Banner

Jesus Camp

7.0
Dennis Van Dessel - 03 juni 2007





84 min. / USA / 2006

Ik meen mij te herinneren, uit nevelachtige tijden ergens in een grijs verleden, dat er een periode was waarin ik heel erg m'n best deed om te geloven. Ik moet een jaar of tien geweest zijn en de hele mythologie van het katholicisme had m'n verbeelding gegrepen: bloed drinken, vlees eten, kruisigingen en herrijzenissen - cool. De fascinatie is steeds gebleven, het geloof wilde daarentegen niet echt lukken. Het feit dat God geen steen kan maken die zo zwaar is dat hij hem zelf niet meer kan opheffen, is dan toch een onoverkomelijk struikelblok gebleken. Sindsdien is het me vooral opgevallen hoe weinig de mensen van hun eigen geloof lijken te kennen, en waartoe ze allemaal in staat zijn ondanks dat gebrek aan kennis. Feiten mogen een comfortabel dogma nooit in de weg staan, zo is het altijd geweest. Wie dacht dat het in de 21ste eeuw, vrijgevochten en grondig ontzuild als we zijn, allemaal beter was, is eraan voor de moeite. 'Jesus Camp', een documentaire van Heidi Ewing en Rachel Grady, biedt een ronduit angstaanjagende blik op de evangelistische predikers in de Amerikaanse bible belt, en dan vooral hun rekrutering van kinderzieltjes.

Hoofdpersoon is Becky Fischer, een kinderpredikante die dag en nacht in de weer is om de waarheid te verspreiden zoals zij die ziet. Wie deugdzaam leeft gaat naar de hemel, wie zondig is, gaat regelrecht naar een hel die ze in haar powerpointpresentatie van bloederige rode letters voorziet. Becky is duidelijk in haar intenties en ze zoekt nergens excuses voor wat ze doet: "Moslims zijn slim omdat ze hun kinderen vanaf jonge leeftijd indoctrineren. Geen wonder dat ze later in staat zijn tot zelfmoordaanslagen, daar zijn ze voor opgevoed. Christenen moeten hetzelfde doen - focussen op de kinderen." Het is niet haar bedoeling om liefde te prediken of kinderen het één of ander moreel kompas mee te geven - zij wil een leger voor God samenstellen, in de agressiefste zin van het woord. Haar kinderen moeten soldaten voor Jezus worden, die strijden voor een wereld waarin geen plaats is voor andere standpunten of andere wereldvisies dan de hare.

Om dat te bereiken, organiseert Becky jaarlijks een zomerkamp, waarop kinderen van evangelistische ouders een week lang van 's morgens tot 's avonds worden overspoeld met dogmatische nonsens, levendig aan de man gebracht met eender welke hulpmiddelen ze dan ook maar voorhanden heeft, inclusief pluche dieren en rubberen sikkels. De evolutieleer is een leugen en dus zondig, popmuziek is zondig, Harry Potter verdient het op de brandstapel te staan en waar ze al helemààl niet tegenkan, is abortus. Becky en haar entourage krijgen de kinderen zover dat ze tranen met tuiten huilen over alle dingen die ze menen verkeerd gedaan te hebben, dat ze in tongen beginnen te spreken en tenslotte verzanden in absolute hysterie. Het is een angstaanjagend zicht, bijna een realistische versie van 'Children of the Corn'.

Zoals alle goeie films, laat 'Jesus Camp' zich interpreteren als een prent over verschillende thema's. Enerzijds gaat hij simpelweg over mentale kindermishandeling. Becky breekt de normale psyche van quasi-weerloze kinderen helemaal af, om dan een andere persoonlijkheid in de plaats te steken. Een persoonlijkheid die denkt, zegt en doet wat zij wil. Op dat moment zijn ze dan born again, veronderstel ik. Eén van de voornaamste principes van het katholicisme is dat van de vrije wil. Het is immers niets waard om voor God te kiezen als je niet anders kunt. Maar ga dat eens tegen Becky vertellen. Het eerste dat de kinderen leren, is dat alles dat ze zijn en alle natuurlijke instincten die ze hebben, zondig zijn en dat ze die moeten afleren. Dan daarna, eens je een leegte hebt gecreëerd in die jonge persoonlijkheden, vul je dat op met je eigen dogma's. Niet zo'n moeilijke truc, als je het een beetje kunt uitleggen.

Anderzijds gaat de prent ook voor een groot deel over obsessie - de evangelisten kunnen nooit, in niets dat ze doen, heel even uit hun rol stappen, want Jezus is per definitie de motivatie achter alles wat ze ondernemen. Werk, relaties, boeken, tv, film, muziek - àlles staat in het teken van dat geloof, àlles is afgestemd op de verering van een God die ze persoonlijk lijken te kennen. Het idee dat andere religies, normen en waarden dan die van hun ook bestaansrecht hebben, komt niet bij hen op.

En ten derde zit er ook een scherp politiek element in de film, dat zeer goed wordt aangepakt. Want niet alleen worden de kinderen psychologisch helemaal dolgedraaid, maar ze worden ook nog eens zeer nadrukkelijk in een politieke strijd geworpen. Tijdens één van de preken haalt Becky een kartonnen cut-out van George W. Bush boven en bidden ze om hem kracht te geven in zijn strijd tegen alles waar ze zelf ook een hekel aan hebben: moslims, homo's, mensen die seks niét als iets smerigs beschouwen en ga zo maar door. Op een bepaald moment zegt Becky het simpelweg zelf: ongeveer 25% van alle Amerikanen zijn evangelisten. Als die allemaal gaan stemmen, beslissen ze de uitkomst van de verkiezingen, zo eenvoudig is het. De kinderen zijn de toekomst - zij zijn degenen die de abortuswet ongedaan dienen te maken en van Amerika weer een plek dienen te maken waar je vooral niet lastiggevallen wordt met de levensstijl van anderen.

'Jesus Camp' volgt drie kinderen in het bijzonder: Levi is zo'n twaalf jaar oud en een prediker in wording (zij het dan één met een heel fout nekdekentje). In principe herkauwt hij wat hij te horen krijgt van anderen, maar uit een kindermond klinkt het allemaal nog veel beter. Tory is tien en demonstreert haar danskunsten op Christian Rock - een typisch wicht dat niet beter weet. Het griezeligst is Rachael, een negenjarige fireball die non-stop woorden spuit en niets anders in haar jonge leven lijkt te hebben dan haar geloof. Op een bowlingbaan stapt ze op een twintigjarig blondje af en zegt ze: "Ik geloof dat Jezus geïnteresseerd is in jou." Het blondje bekijkt haar met zo'n blik van "ow... kay...", maar wat ga je zeggen tegen een kind? En dat is dan ook een onderdeel van het misbruik: hun jonge leeftijd wordt gebruikt als sociaal en politiek drukmiddel om de zienswijzen van Becky en consoorten legale kracht bij te zetten.

De regisseurs gebruiken hier geen voice-over, wat een goeie keuze was: de kracht van een documentaire is natuurlijk de kracht van de montage, die alles en niets kan suggereren, maar hier krijg je een sterk gevoel dat de feiten voor zich mogen spreken, en dat de manipulatie van de makers tot een minimum beperkt blijft. De technische kant van zaken laat soms dan wel weer te wensen over, met vaak een catch-as-catch-can fotografie en soms te lange tussenpozen vooraleer een bepaald kind van de drie weer aan bod komt - niet dat je ze zo snel vergeet, daarvoor zijn ze te spooky.

Maar goed, eigen aan de documentaire is natuurlijk dat de inhoud altijd primeert, en die is angstaanjagend in zijn beeld van een religieus rechts dat steeds meer alle bruggen met andere geloofssystemen opblaast. Dialoog met andersgezinden wordt onmogelijk, de polarisering wordt steeds extremer en wat nog het ergste is - dat fenomeen heeft niet alleen gevolgen in kerkjes ergens in een Amerikaanse vergeethoek, maar zelfs in het Witte Huis. De enige vraag die ons dan nog rest is: kàn God nu eigenlijk een steen maken die zo zwaar is dat hij hem zelf niet meer kan opheffen?

E-mailadres Afdrukken