Banner

Koning van de Wereld

2.0
Peter De Backer - 12 december 2006




Niks dan lof voor Erik Van Looy (én voor zijn aanstekelijke lachje natuurlijk), maar het succes van 'De Zaak Alzheimer' begint stilaan voor meer en meer bescheten neveneffecten te zorgen. De Vlaamse publiekscinema heeft namelijk de boerkes ingeruild voor de clichés van Hollywood en de exponenten worden steeds gênanter. Na de wannabe blockbuster 'Windkracht 10' wil 'Koning van de Wereld' alles tegelijk zijn - familiekroniek, boksdrama, film noir, gangsterfilm en (jaja) zelfs Griekse tragedie - maar het bedroevende resultaat is nog nauwelijks het predikaat 'film' waard. 'Koning van de Wereld', een vijfdelige miniserie die herknipt (zeg maar vermassacreerd) werd tot een twee uur durend flutfilmpje, heeft het zelfs moeilijk om met haken en ogen aan elkaar te blijven hangen. En het feit dat klasbakken zoals Decleir, De Bouw en De Pauw hier hun talent aan moeten verspillen maakt de pil alleen maar bitterder. Met de serie is het hopelijk iets beter gesteld, maar de filmversie van 'Koning van de Wereld' is alvast een miskleun van jewelste. Straks gaan we die boerkescinema nog beginnen missen.

Het verhaal vertelt het o zo tragische relaas van bokseur Stan Vandewalle (Kevin Janssens, onze zogezegde nieuwe Vlaamse ster) en de ups en downs die hij tijdens zijn turbulente klim naar de top meegemaakt. Met zijn 'handen van God' en zijn diepgewortelde schuldgevoel (zijn broer Aloïs is omgekomen met de moto, de sukkelaar) klopt Stan zich, met de hulp van zijn loyale trainer Max (Jan Decleir), naar de top. Stan's onrustige karakter botst echter al snel met de stoute mannen van de corrupte bokswereld. Zo wordt hij steeds meer gemanipuleerd door het malafide duo Kets (Frank Vercruyssen) en de naar Cuba uitgeweken Platon (Josse De Pauw). Van zijn familie moet hij niet veel hulp verwachten want zijn broer (Koen De Bouw) is een corrupte bookmaker met gokschulden en zijn brave pa (Carry 'Oscar!' Goossens) zit liever bij zijn favoriete hoer dan bij zijn eigen vrouw. De getormenteerde Stan raakt steeds dieper verwikkeld in de wanpraktijken van de maffia en zal uiteindelijk keuzes moeten maken die veel verder reiken dan een strijd om de wereldtitel. En dan mogen nu de pathetische violen van jetje geven...

Het had wel iets kunnen geven, een boksepos met wat strijdvaardige couleur flamande. Zeker als je ziet wat voor gereputeerd Vlaams talent er voor en achter de camera stond. Regisseur Guido Henderickx van het toch wel straffe 'Moeder, Waarom Leven Wij?', scenarist Marc Didden van het onderschatte 'Brussels by Night' en dan nog Frank van Passel (regisseur van melancholische pareltjes 'Terug Naar Oosterdonk' en 'Manneken Pis') op de producerlijst. En dan krijg je zo'n slappe en onsamenhangende bedoening voorgeschoteld. Een project dat alle ingrediënten in huis had om een fameuze uppercut uit te delen, maar zichzelf constant knock-out slaat met knullige dialogen (Ik lieg altijd! brult Platon alsof hij staat te solliciteren voor de rol van slechterik in een Jommeke-film), bordkartonnen personages, bouwvallige decors (moesten ze daarvoor naar Cuba trekken, om wat scènes te filmen in versleten lobby's en hotelkamers?) en een met melo-cheese overgoten verhaal dat spastisch heen en weer staat te springen als een net onthoofde kip. Waar ging het fout? Op het moment dat iemand besliste om uit het vijf uur durende verhaal drie uur weg te knippen en de restanten van het kadaver in de cinema te storten.

Hoe je 'Koning van de Wereld' ook moet zien (een lange trailer voor de serie, een 'best of' van de serie of gewoon een bundeling van cruciale scènes uit de serie), als film werkt het gewoonweg niet. En wat de makers ook mogen beweren, dat heeft helemaal niks te maken met het feit dat we 'weten' dat er een langere versie van het verhaal bestaat. Op twee uur tijd heb ik een uitgebreide collage aan losstaande scènes gezien die zelden samenhang met elkaar vinden. We mogen potverdikke van geluk spreken dat 'Koning van de Wereld' een oubollige en klassieke verhaallijn heeft dat met de meest aftandse clichés aan elkaar hangt, anders zou het nog minder steek houden. Henderickx en co. pikken zowat alles uit betere boksdrama's zoals 'Rocky' (hoor Stan in opgefokte Stallone-modus Aloïs! schreeuwen nadat hij een partij heeft gewonnen) en 'Raging Bull' (de futloze boksscènes werden in zwart-wit gedraaid in een poging om een authentieke jaren vijftig-sfeer te evoceren), maar weten nergens potentieel interessante personages tot leven te wekken of logica in de plottuimelingen te injecteren (de deus ex machina's vallen 'Magnolia'-gewijs als kikkers uit de hemel).

En op die manier krijg je een frusterend knoeiboeltje dat zich geen reet aantrekt van de vele montagekemels en het komen en gaan van al dan niet belangrijke nevenpersonages. Neem nu de rol van Natali Broods (ik weet zelfs niet meer wat haar naam is, zo relevant is ze). Dat ze een potsierlijke parodie lijkt te zijn van een verleidelijke femme fatale wil ik nog even vergeten, maar dat haar personage, toch niet onbelangrijk voor de motivaties van hoofdfiguur Stan, een dik kwartier na haar introductie volledig verdwijnt, getuigt van bijzonder weinig inzicht in het narratief verloop van dit 'epos'. Op dat moment kreeg ik het donkerbruine vermoeden dat er misschien wel een stel ontsnapte bonobo's verantwoordelijk zijn voor het verontrustende montageresultaat. Toen ik Benny Claessens (jaja, broer Benny uit 'Het Geslacht De Pauw') Kuust naa m'n kloten! hoorde poneren nadat Damiaan De Schrijver zijn gitaartje naar de vernieling sloeg, was ik alvast zeker dat het scenario niet van normale mensenhanden afkomstig kon zijn.

Niet dat het veel zoden aan de dijk brengt, maar hier en daar krijg je toch het idee dat het veel meer had kunnen zijn (iets wat de tv-serie nog kan bevestigen). Zijn boksscènes missen dan wel punch, maar voor de rest haalt Henderickx toch wel een paar mooie plaatjes uit zijn camera. Verteller Carry Goossens op zijn telefoonpalen straalt iets poëtisch uit en het gebruik van lage camerastandpunten geeft sporadisch dat noir-element waar de film zo naar snakt. En dan zijn er nog de acteurs, die hier en daar wat meubels redden. Decleir, onze 'grote vis in het kleine vijvertje', staat toch maar weer heerlijk charismatisch te wezen met het, betwistbaar, meest uitgewerkte personage. En ook De Bouw slaagt erin om met zijn karakterkop enige geloofwaardigheid te geven aan zijn verwaarloosde personage. Vercruyssen en De Pauw zijn plezierig, maar dan eerder op de manier dat Borat plezierig is, als eendimensionele karikaturen die er geregeld eens goed óver mogen gaan. En Kevin Janssens... tjah, niet dat hij slecht is, maar voor dit soort rollen moet je toch iets meer ervaring en maturiteit hebben, en dat heeft hij voorlopig nog niet. Meer een Vlaamse Josh Hartnett dan een Vlaamse Brad Pitt, met andere woorden.

Ergens halverweg de film horen we Jan Decleir zeggen: boksen, dat is comme l'amour, dat zit tussen de oren. Alleen jammer dat 'Koning van de Wereld' meer stront dan liefde tussen de oren heeft zitten. Begin maar tot tien te tellen...

E-mailadres Afdrukken
 
Koning van de Wereld
B / 2006
Regie: Guido Henderickx
Scenario: Marc Didden
Met: Kevin Janssens; Jan Decleir; Carry Goossens; Koen De Bouw; Josse De Pauw; Natali Broods
Duur: 112 min.


Advertentie
Banner
Advertentie

TEST