Banner

The Assassination of Jesse James by the Coward Robert Ford

5.0
Dennis Van Dessel - 21 oktober 2007





155 min. / USA / 2007

Regisseur en filmhistoricus Peter Bogdanovich heeft een leuke anekdote over Alfred Hitchcock die hij graag vertelt. Op een dag liepen hij en Hitch een lift in, waar nog een aantal andere mensen in stonden die de master of suspense duidelijk herkenden. Zonder dat het ook maar iets te maken had met het gesprek dat ze aan het voeren waren, begon Hitchcock plots een serie gruwelijkheden te spuien: "Het bloed liep van de muren, het was echt verschrikkelijk...", enzovoort, tot de andere mensen uit de lift stapten. Bogdanovich vroeg hem wat de bedoeling daarvan was. Hitchcock antwoordde: "Ik moet nu eenmaal m'n reputatie naleven." En zo is het voor een gedeelte met elke celebrity, denk ik: het publiek vormt zich een beeld van je, en tenzij je erg moedig bent en jezelf daar niets van aantrekt, ben je min of meer gedoemd om dat beeld te bevestigen. Je draagt het in ieder geval overal met je mee. Tegenwoordig zijn die celebrities filmsterren en zangers, maar 'The Assassination of Jesse James by the Coward Robert Ford' neemt ons mee naar een tijd voor dat alles, toen outlaws nog levende legendes konden worden. Het probleem was echter al hetzelfde: hoe blijf je je reputatie naleven? Regisseur Andrew Dominik heeft er een film van gemaakt die even somber, hoogdravend en lang is als de titel doet vermoeden - verre van een doorsnee western, is dit een ruim twee en een half uur durende doodswals, die het gevoel geeft dat je heel die tijd lang naast het bed van een stervende zit, wachtend op zijn laatste adem.

Het verhaal begint in 1881, vlak voor de laatste overval van de beruchte bende rond Jesse James (Brad Pitt). De bende bestaat uit Jesse's broer Frank (Sam Shepard), Charley Ford (Sam Rockwell), Wood Hite (Jeremy Renner) en Dick Liddil (Paul Schneider), maar kort voor ze hun laatste treinroof plegen, krijgt de groep gezelschap van Charley's jongere broer Robert (Casey Affleck). Ford de jongere volgt de avonturen van James als sinds hij een klein jongetje was, en vereert de outlaw met aan erotiek grenzende adoratie. Hij stalkt James dan ook tot hij uiteindelijk mee mag doen aan de overval. Eens die achter de rug is, gaat iedereen zijn eigen weg: Jesse James blijkt er buiten zijn uren als overvaller nog een relatief normaal gezinsleven op na te houden en ook de anderen hebben zo hun eigen beslommeringen. Alleen Robert blijft in Jesse's buurt, en tussen de mannen ontwikkelt er zich een eigenaardige relatie. Jesse wordt steeds meer paranoïde, en gelooft (vaak terecht) dat zijn eigen mannen hem willen verraden voor het geld dat op zijn hoofd staat. Hij lijkt zelf te weten dat zijn dagen geteld zijn en naarmate de film vordert, krijg je het idee dat hij het zelf is die Robert uitkiest om de trekker over te halen. Hij daagt de jongen steeds meer uit, drijft hem steeds verder om uit te komen bij het onvermijdelijke eindresultaat.

'The Assassination of Jesse James' wordt op die manier een verhaal over een man die uitgeput is geraakt door zijn eigen legende. Nog terwijl hij aan zijn criminele carrière bezig was, werden er al goed verkopende verhalen gepubliceerd over zijn avonturen. Iedereen kende zijn naam en iedereen hing daar zijn eigen betekenis aan vast. Hij was een levende legende, en de film suggereert dat James daar erg ambigu tegenover stond: enerzijds wilde hij zijn eigen mythologie naleven, door pakweg de koppen van twee levende slangen af te snijden en op te merken: That's gonna be good eatin'! Maar anderzijds betekende dat ook dat hij nooit gerust kon zijn, zelfs thuis niet met zijn vrouw en kinderen. Hij moest altijd over z'n schouder kijken om te zien wie er aan kwam om hem in de rug te schieten. Zijn legendarische status is zowel een zegen als een vloek, iets waar hij aan vast wilt houden én dat hij kwijt wilt raken. Het is die tegenstrijdigheid die hem uiteindelijk zijn leven kost, hoewel hij daar op dat moment best nog zen tegenover lijkt te staan: James weet dat hij moet sterven, dat het niet anders kan. Dat zijn moordenaar iemand is die teleurgesteld is geraakt in de mythe rond Jesse James, is dan niet meer dan toepassend.

Dat verhaal wordt gefilmd door Roger Deakins (zelf een levende legende onder directors of photography) in een stijl die je enkel "somptueus" kunt noemen. En zelfs dat is eigenlijk nog niet genoeg lof. De hele film door wordt er ongelooflijk veel aandacht besteed aan kleine details: close-ups van handen, van in het licht dwarrelend stof, van een klok, een deurkruk, noem maar op. Regisseur Andrew Dominik lijkt gefascineerd te zijn door het idee om een enkel moment in al z'n details te analyseren: je zet twee mensen in een kamer, en je focust dan genadeloos op elk klein elementje van het hier en nu. Hoe het raam er uitziet, wat de personages doen met hun lichaam, hoe hun ogen staan, wat voor kleren ze aanhebben, met welke rekwisieten ze omgaan en ga zo maar door. De close-ups in 'The Assassination...' zijn ronduit briljant. En ook daarbuiten speelt Deakins op een wonderlijke manier met het contrast tussen licht en schaduw. De personages lijken hier soms wel uit een effen zwart doek geknipt, spoken die uit de duisternis tevoorschijn komen omdat ze denken dat ze nog leven. Visueel gezien is dit wellicht de beste film van het jaar, en als er enige gerechtigheid bestaat, nu al een kandidaat voor een oscar.

Thematisch en visueel zit het dus allemaal wel goed. Waar 'The Assassination' echter een steek laat vallen, is in de storytelling. Dominik heeft hier een ijzig trage film gemaakt, die zich van de éne scène naar de andere sleept met de statige pas van een begrafenisprocessie. De personages, met Jesse James op kop, staren existentieel voor zich uit over de prairie en voeren gruwelijk langzame gesprekken met elkaar waarin uiteindelijk niet erg veel gezegd wordt. En veel meer doen ze niet. Aan het begin van de film krijgen we één overval te zien, that's it. Wanneer er daarna nog geweld losbarst, is dat kort en bruusk, een pistoolschot als eenzame onderbreking van de alomtegenwoordige stilte.

Nu hoeft elke western (zoals ik hem bij gebrek aan een betere term maar noem) uiteraard niet vol met actie te zitten, maar ondanks dat slakkengangetje slaagt Dominik er ook lange tijd niet in om een duidelijke focus voor zijn film te vinden. Tijdens het eerste anderhalf uur is 'The Assassination' een bijzonder fragmentarische prent, waarin de motieven van de personages vaak onduidelijk blijven. Het is pas daarna dat het verhaal zich vernauwt naar drie duidelijke hoofdpersonages - Jesse James en Charley en Robert Ford - en de film een klein beetje op stoomkracht komt. Maar tegen die tijd zit je daar dus al wel 90 minuten.

Wat je mee naar buiten neemt, is de sfeer ervan, een vreemd hypnotiserend gevoel dat je maar moeilijk kunt afschudden, en dat soms zelfs doet denken aan wat Jim Jarmusch ooit deed in 'Dead Man'. De muziek van niemand minder dan Nick Cave (die moodier than moody is) en de bezielde acteerprestaties (Brad Pitt is geweldig) dragen daar enorm toe bij. 'The Assassination' zal waarschijnlijk een love it or hate it-film worden. Ik kan wel zo'n beetje garanderen dat er mensen zullen buitenlopen voordat het gedaan is, net zoals er mensen zullen zijn voor wie dit verreweg de beste prent van het jaar is. Een cultfilm in wording.

E-mailadres Afdrukken
 
The Assassination of Jesse James by the Coward Robert Ford
USA / 2007
Regie: Andrew Dominik
Scenario: Andrew Dominik
Met: Brad Pitt; Casey Affleck; Sam Rockwell; Jeremy Renner
Duur: 155 min.


Advertentie
Banner
Advertentie

TEST