon gaan lesgeven in een middelbare school, en zijn gezin kwam er bovenop. Tussendoor spendeerde hij zijn vrije uren echter steeds meer in zijn garage, waar hij een Donkey Kong-toestel had staan. Zijn vrouw suggereert dat Donkey Kong veel betekende voor zijn zelfbeeld: "Al was het dan maar een videospelletje, het was iets waar hij het beste in was." Wiebe verbrak thuis het 25 jaar oude record van Mitchell, en stuurde de tape die dat bewees op naar Twin Galaxies, een organisatie geleid door Walter Day, die de officiële scores bijhoudt. Het resultaat: Twin Galaxies weigert de score van Wiebe te aanvaarden, en vraagt hem om naar de andere kant van het land te vliegen om zijn prestatie live over te doen. Meer en meer krijgen we de indruk dat Mitchell aan de touwtjes aan het trekken is om zijn kampioenschap te behouden. Hij is de beste en hij wil de beste blijven - ten koste van wat dan ook.

alt

En zo evolueert 'King of Kong' van een film over een nerdy subcultuur naar een fascinerende analyse van prestatiedrang en kleinzieligheid. Billy Mitchell had een wereldrecord op zijn naam staan waar 99 procent van de mensheid niets van afwist en nog minder om gaf, maar voor hem was dat feit het centrale punt van zijn leven. De hele documentaire lang gedraagt hij zich alsof hij net een geneesmiddel tegen kanker heeft uitgevonden en daar best wel wat waardering voor verwacht als het even kan. Er zijn zelfs mensen die hem dat geven: Brian Kuh is een andere obsessieve gamer die Mitchells hielen likt alsof ze van roomijs gemaakt zijn. Terwijl Wiebe, waar iedereen bij zit, opnieuw het record van Mitchell verbreekt, zien we Kuh ietwat paniekerig naar Mitchell bellen: "Het ziet er naar uit dat hij het spel gaat uitspelen." Mitchell weigert om naar de speelzaal te komen of zelfs met Wiebe te praten. De ene keer dat de twee would-be kampioenen zich dan toch in dezelfde ruimte bevinden, loopt Mitchell Wiebe straal voorbij: "Er zijn bepaalde mensen met wie ik liever niet spreek."

Wiebe is verreweg de meest sympathieke figuur - iemand die zichzelf een loser vond en uiteindelijk op een manier stootte om zijn zelfrespect op te krikken. Je kunt je afvragen of Donkey Kong dan het geschikte medium is om dat te doen, maar zoals één van Wiebe's vrienden het zegt: "Niet veel mensen kunnen zeggen dat ze het beste zijn in iets. Wat het dan ook is." Dat anderen hem dan nog steeds onderuit proberen te halen, is een staaltje hufterigheid waar je met open mond naar zit te kijken. De inzet van het wereldkampioenschap is al bij al fenomenaal laag, maar dat verhindert Mitchell niet om het spel desnoods smerig te spelen.

Seth Gordon heeft van 'King of Kong' een strakke documentaire gemaakt, die (al is het dan soms met een papierdunne marge) steeds aan de veilige kant van de uitlach-cinema blijft. Hier en daar moet je je wel afvragen in welke mate hij de zaken gemanipuleerd heeft. Wanneer het pakweg zevenjarige dochtertje van Steve Wiebe aan haar papa zegt dat "sommige mensen hun leven vernielen om in het Guinness Book of Records te staan", dan klinkt dat net iets té ironisch en nagel-op-de-kop om waar te zijn. En zou Billy Mitchell écht zo'n eikel zijn als hij hier lijkt? Hij zegt of doet niets dat het tegendeel doet vermoeden, maar Mitchell is zó antipathiek en arrogant dat je bijna zit te hopen dat Gordon inderdaad oneerlijk is geweest in zijn montage.

alt

Ik denk dat wanneer mensen elkaar de duvel aandoen, ze dat maar zelden doen uit echte kwade wil - veel vaker gaat het om simpele kleinzieligheid. Het onvermogen om een stap achteruit te doen, naar jezelf te kijken en te zeggen: "is het dàt maar? Is dàt het nu waar ik me zo druk om maak?" Billy Mitchell is op geen enkele manier in staat om zichzelf te relativeren, wat hem veel zieliger maakt dan de uren die hij (of Steve Wiebe) met Donkey Kong doorbrengt - glazige ogen, geautomatiseerde bewegingen en alles er op en eraan. 'King of Kong' lijkt misschien over een banaal onderwerp te gaan, maar raakt toch een diepe zenuw: dit is nu menselijk gedrag. De drang om ergens het beste in te zijn, eender wat, en vervolgens de drang om het zo te houden. Dat is grappig en treurig tegelijk. Zoals veel van de beste documentaires.

E-mailadres Afdrukken
 
The King of Kong
USA / 2007
Regie: Seth Gordon
Met: Billy Mitchell; Steve Wiebe; Walter Day; Brian Kuh
Duur: 83 min.


Advertentie
Banner
Advertentie

TEST