Banner

La Scaphandre et le Papillon

7.0
Barbara Van Ransbeeck - 07 juli 2007





112 min. / F - USA/ 2007

Het is wat aan het worden met die filmreleases. Vroeger kwamen alle films in heel België gewoon netjes op dezelfde dag uit, maar nu zit er steeds meer speling op. Vooral Franstalige films komen steeds vaker zonder ondertitels in de zalen en blijven dus beperkt tot Brussel en Wallonië. Zo gaan prenten die zelfs in de competitie van Cannes 2007 zaten, aan onze neus voorbij: 'Une Vieille Maîtresse' was waarschijnlijk niet zo'n groot verlies, maar Christophe Honoré wordt na 'Dans Paris' met 'Les Chansons d'amour' nu al voor de tweede keer genegeerd in Vlaanderen. 'Persepolis' (Prix du Jury) komt dan weer wel uit, maar dan met een Engelstalige dubbing en twee maanden vertraging. Gelukkig is er toch nog een greintje gerechtigheid in deze wereld en kreeg 'La Scaphandre et le Papillon' nog een tijdig eerherstel. De film, die de prijs voor de beste regie won in Cannes, maakte op Franstalig België blijkbaar zo'n verpletterende indruk dat hij nu ook in Vlaanderen voorzichtig een kansje krijgt.

De flamboyante hoofdredacteur van het modeblad 'Elle' krijgt in 1995 een beroerte en wordt het slachtoffer van een zeer zeldzame aandoening: het locked-in syndroom. Zijn lichaam raakt verlamd tot in zijn kleinste teen; alleen zijn linkeroog kan hij nog bewegen. Dat oog wordt zijn enige bewegingsvrijheid, zijn enige contact met de werkelijkheid, zijn enige vorm van bestaan. Beetje bij beetje ontwikkelt zijn therapeute voor hem een manier om te communiceren: ze dreunt de letters van het alfabet op en hij knippert met zijn oog bij de letter waarmee hij een woord wil vormen. Zo schrijft hij uiteindelijk, knipogend, letter per letter het verhaal van zijn moeilijk te aanvaarden nieuwe werkelijkheid: 'La Scaphandre et le Papillon' ('Vlinders in een Duikerspak'). Een prestatie waar ik met mijn boerenverstand niet bij kan en die dankzij deze verfilming nog eens zo indrukwekkend overkomt.

Tijdens de eerste drie kwartier van de film kijken we letterlijk mee door de ogen van Bauby. We ontwaken samen met hem uit de coma en zien hoe de dokters hem zijn pijnlijke diagnose meedelen. Hij probeert te praten, maar ze horen hem niet. De dokter benadert zijn gezicht met een naald en naait zijn rechteroog dicht. Hij kan zijn gezicht niet eens vertrekken. De beelden door zijn linkeroog zijn soms overbelicht of wazig door tranen, worden plots gevuld met close-ups van gezichten die in zijn gezichtsveld proberen te spreken, of worden een nanoseconde lang onderbroken door het knipperen van zijn ooglid. De camera wordt zonder uitvluchten ingezet om de ervaring van het hoofdpersonage weer te geven. Een riskante keuze, maar wel de juiste. Het camerawerk voelt niet artificieel aan en biedt een goede manier om de verlamming van Bauby en zijn fysieke beperkingen min of meer voelbaar te maken voor het publiek. Door vanuit zijn perspectief te kijken, voel je je als kijker heel intens betrokken bij zijn benauwende situatie, wat extra in de verf wordt gezet door een voice-over die zijn gedachten weergeeft.

Zijn innerlijke, soms ironische commentaar getuigt uiteraard vooral van de machteloosheid die hij ervaart. Hij kan zijn kinderen zien spelen, maar hij kan niet met hen stoeien of over hun kop aaien. Hij kan zelfs niet eens de irritante onhandelbare patiënt uithangen (en roepen of met zijn eten gooien). Wanneer de verpleger zomaar de voetbalmatch op tv uitzet die hij net verbeten zat te bekijken, moet hij machteloos toekijken. Maar ondanks die frustraties en de uitzichtloze diagnose zit Bauby nog vol wilskracht en leven, zijn buik nog vol vlinders. Er zijn twee dingen die ze hem niet kunnen afpakken en waar hij kracht uit put: zijn geheugen en zijn fantasie. Als een gevangene die hoopvol uit het raampje naar de frisse blauwe lucht staart, zoekt hij zijn redding in zijn verbeelding en kan hij als een vlinder mentaal door de tralies heen naar buiten vliegen. Hij droomt, denkt, beleeft en roept beelden op die ontroeren, confronteren, indruk maken, allemaal in een kleurrijke visuele stijl van Janusz Kaminski (vaste chef camera van Steven Spielberg). Naarmate de film vordert, krijgen we ook het duikerspak te zien. Zijn levenloze lichaam, zijn omhulsel dat nergens op reageert. Zijn scheefhangende mond, waaruit hij haast constant kwijlt en waar hij geen woord uit kan persen. Als je zijn lichaam ziet, kan je niet begrijpen dat dit om dezelfde persoon gaat.

'La Scaphandre' is niet de eerste film die erin slaagt om zonder overdreven veel medelijden op te wekken de geestelijke gevolgen van verlamming naar film te vertalen. De prent hoort thuis in het rijtje naast 'Mar Adentro' en 'My Left Foot', films die niet alleen begrip of respect tonen, maar de handicap van het personage ook overstijgen om gewoon een sterk verhaal over een intrigerende mens te vertellen. De kracht van 'Mar Adentro' lag in de rake dialogen van Javier Bardem over euthanasie - hier werd die moeilijkheid (Bauby kan niet praten) prachtig opgevangen door een filosofisch aandoende voice-over met de gedachten van Bauby en citaten uit zijn boek, samen met de meesterlijke beeldvoering en vertelstijl. 'La Scaphandre' is een speelse collage van kino-eyebeelden, flashbacks, waardevolle herinneringen, alfabetgesprekken, fantasieën en harde realiteit. Dat betekent dat Bauby's verhaal wordt verteld aan de hand van zoveel verschillende perspectieven, dat je haast automatisch een vollediger en interessanter beeld van hem krijgt, dan ooit mogelijk geweest zou zijn met een camera die gewoon constant pal op hem gericht was. Het enige nadeel van de dromerige structuur van de film, is dat sommige scènes overbodig lijken voor het verhaal. Vooral de uitweiding over zijn reis naar Lourdes had er gerust uit gemogen, omdat het, in tegenstelling tot de verbeelding van zijn verlangens, ons niets méér vertelt over zijn persoonlijkheid. Maar het is alleszins een wonderlijke vertelwijze, die straalt van de inventiviteit en die het creatieve brein van Bauby alle eer aandoet.

Misschien ligt het aan het feit dat Julian Schnabel kunstenaar van beroep is. De Amerikaan is bovendien niet aan zijn proefstuk toe. Hij had al kunnen oefenen met 'Before Night Falls', over de Cubaanse schrijver Reinaldo Arenas, met Javier Bardem en Johnny Depp. Die samenwerking maakte Depp trouwens enthousiast om de rol van Bauby te spelen, maar uiteindelijk moest hij verstek geven door zijn drukke agenda met 'Pirates'. (Zijn er slechtere redenen te bedenken?) Er werd nog gedacht om de rol door te schuiven naar een andere Amerikaanse acteur, maar gelukkig kwam Mathieu Amalric uit de bus en is de film terechtgekomen waar hij thuishoort: bij een Franstalige cast, op de echte locaties in Frankrijk. Zo raakte de prent nergens verstrikt in de vangnetten van de Amerikaanse sentimentaliteit.

Dankzij het indrukwekkende en kleurrijke camerawerk van Kaminski en de lyrische maar aanstekelijke soundtrack, wordt de wereld van Bauby en zijn intensief creatieve schrijfproces op een volstrekt overtuigende manier in kaart gebracht. De film vormt de perfecte visuele aanvulling op zijn boek. Een ontroerende prent, die je toch ook een adrenalineshot zet. Hij spoort de papillon in ons binnenste aan en suggereert een aantrekkelijke can-do mentaliteit: als je met één oog een boek kan schrijven, wat is er dan met een beetje wil niet mogelijk? En wij durven soms klagen over een writer's block...

E-mailadres Afdrukken
 
La Scaphandre et le Papillon
Regie: Julian Schabel
Scenario: Ronald Harwood
Met: Mathieu Amalric; Emmanuelle Seigner; Marie-Josée Croze

Advertentie
Banner
Advertentie

TEST