Banner

Flyboys

2.0
Peter De Backer - 14 mei 2007




Herinnert u zich nog die scène uit 'The Aviator' waarin waaghals Howard Hughes één van de meest duizelingwekkende luchtgevechten uit de filmgeschiedenis op pellicule zette voor zijn peperdure epos 'Hell's Angels'? Dat zou nochtans wel mogen, het was namelijk een majestueus in beeld gebrachte hommage aan de oldskool oorlogsfilms zoals ze vandaag niet meer gemaakt worden. Tony Bill heeft het alvast wél gezien en moet gedacht hebben: 'ik ga hier eens even een oude traditie terug tot leven wekken.' Het gevolg: 'Flyboys', een ouderwetse avonturenfilm met spectaculaire vliegtuigscènes en voor de rest niet veel. Net zoals bij Howard Hughes indertijd moest het budget via een private weg bij elkaar gesprokkeld worden omdat geen enkele grote studio brood zag in het project. De studio's hadden gelijk. 'Flyboys' werd een grote financiële flop en ook artistiek is dit WOI-epos over de Amerikaanse vechtpiloten van de Lafayette Escadrille een muffe jutezak geworden waar de clichés even rijkelijk uitrollen als mottenballen. Soms is er ook een reden waarom ze de films niet meer proberen maken zoals vroeger, Tony.

'Flyboys' vertelt het heroïsche relaas van de o zo dappere Amerikaanse vrijwilligers die naar de Eerste Wereldoorlog trokken om Frankrijk bij te staan in de strijd tegen de moffen. Dat allemaal vòòr Amerika zich iets aantrok van wat er met Europa gebeurde in die oorlog. Eén van hen is Blaine Rawlings (James 'Green Goblin junior' Franco), een Texaan die de familieranch is kwijtgespeeld en nu op zoek is naar een hoger doel. Hij sluit zich aan bij de Lafayette Escadrille, het legendarische eskader voor vechtpiloten. Hij mag niet alleen de stoere held in de lucht uithangen, maar ook het hartje van lokale deerne Lucienne (Jennifer Decker) sneller laten kloppen. Uiteraard leert hij ook waardevolle lessen over eer, plichtsgevoel en ware heldenmoed van een collega-piloot (Martin Henderson) die al te veel Amerikaanse waaghalzen uit het luchtruim heeft zien vallen. De cursus Franse stereotypen krijgt hij van kapitein Jean Reno die zijn 'Allo Allo'-accent even hard laat krullen als zijn onvermijdelijke snorretje.

Amerikanen toch. Zelfs uit een periode van een oorlog waar ze zo goed als niets mee te maken hadden, halen ze een moedig en inspirerend verhaal met de focus op hun eigen helden. Want ook zonder de degoutante stars and stripes uit te hangen (hallo en vaarwel 'Pearl Harbor') komt deze 'Flyboys' over als een veel te onsmakelijk Amerikaans getint verhaal dat nuancering niet al te hoog in het vaandel draagt. Alles en iedereen dat niets met Amerika te maken heeft, kan in deze film alleen maar met karikaturale stereotypen (de snorren van de Fransen!) en banale clichés (het mooie Franse meisje dat onvermijdelijk valt voor de stoere Yank) worden voorgesteld. En natuurlijk wordt die smerige Grote Oorlog aan de man gebracht als een opwindend jongensavontuur waar de levensgevaarlijke missies worden afgewisseld met frivool gedartel in de wei of een gezellige drink in het café. Het zou écht niet meer van deze tijd mogen zijn om met zo'n simplistische visie op het concept oorlog af te komen. Heroïek, eergevoel, opoffering, allemaal goed en wel, maar probeer toch ook een historisch verantwoord kader en context mee te geven aan een serieus bedoelde avonturenfilm die zich afspeelt tijdens een gebeurtenis waarbij honderdduizenden soldaten crepeerden en stierven in de loopgraven.

Tot zover de politiek correcte preek. 'Flyboys' mag dan wel even authentiek zijn als een Peter Ustinov-accent in een sandalenprent, hoe zit het met de actie en het avontuur die ons moeten doen terugdenken aan de films van weleer? Wel, de dogfights zijn alleszins indrukwekkend en opwindend genoeg om de zoektocht naar ook maar iets dat op een verhaal lijkt, te doen vergeten. De eerste keer althans. Want in dit langdradige oorlogsepos (no way dat de oorlog zo lang heeft geduurd) worden de weinig variërende actiescènes tot in het oneindige herhaald. Regisseur Tony Bill moet constant toevlucht nemen tot de luchtgevechten, omdat zijn verhaaltje op het land zo ongelooflijk rommelig, cheesy en oppervlakkig is dat de pellicule bij momenten dreigt vast te plakken aan de projector. En zonder te kunnen meeleven met de personages, beginnen de battles ook steeds meer op een levenloos computerspelletje te lijken. Ze zijn aardig in elkaar gestoken (hoewel de zeppelin toch iets te CGI was om goed te zijn), maar als het je nu eens geen zak kan schelen wat er gebeurt met de ventjes in de tweedekkers beginnen ook die stukken in een onoverkomelijke sleur te geraken.

Maar het is pas als de gladde posterjongens uit hun speelgoed stappen dat 'Flyboys' echt ergerlijk saaie cinema begint te worden. Eerst en vooral mist het verhaal een duidelijke koers. De specifieke doelstellingen van het eskader worden vaag gehouden en er is geen richtinggevende plot of drive om wat drama en suspense rond te bouwen. Ze kruipen in de vliegtuigjes, schieten naar de stoute Duitsers (de iconische Rode Baron wordt hier vervangen door de gemene Black Falcon in zijn zwarte driedekker) en keren terug naar de grond om na een handvol nietszeggende scènes terug de lucht in te trekken en weer hetzelfde te doen. Het is niet zo zeer een probleem van een slecht verhaal, maar eerder een probleem van geen verhaal te hebben. Een aaneenschakeling van vingerdikke clichés, een klungelige romance (James Franco kan geen Frans, Jennifer Decker geen Engels, boeiende conversaties geeft dat al niet) en een geforceerd band of brothers-gevoel zijn de vaste ingrediënten waar 'Flyboys' nergens enige vorm of samenhang uit kan halen. Het meest tenenkrommende moment valt wanneer de token black guy gemoedelijk een glas cognac deelt met een blanke rijkeluiszoon. 'Wat doet je vader' vraagt de blanke. 'Mijn pa was een slaaf' antwoordt de zwarte jongen droogjes. Vlotjes hoor.

Ik was 'm al bijna vergeten maar James Franco moet toch wel de leading man voorstellen in deze onzalige hommage. Hij mag dan nog zo krampachtig James Dean imiteren (waar hij effectief sterk op lijkt, hij heeft 'm zelfs gespeeld in een tv-biografie), maar het lukt 'm nog niet om overtuigend met een vliegeniersbril op zijn kop rond te lopen. En als je een Texaans accent hanteert, probeer het dan toch tenminste vol te houden tot het einde van de film.

'Flyboys' had een zwierige ouderwetse avonturenfilm kunnen worden, mocht er ook maar iets van talent, gevoel en intelligentie achter de productie hebben gezeten. Enkel een schroothandelaar die grossiert in oud afval zal iets met dit roestige afdankertje kunnen aanvangen. Deze flyboys geraken nog niet van de grond, laat staan dat ze kunnen vliegen.

E-mailadres Afdrukken
 
Flyboys
F-VS / 2006
Regie: Tony Bill
Scenario: Phil Sears; Blake T. Evans en David S. Ward
Met: James Franco; Jennifer Decker; Martin Henderson; Jean Reno; David Ellison
Duur: 140 min.


Advertentie
Banner
Advertentie

TEST