Banner

There Will Be Blood

10.0
Dennis Van Dessel - 03 maart 2008





157 min.

Vijf jaar is het al geleden dat Adam Sandler tussen zijn woedeuitbarstingen door Emily Watson binnendeed in de bizarre romantische komedie 'Punch-Drunk Love'. Sindsdien werd het akelig stil rond wonderkind Paul Thomas Anderson, de onredelijk getalenteerde schrijver-regisseur die nog voor zijn dertigste verjaardag al twee kleine meesterwerkjes op z'n cv mocht zetten: de ensemble-films 'Boogie Nights' en 'Magnolia'. Het enige dat we na 'Punch-Drunk Love' nog van hem vernamen, was dat hij een zieke Robert Altman bijstond tijdens de opnames van 'A Prairie Home Companion'. De fans kunnen echter gerust zijn - Anderson heeft zich tijdens die sabbatjaren schijnbaar ergens teruggetrokken op een verlaten eiland om er héél grondig na te denken over zichzelf, zijn carrière en de wereld, en hij is als herboren teruggekeerd om 'There Will Be Blood' te maken, zijn beste film tot nu toe. Waar 'Boogie Nights' en 'Magnolia' vooral een ongelooflijk begaafde showman aan het werk toonden, die wonderlijke dingen kon doen met een camera en met de emoties van zijn publiek, zien we in 'There Will Be Blood' een volwassen, rijpe, geduldige cineast, die minder Sturm und Drang voelt om zijn talent te bewijzen, maar op een zelfverzekerde, methodische manier op zijn doel af gaat.

Daniel-Day Lewis levert een zoveelste tour-de-force af als Daniel Plainview, een zilvermijner die zich aan het begin van de 20ste eeuw weet op te werken tot oliebaron. Dankzij een goed zakeninstinct en een meedogenloze ambitie om de beste, de grootste en de rijkste te worden, slaagt Plainview er in om het op enkele jaren tijd tot één van de meest succesvolle onafhankelijke olieboorders in Amerika te schoppen. Zijn reputatie groeit, en zo komt hij op een dag in contact met Paul Sunday, die hem weet te vertellen dat er op de ranch van zijn familie in Zuid-Californië zwart goud te vinden is. Plainview aarzelt geen moment en koopt zo gauw hij kan de ranch en al het land errond op. Het blijkt de coup van zijn leven: onder de grond steekt een "oceaan van olie" en Plainview is definitief op weg om één van de rijkste en machtigste mannen van de staat, zoniet het land te worden. Maar zijn zakensucces heeft een verschrikkelijke prijs: de oliebaron raakt steeds meer vervreemd van alles en iedereen (inclusief zijn eigen zoon), en steeds meer raakt hij verstrikt in zijn eigen misantropie. "Ik haat de meeste mensen," zegt hij op een bepaald moment - zonder erbij te vertellen of hij zichzelf daarbij uitsluit. "Ik wil genoeg geld verdienen om me van hen niets meer te moeten aantrekken."

Op z'n meest basic niveau is 'There Will Be Blood' het verhaal van de morele ondergang van een rijkeluis, enigszins vergelijkbaar met de thematiek van 'Citizen Kane'. Een man die de hele wereld vergaart, maar zijn ziel verliest. Bij Kane ging dat per ongeluk - trauma's uit zijn jeugd en de corrumperende kracht van het geld maakten een leeg mens van hem. Bij Daniel Plainview valt het te betwijfelen of er ooit wel iets menselijks in hem heeft gezeten. Hij heeft maar één ambitie: het beter doen dan àlle anderen. Hij verdraagt niemand boven zich - concurrenten zijn er om vermorzeld te worden, niet om mee samen te werken, tenzij ze naar zijn pijpen dansen. In vrouwen lijkt hij nauwelijks geïnteresseerd, zijn familieachtergrond blijft de hele film lang erg vaag en zelfs zijn zoontje lijkt eerder een rekwisiet dat hij gebruikt om mensen waarmee hij zaken wilt doen te vertederen. Hij geeft om niets of niemand, behalve om zijn ambitie vooruit te raken, méér te hebben, rijker te worden. Het voornaamste conflict in 'There Will Be Blood' is dat tussen hem en Eli Sunday (schitterend gespeeld door Paul Dano), de plaatselijke predikant die graag al eens op lichtjes theatrale wijze een demon of twee placht te verdrijven in zijn kerk. Eli is de enige in het dorp die evenveel invloed uitoefent op de gemeenschap als hij. Plainview vertegenwoordigt een dogmatisch kapitalisme (Geld über Alles) en Eli een dogmatisch christendom (God über Alles), allebei trekken en sleuren ze aan de ziel van het dorpje, allebei proberen ze de mensen voor hun kar te spannen. Geen wonder dat die twee in een ware doodsstrijd verzeild raken - Plainview wil niemand boven zich hebben, zelfs God niet.

Het gevolg is dat Plainview de hele film lang bezig is elk laatste restje menselijkheid in zichzelf te vermoorden. Hij raakt aan de top, ja, maar aan de top is niemand anders terug te vinden. Hij is steenrijk, ja, maar hij is van nature niet in staat om van dat geld te genieten. Hij heeft alles en hij heeft niets.

Stilistisch kon 'There Will Be Blood' niet verder verwijderd zijn van de twee films waar Anderson bekend mee werd, 'Boogie Nights' en 'Magnolia'. Geen grote ensemble cast, geen continu bewegende camera, geen hectisch tempo of extreme emoties. Ditmaal krijgen we een bewust traag verlopend, zeer zorgvuldig getimed historisch drama. We krijgen statische shots, één hoofdpersonage dat de hele film moet dragen en een onderkoelde toon - het is pas tijdens de onvergetelijke eindscène dat Daniel Day-Lewis zich eindelijk eens mag laten gaan en een tirade mag afsteken waar filmnerds eindeloos uit zullen kunnen citeren ("I drink your milkshake!"). De muziek doet sterk denken aan die uit Kubricks '2001', en ook op andere vlakken roept 'There Will Be Blood' herinneringen op aan diens oeuvre. Niet alleen was het idee van de geleidelijke ontmenselijking van een personage één van Kubricks vaste thema's, maar ook het lijzige ritme en de zorgvuldig gekadreerde shots zorgen voor een sterke Kubrickiaanse sfeer. Dat 'There Will Be Blood' zonder blozen naast het werk van de Kubemeister mag staan, is zowat het grootste compliment dat ik de film kan geven.

Het siert Anderson dat hij een andere richting durft in te gaan. Het is niet de eerste keer dat hij een trage film maakt (ook zijn debuut 'Hard Eight', dat veel te weinig mensen hebben gezien, ging maar langzaam vooruit), maar zijn naam wordt wel continu geassocieerd met opgefokte, hevig gechargeerde drama's - Robert Altman, maar dan met meer gehuil. 'Punch-Drunk Love' toonde al aan dat hij iets anders wilde, en met 'There Will Be Blood' maakt hij die belofte helemaal waar: Anderson is gekalmeerd, maar is daarom zeker niet minder efficiënt geworden als verhalenverteller. In 'Boogie Nights' en 'Magnolia' stak hij je hart vol dynamietstaven om het stante pede te doen exploderen met de kracht van zijn personages en emoties. Hier begint hij aan het begin van zijn film geduldig aan je hart te beitelen en tegen de tijd dat er 157 minuten gepasseerd zijn, heeft hij het net zo goed helemaal aan gort geslagen. Ja, de film is lang, maar die twee en een half uur glijden opmerkelijk zachtjes voorbij, met een onontkoombare spankracht. 'There Will Be Blood' moest gewoon zo lang duren, ik kan me geen enkele scène voor de geest halen die er uit had gemogen.

En bovenop dat alles krijgen we nog twee absoluut briljante acteerprestaties ook: Daniel Day-Lewis is fantastisch als Plainview. Hij weigert om zijn personage ook maar een beetje sympathiek te maken, maar hij weet, gewoon door zijn lichaamstaal, het publiek er wel continu aan te herinneren dat Plainview wél nog steeds een mens is. Een slecht mens, maar toch. De slechts 23-jarige Paul Dano (eerder al in 'Little Miss Sunshine') is ook indrukwekkend als Eli Sunday - zie hem gaan tijdens zijn fireball sermons! De enige kritiek op zijn aanwezigheid in de film is dat hij, ondanks het voorbijgaan van de jaren in het verhaal, nooit ouder lijkt te worden. Wat eerder een fout is van de make-up afdeling dan van hem.

'There Will Be Blood' werd zo positief ontvangen door de Amerikaanse pers dat hij bijna niet anders meer kon dan teleurstellen. Maar I'll be damned, ze hadden gelijk: dit is een meesterwerk.

E-mailadres Afdrukken
 
There Will Be Blood
USA / 2007
Regie: Paul Thomas Anderson
Scenario: Paul Thomas Anderson
Met: Daniel Day-Lewis; Paul Dano; Ciaran Hinds; Kevin J. O'Connor
Duur: 157 min.


Advertentie
Banner
Advertentie

TEST