Banner

300

3.0
Dennis Van Dessel - 17 maart 2007




Na 'Snakes on a Plane' krijgen we hier de tweede film in een jaar tijd die aantoont dat de grens tussen de filmindustrie en het internet steeds waziger wordt. Leverden de fanboys in het geval van 'Snakes' nog regelrechte bijdragen aan het scenario, dan profileerden ze zich deze keer als efficiënte promotiemachine. '300' werd zodanig gehypet op fansites allerhande, dat de film al een evenement was, lang voordat hij uitkwam. Zelfs de producenten geven toe dat de internet-buzz een belangrijke reden is voor het commerciële succes dat de film nu geniet. De reden voor die waanzin? '300' is gebaseerd op een graphic novel van Frank Miller, auteur van het lichtjes fantastische 'Sin City', en werd geregisseerd door Zack Snyder, die enkele jaren geleden een mean motherfucker van een zombiefilm afleverde met 'Dawn of the Dead'. Maar veel belangrijker dan dat waren de beelden die zorgvuldig op het net gelekt werden door de studio: de tekeningen van Miller werden nauwkeurig gerecreëerd in een CGI-landschap dat nauwelijks te onderscheiden valt van een Playstation-spelletje. Op die manier appeleert '300' aan maar liefst vier soorten geeks: comic book geeks, games geeks, internet geeks én geweldfilm-geeks. Zoveel nerd power, dat moést wel een kassucces worden.

Als fenomeen is '300' dus zeker interessant. Als film heel wat minder. We krijgen hier de 'He-Man'-versie van de slag om Thermopylae in 480 voor Christus. Zoals het hier wordt uitgelegd, waren de Spartanen destijds dé ultieme badasses van Griekenland, die allemaal rondliepen met lijven van gewapend beton, en wiens grootste wens het was glorierijk te sterven op een slagveld naar keuze. Wanneer de Grieken worden aangevallen door de Perzen, besluit de koning van Sparta, Léonidas (die van de pralines, jawel, hier gespeeld door Gerard Butler), dat het tijd wordt om zijn leger te verzamelen, maar de zieners die hem daarvoor toestemming moeten geven, verbieden hem ten oorlog te trekken. Onder een voorwendsel brengt Léonidas toch 300 Spartanen bij elkaar om de legermacht van zo'n 250.000 Perzen tegen te houden aan een smalle bergpas.

En dat is het eigenlijk wel zo'n beetje. Na pakweg 40 minuten staan de Spartanen, kloeke borstkas vooruit, rode cape wapperend in de wind, met de schilden voor zich uit in hun bergpas en daar blijven ze dan voor de rest van de film. De Spartanen en de Perzen bevinden zich in een patstelling en ook de film kan op dat moment niet meer voor- of achteruit. Het laatste uur van '300' is een aaneenschakeling van veldslagen die aanvankelijk indrukwekkend ogen, maar op den duur eerlijk gezegd een beetje gaan vervelen. Léonidas grijnst maniakaal in de camera en grolt een one liner genre: "Tonight, we dine in hell!", waarna speren door vijandelijke lijven klieven, hoofden rollen en bloed in slow-motion opspat. De eerste keer zit je dan als een twaalfjarig jongetje jezelf te verkneukelen omdat dat zo cool is. De tweede keer is het nog plezierig. De derde keer begin je al te denken: "Oké, maar wanneer krijgen we nu iets anders?" En dan moeten de vierde, vijfde en zesde keer nog komen.

Dat is het grootste probleem met '300': je gaat kijken voor de actie en die actie is cool tot op een bepaald punt. Maar eens dat punt is bereikt, blijft de film nog een uur lang ter plaatse trappelen. En op dàt moment laat het zich dus voelen dat er in feite geen verhaal die naam waardig aanwezig is.

In Iran is er ondertussen controverse ontstaan over de manier waarop de Perzen worden afgebeeld in '300': een bloeddorstige, decadente cultuur, gebaseerd op een slavensysteem. En inderdaad, wie dat echt wil kan natuurlijk alweer politieke conclusies gaan trekken uit regeltjes tekst als "voor vrijheid moet je vechten". Maar eender welke vergelijking met het Amerika van vandaag loopt al snel mank: het Amerikaanse leger is niet bepaald een minderheid die z'n cultuur probeert te beschermen tegen aanvallen van buitenaf - eerder het tegenovergestelde. Bovendien maakt de film zodanig gebruik van gestileerde elementen, dat het bijna fantasy wordt: een elite-eenheid van de Perzen bestaat uit gruwelijke creaturen die herinneringen oproepen aan de Orcs uit 'Lord of the Rings', we krijgen reuze-olifanten en andere bizarre creaturen te zien, en een misvormde Spartaan ziet er krék uit als Sloth uit 'The Goonies' (wie te jong is om zich daar iets bij te kunnen voorstellen: Googelen!). Nee, een politieke film is '300' niet.

Wat het wél is, is een ongegeneerde verheerlijking van alle machoprincipes ter wereld. De fascinatie met het mannelijk lichaam grenst soms aan het obscène: de Spartanen lopen continu met ontblote torso rond, en tonen daarmee geen six pack, maar twenty pack abs. Ze mogen niet in beeld komen of ze nemen wel een pose aan die zó zou kunnen dienen voor een affiche voor ondergoed. Aan het begin van de film zit een "blote kont in de maneschijn"-shot dat rechtstreeks in de overmijdelijke gay porn-parodie gebruikt kan worden. In zekere zin is '300' gewoon gay porn. Het is een ode aan mannelijkheid, maar dan wel mannelijkheid van de alleroudste stempel: zwakke of misvormde kinderen worden in Sparta domweg van een afgrond gesmeten, want enkel de sterken hebben recht op leven. Daarna worden ze opgeleid tot ijzervreters die leven om te vechten - mannen die kokend bloed uit een menselijke schedel drinken bij het ontbijt en dineren op babyvlees. Een echte vent is een krijger, leren we uit '300'. Hij drukt zich uit in zinnen die nooit meer dan tien woorden bevatten en waarvan de essentie steeds herleid kan worden tot "vechten tot de dood!". '300' bevat genoeg testosteron om een twintigtal geslachtsveranderingsoperaties tot een goed einde te brengen, zonder extra hormonenkuur achteraf. Al die macho-bullshit die in 'Fight Club' tot op de grond werd afgebroken, wordt hier steen voor steen weer opgebouwd.

Dat alles gaat gepaard met dialogen die zich beperken tot het hoogst noodzakelijke, en die stuk voor stuk klinken alsof ze voor de trailer bestemd waren (This is where we live! This is where they die!). De acteerprestaties zijn dan ook navenant. De acteurs grijnzen, roepen en lekken mannelijkheid uit alle lichaamsopeningen, en meer wordt er van hen ook niet verlangd.

Het hàd allemaal nog wel kunnen werken, als de actie maar eens wat spectaculairder was geweest. Maar nee. Zack Snyder zit eigenlijk in een onmogelijke positie: door de manier waarop het verhaal in elkaar zit, is alle actie beperkt tot één locatie, die dan nog niet bijster fotogeniek is - een bergpas die aan een strand grenst, that's it. En terwijl de personages van 'Sin City' nog met vuisten, pistool, mes, samoeraizwaard, prikkeldraad en scheermes aan de slag konden, zitten we hier met enkel speren en zwaarden. Na de eerste veldslag hebben we eigenlijk alles al gezien dat we ooit zùllen zien. De rest is herhaling.

'300' ziet er best knap uit en af en toe krijgen we wel een geinig momentje, maar dit Machoïstisch manifest heeft na een uur z'n tijd al lang gehad. Don't believe the hype.

E-mailadres Afdrukken
 
300
USA / 2006
Regie: Zack Snyder
Scenario: Zack Snyder; Kurt Johnstad; Michael Gordon
Met: Gerard Butler; Lena Heady; Dominic West; David Wenham
Duur: 110 min.


Advertentie
Banner
Advertentie

TEST