Banner

No Country for Old Men

8.0
Dennis Van Dessel - 30 januari 2008




"Ik begrijp de wereld niet meer," horen we Tommy Lee Jones kraken aan het begin van 'No Country for Old Men', in een stem als een oude lederen portefeuille. "I surely don't. I don't know what it is anymore, and I don't want to know." Zo heel af en toe weet ik hoe hij zich voelt. De genaamde Debby Pfaff heeft onlangs in een met naam en toenaam vermelde kliniek een borstcorrectie ondergaan, waardoor ze (denk en hoop ik) de eerste vrouw ter wereld is geworden met een gesponsorde tiet. Probeer dàt maar eens te lezen in de gespecialiseerde pers zonder je plotseling oud en triest te voelen. I don't know what it is anymore and I don't want to know, indeed. Hoe dan ook, de sombere en misantropische toon van Jones' openingsmonoloog geeft meteen goed aan hoe de rest van de film zich zal ontwikkelen. Na te lang in de regionen van silly komedies te blijven steken ('Intolerable Cruelty' was nog oké, 'The Ladykillers' allesbehalve) maken de broertjes een come-back van jewelste met een duistere, soms hypergewelddadige suspensethriller, waarin er geen plaats is voor verlossing of voor oude mannen.

Josh Brolin (een oud-gediende van 'The Goonies' die in 2007 plotseling weer overal opdook) speelt Llewelyn Moss, een Vietnamveteraan die nu met zijn vrouw Carla Jean (Kelly Macdonald) ergens in het zuiden van Texas woont en werkt als lasser. Op een dag vindt hij in het midden van de prairie enkele auto's terug, met daarin een aantal lijken, een gigantische lading drugs en een koffertje met zo'n 2 miljoen dollar. Llewelyn neemt het geld mee naar huis, maar dat is een beslissing die hij zich al snel zal berouwen. De meedogenloze moordmachine Chigurh (Javier Bardem is scary as hell) is namelijk ingehuurd om het geld te recupereren en is niet van plan om op te geven voor hij dat heeft gedaan. Aan de zijlijn staat ondertussen sheriff Ed Tom Bell (Tommy Lee Jones), die weinig anders kan doen dan met stijgende verbazing en verontwaardiging toekijken op het geweld dat in zijn achtertuin is losgebarsten.

In zekere zin zijn de Coens voor 'No Country for Old Men' teruggekeerd naar hun roots: de voice-over aan het begin, begeleid door lyrische, ondefinieerbaar onheilspellende beelden van het Texaanse landschap, doet meer dan sterk denken aan de opener van 'Blood Simple', hun debuut. Opnieuw is dit een moderne film noir, die zich niet afspeelt in de grauwe straten van een vieze grootstad, maar op de broeierige vlaktes van het platteland. Opnieuw wordt er weinig gesproken en worden situaties eindeloos uitgerokken om er toch maar zoveel mogelijk spanning uit te halen... Yup, de broertjes zijn weer thuis, en dat doet hen duidelijk deugd. Ze kénnen de regels van dit genre door en door, passen die feilloos toe waar ze dat nodig vinden en vegen er vierkant hun voeten aan waar ze daar zin in hebben.

In de praktijk houdt dat in dat de Coens hun suspensescènes filmen alsof ze ten alle tijden een gids bij de hand hebben, allicht geschreven door Hitchcock himself, getiteld: "Hoe doe ik een publiek zweten?" Zoals in hun eerdere films, nemen ze rustig hun tijd om situaties op poten te zetten die langzaam maar zeker intenser en intenser worden, tot ze bijna het breekpunt bereiken. Neem nu een scène waarin Llewelyn zich in een hotelkamer schuilhoudt. Aan de andere kant van de deur staat Chigurh, die zich bedient van een machine die kogels afschiet onder hoge druk - normaal gezien wordt daar vee mee gedood, maar Chigurh heeft er andere doeleinden voor gevonden. We zien schaduwen verschijnen en verdwijnen onder de spleet van de deur. Llewelyn zet zich klaar, richt zijn pistool voor wanneer Chigurh binnenvalt. Het publiek weet dat het gaat gebeuren en het wacht... wacht... wacht... En dan wacht het nog een beetje, tot je van pure frustratie naar het scherm wilt schreeuwen. Dat de Coens hun scènes (en dit is lang niet de enige) tot op dat punt kunnen drijven, is een teken van een immens talent. Ze nemen conventies (van montage, van tempo) die al jaren bestaan en ze passen die vervolgens effectiever toe dan eender wie. (Het helpt trouwens dat er bijna geen muziek te horen is in de hele film, wat een benauwend effect heeft.)

Anderzijds zijn de broertjes ook nog altijd speelvogels, die al eens graag met de voeten van het publiek rammelen. Zo worden niet alle vragen beantwoord en krijgen we een onconventioneel einde (geen zorgen, ik verraad niks) dat heel wat kijkers wel eens met een bevreemdend gevoel zou kunnen achterlaten. Vormelijk spelen de Coens volgens de regels, ja - inhoudelijk doen ze hun eigen zin, en alle losse eindjes aan elkaar knopen hoort daar duidelijk niet bij.

Door bepaalde zaken ambigu te houden, stellen de Coens hun verhaal open voor verschillende interpretaties. Het is duidelijk, uit de openings- en slotmonologen van Tommy Lee Jones en uit de toon van de hele film, dat 'No Country for Old Men' geen vrolijke bedoening is. Het gaat over mensen die slechte dingen doen zonder daar iets bij te voelen, of die slechte dingen zien gebeuren zonder te kunnen helpen. Sheriff Bell heeft weinig anders te doen dan de scherven op te rapen en een sombere getuige te zijn van de gebeurtenissen, terwijl hij hardop droomt dat er "ergens in de nacht nog een vuur brandt". Dat er ergens tussen al het kwade nog ruimte is voor iets goeds. Over Chigurh komen we nooit iets te weten, behalve dan dat hij moordt voor de kost en daar behoorlijk professioneel in is. Maar doordat de Coens zoveel dingen open laten in hun film, past dat gebrek aan informatie daar wel bij. Het maakt niet uit waar hij vandaan komt of wie nu precies zijn rekeningen betaalt - hij is gewoon het kwade, waarvan het maar de vraag is of het overwonnen kan worden.

Dat soort ambiguïteiten zijn mooi, maar het verhindert niet dat het einde een teer punt is. De Coens slaan een onverwachte richting uit en als cinefiel moet je dat dan heel gedurfd en thematisch interessant noemen... maar als gewone cinemaganger was ik toch enigszins teleurgesteld dat de regisseurs niets vinden dat de voorgaande suspensescènes kan overtreffen. Een hele film lang zit je op het puntje van je stoel, met in je achterhoofd de gedachte: "als dit allemaal al in de eerste 90 minuten zit, stel je dan eens voor hoe dat laatste half uur gaat knetteren!" Maar dat doet het dus niet. De broers gaan een heel andere richting uit. Boeiend, ja, inhoudelijk interessant, ja... Maar op een gut level toch niet helemaal bevredigend. Het einde komt niet genoeg uit de buik, zoals ze bij ons zeggen. Het is te zeer gemikt op het verstand en te weinig op de emotie.

Josh Brolin zat in een paar van de beste ('American Gangster') en meest amusante ('Planet Terror') films van het voorbije jaar, en bovenop 'No Country for Old Men' zit hij zeer binnenkort ook nog eens in 'In the Valley of Elah'. Van een come-back gesproken. Hier levert hij een intense, goed getimede vertolking af die fascinerend blijft ook al heeft hij vaak scèneslang niets te zeggen. Javier Bardem steelt echter de show als killing machine Chigurh, een Spaanse Terminator met een fout kapsel. Niet alleen is Bardem hier cooler dan cool (die luchtfles waar hij heel de tijd mee rondloopt!), hij is ook verreweg het meest angstaanjagende filmpersonage van 2007.

Vind maar van het einde wat je wilt, maar één ding is zeker: 'No Country for Old Men' is de triomfantelijke terugkeer van de Coens naar hun favoriete genre.

E-mailadres Afdrukken
 
No Country for Old Men
USA / 2007
Regie: Joel & Ethan Coen
Scenario: Joel Coen; Ethan Coen
Met: Josh Brolin; Javier Bardem; Tommy Lee Jones; Kelly Macdonald
Duur: 122 min.


Advertentie
Banner
Advertentie

TEST