Banner

Das Leben der Anderen

7.0
Dennis Van Dessel - 02 februari 2007





137

Veel mensen die zichzelf wel eens "meerwaardezoeker" noemen - een term die werd uitgevonden omdat "snob" direct zo negatief klinkt - kijken tegenwoordig al gauw naar Azië voor de betere cinema. Zo'n Wong Kar-wai, Chan Wook-Park of, als het wat extremer mag, Takashi Miike biedt toch meteen een artistiek cachet waar je in Amerika meestal lang naar kunt zoeken. Dat mag dan wel zo zijn, maar de voorbije twee à drie jaar is mij veel dichter bij huis nóg een sterke hausse opgevallen: de Duitsers zijn er weer, en ze zijn volop bezig hun trauma's uit het verleden van zich af te filmen, of dat nu de Tweede Wereldoorlog ('Der Untergang', 'Sophie Scholl') of de verdeeldheid van het land daarna betreft ('Goodbye Lenin' en nu deze 'Das Leben der Anderen'). Debuterend regisseur Florian Henckel von Donnersmarck heeft hier een erg traditioneel, maar knap verteld drama van gemaakt, dat een duistere periode uit de recente geschiedenis behandelt zonder daarom deprimerend of cynisch te worden.

Ulrich Mühe speelt kapitein Gerd Wiesler, die anno 1984 voor de Oostduitse Staatssicherheit (Stasi) werkt. In opdracht van de socialistische regering luistert hij mensen af, leest hij hun post, doorzoekt hij hun huis en ondervraagt hij hen soms 48 uur aan een stuk om toch maar een bekentenis af te dwingen. We leren hem kennen als een methodische, ijzig bedaarde man, die zelden spreekt en soms zelfs lijkt te verdwijnen in de muren.

Op een dag krijgt Wiesler de opdracht om theaterauteur Georg Dreyman in de gaten te houden (gespeeld door Sebastian Koch, die onlangs nog in Paul Verhoevens kitschorgie 'Zwartboek' mocht rondparaderen). Dreyman is een succesvol en ogenschijnlijk kraaknette schrijver die alles vertegenwoordigt waar Oostduitsland voor staat, maar hij is een intellectueel en bijgevolg per definitie verdacht. Wiesler voorziet Dreymans flat van microfoontjes en volgt zowat vierentwintig uur per dag het doen en laten van de auteur. Gaandeweg raakt hij gefascineerd door het warme, door emoties gedreven leven van Dreyman en wanneer blijkt dat de schrijver toch niet zo zuiver op de graat is, maakt Wielser een ondenkbare keuze: hij houdt informatie achter voor zijn oversten om Dreyman te beschermen.

Peter Ustinov zei ooit dat het communisme misschien wel nobele intenties had, maar gebaseerd was op een fundamentele denkfout: in dat systeem vertrekt men immers vanuit het collectief, ze willen doelen nastreven voor iederéén, terwijl een maatschappij natuurlijk is opgetrokken uit individuen, en het individu dan ook centraal dient te staan. 'Das Leben der Anderen' is eigenlijk een mooie illustratie van dat idee: von Donnersmarck toont hoe persoonlijke vrijheden één voor één verdwijnen ten dienste van een ongrijpbaar collectief, "het volk". Het "ik" kan zich nauwelijks nog bewegen, het mag niet meer doen, zeggen of denken wat het wil, omdat het "wij" daar wel eens slechter van zou kunnen worden. De centrale ironie waar de plot van 'Das Leben der Anderen' op drijft, is natuurlijk dat dat evenzeer (of zelfs nog méér) geldt voor de Stasi-agent dan voor de persoon die onder observatie staat. Wiesler heeft geen privé-leven behalve dat van Dreyman. Tijdens één immens trieste scène zien we hoe een hoertje bij hem binnenwandelt, bovenop hem gaat zitten, hem doet klaarkomen met dezelfde zakelijkheid waarmee een andere vrouw haar baby's pamper zou verversen, en nog voor Wiesler goed en wel z'n broek weer dicht heeft, opnieuw is vertrokken. "Ik heb over een half uur nog een afspraak, volgende keer moet je me maar langer boeken." En wég is ze. Emoties of intimiteit zijn absoluut onmogelijk in zijn beroep - als er ergens een slachtoffer van het systeem terug te vinden is, dan is hij het wel.

Daar tegenover staat de warmte van het leven van Dreyman - oké, de man heeft dan wel z'n relationele problemen met z'n vriendin Christa-Maria (Martina Gedeck), maar hij heeft op z'n minst een gevoelsleven die naam waardig, hij kan zich passie en zelfs rebellie tegen het systeem permitteren. Het is mooi hoe von Donnersmarck die tegenstelling tussen de twee personages uitspeelt. De beide acteurs bevinden zich nooit in dezelfde kamer, maar de regisseur verwerkt continu knap geconstrueerde parallelmontages in zijn film die suggereren hoe sterk Wiesler naar een leven als dat van Dreyman verlangt. Op een bepaald moment zien we Dreyman in slaap vallen terwijl hij zijn vrouw knuffelt. In het volgende shot zien we Wiesler, moederziel alleen op zijn stoel met z'n koptelefoon op, maar door de manier waarop hij daar zit te slapen, lijkt het alsof hij iemand omhelst die er niet is. Von Donnersmarck werkt ook met contrasterende kleurenpaletten: ijkoude grijs- en blauwtinten voor Wiesler, warmer geel en groen voor Dreyman. Oké, dat visueel trucje is niet bijster vernieuwend, maar goed, het werkt wel.

Ondanks het feit dat dit de eerste film is van een relatief jonge regisseur (hij was 33 toen hij 'Das Leben der Anderen' maakte), is dit een opvallend bedaarde prent, die maar weinig blijk geeft van de "kijk-eens-wat-ik-allemaal-kan" sturm und drang die debutanten vaak hebben. We krijgen een traditionele opbouw met een chronologisch verhaal dat netjes naar een emotionele climax leidt, er wordt nergens wild met de camera geschud en er wordt zelfs geen hoofdpijnverwekkende montage gebruikt. Een gebrek aan ambitie of gewoon een teken van vertrouwen in het verhaal zelf? Gezien het feit dat die klassieke stijl nergens afbreuk doet aan de kracht van het drama, zou ik eerder dat laatste zeggen.

Onvergetelijk kun je 'Das Leben der Anderen' niet noemen. Daarvoor zijn de motivaties van sommige personages wat al te wazig (vooral die van Christa-Maria), en voelt von Donnersmarck zich net niet comfortabel genoeg met heftig emotionele scènes. Openlijke emotie is vrij zeldzaam in de film, maar wanneer het dan toch voorkomt (een ruzie tussen Dreyman en zijn vrouw, het resultaat van een huiszoeking aan het einde van de film) lijkt de regisseur te twijfelen hoe ver hij mag gaan, hoe melodramatisch hij mag worden. Vandaar dat ik ook zeer blij was met het eigenlijke einde, dat dan weer op een prachtige manier ingehouden en (om een Ingeborg-woord te gebruiken) zelfs sereen is. Elke film die mij het woord sereen uit m'n bek kan wringen, heeft verdomd iets gepresteerd.

Met goeie acteerprestaties (vooral Ulrich Mühe is fenomenaal als the man who wasn't there), een sober maar degelijk scenario en een fascinerende thematiek is 'Das Leben der Anderen' alweer een ganz nette aanvulling op het uitdijend canon aan sterke recente Duitse films. Alle dahin und schnell ein Bisschen.

E-mailadres Afdrukken
 
Das Leben der Anderen
Duitsland / 2006
Regie: Florian Henckel von Donnersmarck
Scenario: Florian Henckel von Donnersmarck
Met: Ulrich Mühe; Sebastian Koch; Martina Gedeck; Ulrich Tukur
Duur: 137 min.


Advertentie
Banner
Advertentie

TEST