Banner

Import / Export

8.0
Barbara Van Ransbeeck - 15 maart 2008




Hou je Hairspray soundtrack (of wat je dan ook maar 'instant happiness' verschaft) achter de hand, want de kans dat je na 'Import/Export' op je depressietest de uitkomst "ik heb het gevoel dat ik als mens volledig mislukt ben" scoort, is hoog. Zeer hoog zelfs. Nee, het is geen luchtige spaghetti die de Oostenrijkse heilige-huisjesverpletteraar Ulrich Seidl in onze maag splitst - zijn tweede langspeler valt geheel te vangen onder het fleurige motto 'life's a bitch and then you die' - maar voor een straffe film laat een ware liefhebber zich echter al eens vrijwillig uit zijn lood slaan en 'Import/export' is zeker de geseling waard. Ziekelijk en verdorven, maar evenzo intens, intiem en zelfs pakkend. Seidls grimmige en confronterende visie op het kille westen en het zondige oosten is een aanklacht tegen alle denkbare on's uit onze maatschappij: onrecht, onmenselijkheid en ongelijkheid. Niet echt een film die je meteen opnieuw wilt zien, maar tot die tijd blijft hij gegarandeerd nog lang genoeg in je wakker geschudde hersenkamers kamperen.

Export edelweissdansjes op de heide, import miserie met de grote M dus. Twee verhalen lopen door elkaar en slaan geografisch in tegengestelde richting hun vleugels uit. Twee jonge mensen zijn op zoek naar werk en een beter bestaan. Olga is een Oekraïense die haar jobs als onderbetaalde verpleegster en webcamhoer opzegt om in Wenen aan de slag te gaan als poetsvrouw in een bejaardentehuis. Daar krijgt ze te kampen met jaloezie én een torenhoog vooroordeel als inwijkeling uit het oosten. De Oostenrijkse relschopper Pauli wordt ontslagen als nachtwaker in een winkelcentrum en trekt uit geldgebrek van West naar Oost om met zijn stiefvader in de armtierige buurten van Oekraïne snoepautomaten te plaatsen. Alleen wil zijn stiefvader er meteen ook een snoepreisje van maken en alles wat beweegt zijn bed in lullen. De meningsverschillen tussen de twee lopen hoog op.

Regisseur Ulrich Seidl heeft zijn naam van onruststoker niet gestolen. Hij is een uitlokker, staat steeds met de vuisten gebald, klaar om de waarheid in je gezicht te boksen. Met 'Import/Export' houdt hij ons een spiegel voor waarin we de rimpels en slechte gelaatstrekken van ons Europa uitvergroot zien. Dat blijkt een wereld waar vrouwen als producten worden verhandeld en de ouden van dagen achter een gordijn weggemoffeld worden. Hij toont dingen die we niet willen zien of liever niet willen weten en plaatsen waar we nooit willen komen. En nog het liefst op een vrij expliciete manier, in drukletters en met uitroeptekens. Olga die op bevel van een klant voor de camera haar billen uit elkaar trekt tot het een waar anatomisch onderzoek wordt. Een hoertje dat al blaffend op handen en voeten door een hotelkamer loopt tot groot jolijt van Pauli's stiefvader die haar daar met geld kon toe aanzetten. Beelden die open en bloot, maar niet ongegrond zijn (hij had nog verder kunnen gaan) - ze maken deel uit van het verhaal in al zijn aspecten en in al zijn overtuigingskracht en illustreren perfect de macht van het geld.

Het verhaal van 'Import/export' is volledig fictief, maar de grens met documentaire houdt Seidl bewust erg vaag door op echte locaties te filmen. De appartementsblokken in de zigeunerwijk waar de mensen de straten als vuilnisbelt gebruiken, zijn geen uitgevonden plaatsen, die bestaan écht. De vegeterende bejaarden met hun reuzenpampers aan op de geriatrieafdeling waar Olga werkt, zijn geen ingehuurde figuranten, maar echte patiënten. Het geeft de film een enorme authenticiteit en maakt hem des te confronterender. Vooral het beeld waarin een skeletachtig oud dametje de hele tijd prevelt dat ze liever bij haar moeder in de hemel zou zijn, is hartverscheurend (het maakt de kwestie rond euthanasie met één beeld heel concreet). Alle scènes met de oudjes zijn in scène gezette waarheid. De waarheid is natuurlijk lichtjes georchestreerd en misschien zelfs een paar keer overgedaan, maar het blijft nog steeds de waarheid. 'Ik ben niet degene die de wereld schokkend en ondraaglijk maakt. Ik probeer ze te tonen zoals ze is.' Daar heeft hij volledig gelijk in. Wat hij doet is de werkelijkheid tonen, de lelijke kantjes van onze samenleving registreren. Hij houdt er een pessimistische visie op na, maar tevens een vrij realistische, hij heeft gewoon geen zin om alles te romantiseren omdat hij nu toevallig een film maakt, hij wil een verhaal over de werkelijkheid vertellen.

Niet alleen de mengvorm tussen documentaire en fictie zorgt ervoor dat de film een indruk nalaat, het helpt ook dat we enige sympathie voor de twee hoofdpersonages voelen en de film geen puur negativisme of een afstandelijke opsomming van al het kwade is. Je wordt wel degelijk meegesleept in het verhaal van Olga en Pauli (het dansje van Olga met één van de bejaarden als absoluut hoogtepunt, zo schoon). Het zijn geen slechte mensen, ze zijn gewoon het product van hun opvoeding en omgeving en zijn in een negatieve spiraal van armoede terechtgekomen waar bijna niet meer uit recht te krabbelen valt. Ze worden vernederd en moeten omgaan met eenzaamheid, tegenslagen en een groeiende frustratie. Olga omdat ze de patiënten in het ziekenhuis wil helpen en gelukkig maken, maar in haar positie als poetsvrouw dat niet mag en bij Pauli voel je dat er méér in die jongen zit (die discussie met zijn stiefvader over waarden doet dit vermoeden), maar het zal er waarschijnlijk nooit uitkomen; het is maar een kwestie van tijd voor hij ze zal vergooien.

Het feit dat de twee hoofdacteurs geen professionals zijn en een gelijkaardig verleden hebben als dat van hun personages, geeft de film veel cachet. De dialogen klonken nog nooit zo natuurlijk en de twee zijn héél ver gegaan voor hun rol, om iets te presteren dat wonderbaarlijk is in zijn eenvoud: een portret schetsen van iemand wiens soms verkeerde daden je toch kan plaatsen binnen hun eigen achtergrond. In het scenario zat oorspronkelijk een ontmoeting of toch een kruising van de paden van de twee zielen, maar Seidl knipte ze er alsnog uit. Zo'n moment had de film een mooie afronding gegeven, maar misschien was dat nét iets te hoopvol voor Seidl. Niet dat Seidl alleen negatieve vibes uitstraalt. Om de hele depressieve bui wat te verlichten, heeft hij zijn film met de nodige humor verlucht. Zoals bijvoorbeeld het moment waarop Olga Duitse sekstalk leert van haar vriendin (jep, jep den schwanz komt erin voor) of wanneer Pauli's stiefvader zijn borstspieren voor de spiegel opspant en zichzelf uitvoerig bewondert.

Seidl beheerst zijn eigen uitgevonden docudrama genre perfect, maar de perfectionist komt pas echt in hem naar boven als het om zijn tot in de puntjes gestileerde camerawerk gaat. Dat Seidl van symmetrie houdt, is een understatement. De personages zitten of bewegen meestal centraal in beeld en als er links twee ramen zijn, dan vallen er gegarandeerd rechts evenveel te tellen. Binnen zijn taferelen is de dieptewerking ook erg gecontroleerd (let op de bewegingen die Pauli maakt bijvoorbeeld bij het schijnboksen of wanneer hij een balletje tegen de muur kopt, ze zijn opvallend steeds repetitief naar dezelfde kant). Hij wisselt korte scènes af met langere, maar allemaal zijn ze perfect afgewerkt en zelfs afzonderlijk, als kleine verhaaltjes meer dan genietbaar.

Ik hoor het u al luidop denken: dit is weer zo'n film die de critici de hemel in prijzen, maar waar geen hund naar gaat kijken. De kans dat 'Import/Export' een kaskraker wordt, is inderdaad zo goed als onbestaande, maar we treuren niet, zolang ú hem maar hebt gezien, want verdomme... die man heeft een sterke film gemaakt. Dus gaan we gewoon voor bewondering als eindnoot.

E-mailadres Afdrukken
 
Import / Export
Oostenrijk / 2007
Regie: Ulrich Seidl
Scenario: Ulrich Seidl en Veronika Franz
Met: Ekateryna Rak; Paul Hofmann; Michael Thomas; Maria Hofstatter; Georg Friedrich;
Duur: 135 min.


Advertentie
Banner
Advertentie

TEST