Banner

The Fall

4.0
Peter De Backer - 08 april 2008




117 min. / IND-GB-VS / 2006

Eerlijk gezegd dacht ik dat regisseur Tarsem Singh na zijn fronsinducerende bizarrofest 'The Cell' voorgoed verdwenen was in een macabere maar somptueus gedecoreerde alternatieve dimensie, maar de man die naam en faam verwierf met videoclips en reclamespots was eigenlijk heel die tijd bezig met zijn opvolger 'The Fall'. Tarsem moest in eigen portefeuille tasten om de financiering rond te krijgen, hij baseerde zijn spinsels op een obscure Bulgaarse film met de gezellige titel 'Yo ho ho', en trok letterlijk de hele wereld (gefilmd in meer dan 24 landen!) rond om op de meest exotische locaties te kunnen filmen. Ambitieus is hij wel, de uit India uitgeweken filmmaker die in zijn filmdebuut een paard in reepjes liet snijden als esthetische verwennerij. Tarsem laat nog maar eens zien dat hij visueel talent in overvloed heeft, maar dat hij ook nog altijd nood heeft aan een scenarist die zijn donkere kronkels aan een samenhangende verhaallijn kan hangen. 'The Fall' heeft bloed, zweet en tranen gekost en is absoluut een lust om met open mond naar te gapen, maar dat maakt het jammer genoeg nog geen goede film. Alweer een paard voor niks gesneuveld. Damn you, Tarsem!

Een ziekenhuis in Los Angeles, de jaren twintig van de vorige eeuw. Of toch iets in die buurt. Alexandria (een hamsterschattige Catinca Untaru) is een goedlachse meid van vijf die herstelt van een sleutelbeenbreuk nadat ze uit een boom is gesukkeld. Ze leert er stuntman Roy (Lee Pace) kennen, die na een fout afgelopen stunt verlamd is aan de benen. Roy is depressief en kampt met zelfmoordneigingen (hij is zijn lief ook kwijt, de sukkelaar), maar de aanwezigheid van de guitige Alexandria wekt toch een glimlach en een opgewekt gemoed bij hem op. Hij beslist om haar een sprookje te vertellen over vijf ongewone helden (waaronder een in een verenmantel gehulde Charles Darwin met een aapje als sidekick!) en hun zoektocht naar wraak en gerechtigheid. Via de naïeve verbeelding van Alexandria komt een kleurrijk en surrealistisch avontuur tot leven dat eigenlijk een gebroken afspiegeling is van Roys geestestoestand. Allemaal samen: wow, heavy!

Net zoals bij 'The Cell' heeft Tarsem Singh een intrigerende visie, die op puur esthetisch vlak knappe beelden oplevert, maar waar zodanig weinig samenhang in te vinden is dat het uiteindelijk niks meer wordt dan een mooi geboetseerd rommelpotje. Tarsem gaat daarenboven zo ver in zijn onderschikking van een plot, verhaal, personageontwikkeling (de helden hadden cool kunnen zijn, maar raken nooit verder dan opvallend uitgedoste figuranten) aan de nooit aflatende beeldenstorm dat 'The Fall' meer op een namiddagje wandelen in een modern museum begint te lijken. Grootse decors, geflipte ontwerpen (check dat Escheriaans labyrinth), gedetailleerde attributen (de slavenkar met de slaven in de wielen), kledij (van Cirque du Soleil-ontwerpster Eiko Ishioka), zijn allemaal ongelooflijk knap gedaan, maar het is abstract, klinisch en zielloos. En dan mogen daar nog zoveel visuele motieven, parallellen en symbolen aan te pas komen, het raakt je koude kleren niet.

Het op zich uitnodigende verhaal bood nochtans meer potentieel dan de genrehutsepot van 'The Cell'. Als een soort mengeling van 'Pan's Labyrinth' en 'The Wizard of Oz', met een snuif 'Cinema Paradisio' en een echo van 'The Princess Bride', krijgen we een raamvertelling waarin realiteit en verbeelding steeds dichter bij elkaar komen te liggen. De volwassen Roy vertelt de mythe als verwerking van zijn recent opgelopen trauma, maar we zien het verhaal door de ogen van de jonge Alexandria, die na verloop van tijd ook zichzelf in het sprookje verzint. Die combinatie levert aanvankelijk leuke spielerei op waarin Tarsem visueel met de voeten van de kijker kan spelen (en dat doet hij graag hoor). Roy begint over Alexander De Grote, Alexandria denkt er onmidddelijk de omgeving, de gebouwen en een paard bij. Momenten later vertelt Roy dat Alexander en zijn troepen verdwaald zijn in een eindeloze woestijnlandschap. Tarsem draait de camera even om de achtergronden aan te passen en wat manschappen toe te voegen. Nog eentje. Roy heeft het over een 'Indian' (een indiaan dus), maar Alexandria interpreteert en ziet hem als een Indiër, omdat ze nu toevallig een Indiër kent in het echte leven. Enkel wanneer de onuitputbare verbeelding van Alexandria en het vertelde sprookje speels met elkaar botsen (ze lost joekels van deus ex machina's op met een vingerknip), lijkt 'The Fall' even de zachte polsslag te vinden die het zo hard nodig heeft om het publiek te betoveren.

Maar ofwel overschat Tarsem de kracht van zijn beelden (de olifant-onder-water-scène deed me trouwens heel hard denken aan een Côte-d'Or-reclame, zo kunstzinnig is het dus allemaal niet), ofwel kan het hem echt geen bal schelen dat het narratief langs alle kanten rammelt. Een overgang van een opgezette vlinder naar een eiland in de vorm van een vlinder is schitterend, een naar Zhang Yimou-ruikende bruiloft met wapperende gewaden is sierlijk en de grote finale waarin de demonen moeten bezworen worden is één van de weinige set-pieces die het statische overstijgen, maar het hangt allemaal zo fragmentarisch aan elkaar dat de hoogstandjes (er kruipt iemand uit de hars van een boomstam!) vooral verwarring en onverschilligheid opwekken. De regisseur vindt trouwens zelden dynamiek of schwung in zijn style over substance-extravaganza. Elk shot zal wellicht dagenlang voorbereid zijn (die lijkwade!), maar uiteindelijk raakt Tarsem nooit verder dan een breed establishing shot om toch maar zijn zorgvuldig uitgekozen locaties (olé, nog maar eens een prachtig berglandschap) en decors in de verf te zetten. Er zit actie in 'The Fall', maar die is op zo'n onkinetische en artificiële manier gebracht dat je het nog nauwelijks actie kan noemen. Die steriele mooifilmerij zorgt ervoor dat het logge 'The Fall' zich meer dan eens vooruit moet slepen naar de volgende visuele stoefscène.

Ironisch genoeg werken de sfeervolle scènes in het ziekenhuis beter dan de kille tableaus in de fantasiewereld. Lee Pace mist charisma (en degelijke dialogen), maar neuzenwrijverke Catinca Untaru levert een ontwapenende vertolking waarmee sporadisch wat herkenbaarheid en menselijkheid in 'The Fall' kruipt. En eigenlijk doet het ook eens bevrijdend deugd om Tarsem niet nadrukkelijk bezig te zien met 'zie toch eens wat ik allemaal kan'-cinema. We weten dat je het kan, leer nu eens een deftig scenario pennen.

'The Fall' is een visueel verbluffende ervaring die overschaduwd wordt door een terminale oppervlakkigheid en een gebrek aan een samenhangend en meeslepend verhaal. Prachtig om naar te kijken, en een dikke pluim voor Tarsem en zijn creatieve team, maar het is zó afstandelijk en gekunsteld dat zelfs de verwende oogjes na een tijdje te beginnen knipperen van verveling. Zonde van de vele uren en reizen die nodig waren om dit extravagante epos tot stand te brengen, maar 'The Fall' is uiteindelijk niks meer dan een duizelingwekkend mooie val in de leegte.

E-mailadres Afdrukken
 
The Fall
IND-GB-VS / 2006
Regie: Tarsem Singh
Scenario: Dan Gilroy; Nico Soultanakis en Tarsem Singh
Met: Lee Pace; Catinca Untaru; Justine Waddell; Julian Bleach; Leo Bill; Marcus Wesley; Robin Smith
Duur: 117 min.



Advertentie
Banner
Advertentie

TEST