Banner

La Môme (La Vie en Rose)

4.0
Barbara Van Ransbeeck - 17 februari 2007





140 min. / Frankrijk/ 2007

Wist je dat Annie M.G. Schmidt eigenlijk een rothekel had aan kinderen? Dat Hitler maar één teelbal had en de grote vraag is of hij überhaupt ooit seks gehad heeft? En dat de minnares van Einstein waarschijnlijk een groot aandeel heeft gehad in het ontstaan van de relativiteitstheorie? Hoe ik dit allemaal weet? Dat is heel eenvoudig: mijn moeder kickt op biografieën. Zelfs de saaiste mensen krijgen bij haar respijt - ze zet zich als een bloedzuiger vast op hun leven en voedt zich met pittige details, maar gooit die niet weg als ze opgebruikt zijn. Ze heeft er respect voor. Want niets is zo schoon als het échte leven. Over Edith Piaf wist ze mij te vertellen dat dit frêle koddige dametje zo straaljagerhard heeft geleefd, dat ze op haar 47ste al volledig opgebrand de handdoek in de ring moest gooien (en ze zag er minstens 60 uit). Kubieke liters drank, een morfineverslaving, eeuwige faam bij la foule, maar vooral een hobbelige doch magistrale zangcarrière lagen daar aan de oorzaak van. Deze anderhalve meter hoge straatmus maakt nu nog steeds de hele aardbol verzadigd gelukkig met haar meterslang rollende r. Stof genoeg dus voor regisseur Olivier Dahan om een spetterende film over deze zotte madam te maken. Alleen vergat hij gewoon om een scenario te schrijven. Merde!

Iemands leven vertellen, hoe begin je daar eigenlijk aan? Bij het begin misschien? Dat leek videoclipregisseur Olivier Dahan veel te vanzelfsprekend. Hij wou de wereld verrassen met een geheel nieuw biografiegenre en begint blakend van enthousiasme aan zijn missie. Iets té enthousiast zelfs. Als een kind dat net een nieuw kleurboek heeft gekregen, begint hij gretig willekeurige plaatjes in te kleuren. Hij bladert heftig van de ene bladzijde naar de andere, van voor naar achter en laat overal kleurrijke tags achter. Alleen is het resultaat op het einde een beetje bedroevend: een onoverzichtelijke warboel waarvan geen enkel plaatje volledig lijkt te kloppen. De chaotische aanpak lijkt op het eerste gezicht geen slechte keuze, als parallel met het tumultueuze leven van het lelijke eendje met de zwanenzang. Helaas krijg je door het heen-en-weergezap tussen haar kindertijd, jeugd, sterfbed enzovoort, niet echt de kans om je in te leven.

Dahan verwacht blijkbaar van zijn kijkers dat ze het leven van Piaf op voorhand bestudeerd hebben, maar zoiets kan je gewoon niet van je publiek eisen. De korte 'grepen uit haar leven' duren nooit erg lang voordat er alweer wordt overgesprongen naar een andere flard, een gesprek, een optreden, een ontmoeting. De strategie van de regisseur mag dan hip bedoeld zijn, het bevordert de coherentie allesbehalve. De gebeurtenissen staan los op zichzelf, elk gevoel van context ontbreekt. Sommige personages krijgen nauwelijks een introductie. Achteraf las ik dat Piaf drie lange relaties in haar leven heeft gehad, maar aan de hand van de film heb ik maar met moeite kunnen reconstrueren wélke mannen dat nu juist waren. Daar moet je inderdaad al vreemde toeren voor uithalen.

Er zitten cruciale gaten in het verhaal. Piaf valt flauw tijdens één van haar shows, maar omdat het scenario zo versnipperd is, weet je niet of het uit verdriet is om haar grand amour of gewoon omdat ze ziek en oververmoeid was. Marcel, haar imposante bokser, valt als personage ietwat plomp uit de hemel, maar die periode uit haar leven levert wel het mooiste stukje cinema op in een fijn jaren '40 sfeertje. Het hart van de film is een scène waarin ze in een wolk van geluk zit te wachten op haar grote liefde, die vanuit New York naar haar komt gevlogen. Tot ze het tragische nieuws van zijn vliegtuigongeval verneemt, hysterisch haar verdriet van zich afschreeuwt en uiteindelijk recht het podium op loopt en begint te zingen. Allemaal in één sequens, zonder geknip (zie je wel dat hij het kan!). Een mooi kortfilmpje tussen al het gewoel in. Maar doorgaans maakt Dahan verkeerde keuzes. Zo wijdt hij meer dan een half uur aan haar kindertijd. Die is inderdaad fundamenteel om haar persoonlijkheid te schetsen, maar met een enkele flashback en misschien een korte voice-over (voor één keer had ik het kunnen verdragen) was het voldoende duidelijk geweest dat ze het niet gemakkelijk heeft gehad. Daham moest per sé ook vertellen dat ze een tijdje blind is geweest als kind en dat ze door een prostituée werd opgevoed. Allemaal goed en wel, maar wat met haar liedjes, haar populariteit, waar komt die passie in haar stem vandaan? Is dat niet veel belangrijker? Ik zeg niet dat een chronologische vertelling dé juiste keuze was geweest, maar als je vlak voor het einde van je film vermeldt dat ze by the way ook nog een kind heeft gehad dat op tweejarige leeftijd stierf, dan weet je toch gewoon dat je fout bezig bent. Een duidelijkere structuur had minder energie van de kijker gevergd en als beloning meer emotionele betrokkenheid opgeleverd.

Edith Piaf is een straffe madam, die een betere film verdient. Al is het maar omdat zij ons met één trillende noot uit haar vuurrode mond in een nostalgische vod kan doen veranderen. Bij het horen van 'La Vie en Rose' of 'Je ne regrette rien' komt het geneurie van zeer diep in ons naar boven en kelen we als op automatische piloot dat halve zinnetje dat we dan kennen (het refrein) overenthousiast, desnoods mét handgebaren en een struisvogeldansje, mee. Maar wie hier, ongeacht of de film een meesterwerk is of niet, sowieso op zal kicken, is la France. Voor de begrafenis van Piaf in 1963 daalden honderdduizend mensen af naar Parijs, ditmaal kunnen ze haar in de cinema een laatste groet brengen. Chauvinistisch Frankrijk zal het moeilijk hebben om een slecht woord te verzinnen over deze filmode aan zijn volksheldin én ook de critici zullen liever met hun driekleur wapperen, dan het schaamrood op de wangen toe te geven.

Waar ze wél terecht trots op mogen zijn, is Marion Cottilard. Het liedje 'La Vie en Rose' moet in haar hoofd zijn blijven spoken tijdens de opnames van 'Jeux d'enfants', waarvan de soundtrack haast enkel uit deze song bestaat. (Het is inderdaad een deuntje dat zelf met een brainwash à la 'Clockwork Orange' er nog niet uit geraakt. Vreemd genoeg is er in de film geen podiumscène aan gewijd.) Marion heeft bij deze aartsmoeilijke rol echt het onderste uit haar kannetje gehaald. Ze brengt Piaf terug tot leven met een staaltje perfecte method acting: haar tanden licht vooruitgestoken, die onschuldige, nieuwsgierige blik, eigenaardige lichaamshouding, lange zwierige armen, grof taalgebruik, ondeugende humor, ze doet het allemaal. En dat kan geen lachtertje geweest zijn: vooral de playbacks moeten een nachtmerrie geweest zijn, maar Marion volbrengt deze zeer technische, bijna chirurgische taak, met glans. Met deze film(keuze) heeft ze definitief haar plaatsje verdiend naast jonge 'goddelijke' Françaises van het moment als Audrey Tautou en Cécile de France. Mijn twee sterren gaan volledig naar haar, ze bezielt Piaf echt van het frêle Ciska de ratje tot het decibelkanon op het podium.

'La Môme' kent pakkende muziekstukken en een mooie beeldvoering, maar het is lang geleden dat ik nog zo'n schoolvoorbeeld zag van "hoe verpest ik het best mijn film met een rotslecht scenario?". Deze hymne à la môme is met zijn twee uur en twintig minuten erg vermoeiend, met 'context' als de grote afwezige. Een teleurstelling, maar het goede nieuws is dat de soundtrack alvast uitverkocht is.

E-mailadres Afdrukken
 
La Môme (La Vie en Rose)
Regie: Olivier Dahan
Scenario: Olivier Dahan en Isabelle Sobelman
Met: Marion Cotillard; Sylvie Testud; Clotilde Courau; Gérard Depardieu; Emmanuelle Seigner;

Advertentie
Banner
Advertentie

TEST