Banner

Pirates of the Caribbean

At World's End

3.0
Dennis Van Dessel - 25 mei 2007




Er is wellicht niemand die de verzamelde filmjournalistiek zodanig confronteert met z'n eigen zin of onzin als Jerry Bruckheimer. De producer van twijfelachtige stukjes cinema als 'Top Gun', 'Armageddon', 'Pearl Harbor' en nog veel meer blockbuster crap is ondertussen al meer dan 25 jaar lang actief in wat hij zelf ongetwijfeld "de industrie" noemt, al meer dan 25 jaar lang worden zijn projecten steevast met de grond gelijk gemaakt door critici, en al meer 25 jaar lang hoeft hij zich daar geen bal van aan te trekken, omdat vrijwel al zijn films toevallig wél dikke hits worden. Bruckheimer heeft er een carrière van gemaakt vrolijk z'n middenvinger op te steken naar iedereen die beweert waarde te hechten aan goede smaak of kwaliteit, en het publiek volgt hem zowat overal waar hij gaat. Wat is zo'n filmcriticus dan nog? Een eenzame stem van rede of gewoon die éne zeikerd die zich staat te vervelen op een feestje waar alle anderen zich geweldig amuseren? Dat zijn het soort vragen dat je je wel eens stelt terwijl je je staat te scheren, waarna je naar 'Pirates of the Caribbean: At World's End' gaat kijken en alle twijfels ogenblikkelijk worden weggevaagd: je hebt de verdomde plicht om on the record te gaan en te zeggen dat dit geen goeie cinema is. Was de eerste film nog een luchthartige, tongue in cheek-avonturenprent waar ongelooflijk mee te lachen viel, zijn we nu, met deel drie, definitief verzand in pompeuze, melodramatische dikdoenerij.

Het verhaal navertellen zonder de hulp van een powerpointpresentatie en minstens drie borrels zou onmogelijk zijn, maar laat ik alvast een aanzet geven: in de tweede film maakten we kennis met Davy Jones, een soort kruising tussen een octopus (tentakels), Bill Nighy (stem) en een BMW-bestuurder (slecht karakter). Na een ongelukkige liefdesaffaire sneed Jones zijn hart uit z'n lijf en sindsdien is hij de kapitein van een magisch schip dat de doden naar hun laatste rustplaats moet brengen. Wie het kistje met Jones' hart in z'n macht heeft, heeft de controle over de zee. De plot van 'At World's End' komt er uiteindelijk op neer dat àlle hoofdpersonages dat hart willen hebben, elk voor zijn eigen doeleinden. Will Turner (Orlando Bloom) wil er de vrijheid van zijn vader mee kopen (lang verhaal, de moeite van het vertellen niet waard); Jack Sparrow (Johnny Depp) wil het gebruiken om onder zijn bloedschuld bij Jones uit te komen en zelf onsterfelijk te worden en Lord Cutler Beckett (Tom Hollander), van de Oost-Indische Compagnie wil het gebruiken om alle piraten definitief uit te roeien. Elizabeth Swann (Keira Knightley) en de wonderlijk herrezen kapitein Barbossa (Geoffrey Rush) zitten er gewoon middenin en lopen rond alsof ze effectief iets wezenlijks bijdragen aan het verhaal.

Al die personages verraden elkaar, sluiten onderlinge overeenkomsten, chanteren elkaar, verraden elkaar dan nóg eens, enzovoort, en zo verder, tot het je al lang geen bal meer kan schelen wie nu eigenlijk aan wiens kant staat, zo lang ze maar een beetje voortmaken dat het gedaan is. Regisseur Gore Verbinski en scenaristen Ted Elliot en Terry Rossio sleuren er nog vanalles bij, inclusief een reeks zilverlingen en een mystieke madam die Calypto heet en op simpel verzoek zo'n vijftig meter groot wordt. En ik maar denken dat de Calypto een dans was die ze in foute salsabars doen.

Het leukste aan de originele 'Pirates', 'Curse of the Black Pearl', was dat het hele ding in elkaar was gezet met een ontspannen mentaliteit die continu leek te willen zeggen: "laten we ons gewoon amuseren". Maar die tijd is voorbij - 'At World's End' bevindt zich voortdurend op het randje van de hysterie, alsof Verbinski bang is om ook maar één seconde lang het volume van z'n film een klein beetje naar beneden te draaien. Ontspannen? Hypernerveus kom je daar buiten, ja. 'At World's End' duurt maar liefst 168 minuten, maar vindt nergens de tijd voor een kalm momentje waarin de personages even tot leven kunnen komen. Van begin tot eind sjezen we van de éne actiesequens naar de andere, en wanneer het wapengekletter dan toch heel even verstomt, gebruikt de regisseur die tijd om met handen en voeten zijn plot duidelijk te maken. Er zitten zoveel verwikkelingen, intriges en veranderende loyaliteiten in de film dat Verbinski, ondanks de lengte ervan, nergens de ruimte vindt om z'n prent te laten ademen. Hij is voortdurend bezig met steeds krampachtiger pogingen om alles maar uitgelegd te krijgen, tussen de high octane-actiescènes door. Het gevolg: zo lang je aan het kijken bent, heb je de indruk dat je het allemaal wel min of meer begrepen hebt. Maar vraag iemand de dag erop hoe het nu juist in elkaar zat en de kans is groot dat die persoon héél diep zal moeten nadenken voordat hij een antwoord kan geven.

De actie zelf is uiteraard spectaculair (mag ook wel als je er pakweg 300 miljoen dollar tegenaan gooit), maar net als al de rest in de film is het tevéél. Een scheepsgevecht in het midden van een maalstroom is knap. Jack Sparrow die aan een touw door de lucht slingert en bovenop een mast een duel uitvecht met Davy Jones is leuk. Een boot die ondersteboven wordt gekanteld, gewoon door met de hele bemanning van links naar rechts te lopen, is grappig. Maar dat blijft maar komen en blijft maar komen, bijna drie uur lang, tot de overkill zo acuut wordt dat je spontaan zin krijgt om een dutje te doen en tegen je gezelschap te zeggen: "Maak me wakker als er nog eens iets nieuws gebeurt". Soms is more gewoon more. Bruckheimer houdt ervan om zijn films te vergelijken met ritjes in de roetsjbaan, maar je kunt van zo'n roetsjbaan behoorlijk misselijk worden als je er drie uur aan een stuk in zit.

De pogingen tot humor zijn soms geslaagd (Keith Richard als de pa van Johnny Depp, yeah!), soms wat al te makkelijk (het schattige aapje) en soms gewoon pijnlijk (telkens wanneer Jack Sparrow verschillende incarnaties van zichzelf ziet opduiken, gaat het finaal de mist in). Depp en Rush spelen hun rollen alweer met alle overacting die daarvoor nodig is (hoor de r-en rollen en de klinkers uitrekken), maar de situaties waarin ze verzeild raken weten steeds minder vaak écht op de lachspieren te werken.

'At World's End' is nog steeds goed in de dingen waar Hollywood nu eenmaal goed in is - de speciale effecten zijn geweldig, de sets zien er sfeerrijk uit (vooral die in Singapore aan het begin) en de fotografie is vlekkeloos (die zonsondergangen, die maalstroom, dat éne flatterend belichte been van Keira Knightley tijdens de eindscène!). Maar dat alles kan niet verhinderen dat de prent gelijktijdig teveel is en niet genoeg. Teveel actie, teveel intriges, teveel bombast, teveel tadadaa-muziek. En nadat je bijna drie uur later weer rechtstaat, ga met een verschrikkelijk hol gevoel naar buiten: is het dat dan? Een enkele goeie actiescène, een paar leuke grapjes (tussen de vele flauwe), een handvol knappe beelden? Krijgen we echt niet méér naar huis dan dat?

Ach ja, Bruckheimer (noch één van de andere betrokkenen) zal er niet van wakker liggen wat eender welke criticus denkt eens 'At World's End' z'n eerste miljard heeft binnengehaald. Net zoals ik nooit geloof dat eender welke aardbewoner nog van de film zal wakker liggen eens die over een paar jaar één van de meest bestofte dvd's uit z'n collectie is geworden.

E-mailadres Afdrukken
 
Pirates of the Caribbean
USA / 2007
Regie: Gore Verbinski
Scenario: Ted Elliot; Terry Rossio
Met: Johnny Depp; Geoffrey Rush; Orlando Bloom; Keira Knightley; Bill Nighy
Duur: 168 min.



Advertentie
Banner
Advertentie

TEST