Banner

Fur

An Imaginary Portrait of Diane Arbus

6.0
Dennis Van Dessel - 18 januari 2007




115 min. / USA / 2006

Eén van de meest instinctief angstaanjagende beelden die ik ooit in een film heb gezien, is de beruchte tweeling uit Stanley Kubricks 'The Shining'. Met een ijskoude blik staan ze hand in hand, met identieke kleedjes, in een lange gang en ze fluisteren sinistere dingen als "Come and play with us, Danny". Die twee freaky ettertjes werden emblematisch voor de film, maar het beeld was eigenlijk geïnspireerd op een foto van Diane Arbus, een New Yorkse fotografe die bekend werd met haar portretten van mensen in de marge van de maatschappij. Vaak waren dat zogenaamde "freaks": reuzen en dwergen, Siamese tweelingen enzovoort. Arbus vestigde haar reputatie met foto's die zo min mogelijk sensatie uit hun onderwerpen haalden, maar hen toonden als volwaardige mensen met het recht om serieus genomen te worden. Hoewel daarover gediscussieerd kan worden - in welke mate kun je ooit een foto nemen van een man die scheermesjes inslikt zónder sensatiebelust te zijn?

De vreemde dame is nu het onderwerp van 'Fur', de nieuwste film van Steven Shainberg, die enkele jaren geleden het nogal overschatte 'Secretary' op ons afvuurde. Het concept van de film is best intrigerend: omdat het genre van de biopic er doorgaans toch niet in slaagt om reëel inzicht te bieden in het hoofdpersonage besloot Shainberg om een fictief verhaal te verzinnen met Arbus in de hoofdrol. Als er iets is dat films als 'Ray' bewijzen, dan is het wel dat een simpele opsomming van de feiten uit een mensenleven vaak ontoereikend zijn om dat leven op een betekenisvolle manier uit te leggen, om de essentie ervan duidelijk te maken. Misschien dat een fictieve anekdote daar wel toe in staat is.

We ontmoeten Arbus (Nicole Kidman) in 1958, als de echtgenote van Allan (Ty Burrell), een professionele fotograaf die reclamekiekjes schiet voor wasmiddelen en strijkijzers. Buiten het assisteren van haar man lijkt Diane niet veel te hebben in het leven: ze schminkt zijn modellen en zorgt voor de kinderen, dat is alles. Tot ze haar bovenbuurman Lionel (Robert Downey Jr) leert kennen, een mysterieuze figuur die de gewoonte heeft om met een zak over z'n kop rond te lopen. Al gauw komt ze erachter waarom: Lionel lijdt aan hypertrichose, een ziekte waardoor elke centimeter van zijn lichaam zwaar behaard is. In een prachtig opgebouwde scène toont Lionel zichzelf voorzichtig voor het eerst zonder masker aan Diane, en wat we te zien krijgen lijkt het liefdeskind van Chewbacca en Cousin It uit 'The Addams Family'. Arbus ontwikkelt langzaam maar zeker een diepe vriendschap met Lionel, leert zijn vrienden kennen (allemaal ex-circusfreaks) en ontdekt een wereld buiten die van haar man en ouders, waar ze zich zowaar thuisvoelt.

Shainberg probeert door middel van dat verzonnen verhaaltje eigenlijk hetzelfde te doen als elke filmmaker die ooit een biopic draaide: hij wil een historische figuur "verklaren", hij wil nagaan waarom Diane Arbus juist dié foto's maakte en geen andere, en allicht ook waarom ze, in 1971, uiteindelijk zelfmoord pleegde (hoewel dat lot in de film zelf niet ter sprake komt). Het is dan ook jammer dat de psychologische conclusies waar de regisseur toe komt, zo voorspelbaar en simplistisch zijn. Waarom voelde Diane Arbus zich zo aangetrokken tot freaks? Omdat ze zich in het verstikkende, burgerlijke sfeertje van haar huwelijk en haar familie zélf een freak voelde, goddomme. De zwaarbehaarde Lionel en zijn vriendenkring van dwergen en vrouwen die met hun tenen een sigaret kunnen roken, zien er uit zoals zij zich innerlijk voelt. Vandaar dat ze altijd terugkeerde naar het bizarre - Arbus kon niet functioneren in een "normale" omgeving, ze beschouwde zichzelf als een buitenstaander, een freak die het geluk had er niet freaky uit te zien.

Erg diepzinnig is dat allemaal niet - Shainberg motiveert de daden van zijn hoofdpersonage zodanig eenduidig en rechtlijnig dat we er allemaal onze neus voor zouden optrekken mocht een Steven Spielberg of een andere populaire filmmaker ermee afkomen. Een tweede centraal idee is echter interessanter en beter uitgewerkt: Shainberg is immers ook gefascineerd door de manier waarop fotografen (en ik veronderstel bij uitbreiding filmmakers ook) een persoonlijke orde in de wereld schappen via de beelden die ze creëren. Een goeie foto zegt evenveel over de fotograaf als over het onderwerp: het vertelt ons welk wereldbeeld die fotograaf heeft, hoe hij de realiteit ziet. In het geval van Allan is dat simpel: hij is een goedbedoelende, maar dodelijk conventionele man wiens foto's een benauwend gevoel voor huiselijkheid uitstralen: de vrouw aan de vaat, gekleed in kleurige jurken, steeds breed glimlachend. Voor Diane ligt het, op z'n zachtst gezegd, complexer dan dat. Haar foto's neigen steeds opnieuw naar het chaotische, het bizarre. Het idee van fotografie als een verlengstuk van je psyche wordt subtiel maar afdoende uitgewerkt, en is inhoudelijk het meest geslaagde aspect van de film. Shainberg zal dan ook wel weten waar hij het over heeft: 'Secretary' ging over een SM-relatie, nu heeft hij het over circusfreaks - zijn voorliefde voor all things weird is al even sterk als die van Arbus.

Maar waar Arbus haar bizarre beelden koel en zonder franje ensceneerde, is Shainberg meer te vinden voor sprookjesachtig surrealisme. De sfeer van Jean Cocteau's 'La Belle et la Bête' is nooit veraf - denk maar aan de scène waarin Lionel zichzelf voor het eerst "onthult" en let op het ontwerp van de flat waarin hij woont: je zou bijna denken dat je in de torenkamers van een betoverde prins terecht bent gekomen. En verder wordt er ook vrijwel continu verwezen naar 'Alice in Wonderland' (soms zelfs wat àl te letterlijk). 'Fur' is op z'n best tijdens die fantasiescènes: hoe dromeriger Shainberg z'n film maakt, hoe beter hij werkt. De momenten tussendoor, waarin Arbus naar huis moet gaan om haar voorspelbare huwelijkscrisis met Allan door te maken, zijn heel wat banaler en oninteressanter.

Die surrealistische sfeer kan echter niet verhinderen dat 'Fur' soms neigt naar silliness. Op een bepaald moment geeft Lionel Diane een jas cadeau, gemaakt van zijn eigen vacht. We zien hoe Diane een luchtmatras laat leeglopen en de lucht die eruit komt gretig opzuigt, omdat ze weet dat Lionel hem heeft opgeblazen. Dat soort dingen. De balans tussen poëzie en onzin is altijd moeilijk te vinden - het is al een verdienste van Shainberg dat hij dat evenwicht zo zelden kwijtraakt.

Nicole Kidman is oké als Diane Arbus, hoewel ze er schijnbaar een gewoonte van maakt om in arthouse films zo weinig mogelijk te doen (zie ook 'Dogville' en 'Birth'). Die passieve underplaying kan werken, maar het kan soms ook op de zenuwen werken. Robert Downey Jr maakt echter meer indruk als real life wookie die toch voortdurend een reële menselijkheid meekrijgt.

'Fur' is sowieso een intrigerende, gedurfde film. Helemaal geslaagd is hij zeker niet en af en toe flirt Shainberg gevaarlijk met de grens tussen het surreële en het lachwekkende, maar er zit wel een sterk concept achter en een overtuigende creativiteit.

E-mailadres Afdrukken
 
Fur
Regie: Steven Shainberg
Scenario: Erin Cressida Wilson
Met: Nicole Kidman; Robert Downey Jr; Ty Burrell

Advertentie
Banner
Advertentie

TEST