Banner

Little Miss Sunshine

8.0
Peter De Backer - 26 oktober 2006




102 min. / VS / 2006

Na het bekijken van het prettig gestoorde 'Little Miss Sunshine' werd ik overvallen door een pseudo-filosofische bui. Dit kleine filmpje is namelijk het bewijs dat ook de filmwereld aan elkaar hangt met dialectische bewegingen. Laat me dit even toelichten. Een half jaar geleden werd één van de grootste zeepbelhypes in jaren op de mensheid losgelaten: de verfilming van 'The Da Vinci Code'. Het Vaticaan schudde met het vuistje, het publiek liet zich blindelings manipuleren en Ron Howard wreef al in de pollekes. De scheet in de fles mocht daarenboven het filmfestival van Cannes openen, dus het moest wel de moeite zijn. Er ging volk kijken, veel volk zelfs, maar wat bleef er over na twee weken? Bitter weinig. De affiches waren al lang uit het straatbeeld verdwenen, de film werd op z'n best halflauw ontvangen door het publiek en de allesvretende massa was al volledig in de ban van de de volgende aftelhype (iets met piraten, een uit de kluiten gewassen octopus en veel mascara). Een zoveelste geforceerde marketingdiarree die even snel uitdroogde als ze opkwam. En dan krijg je zoiets als 'Little Miss Sunshine', een piepklein filmpje dat nauwelijks bekende koppen in huis heeft, over geen miljoenenbudget beschikte om de media te kapen, maar dankzij zijn aanwezigheid op het Sundance Film Festival toch een prikkelende hype wist te ontketenen. Een hype die niet in gang werd gestoken door de men in suits maar door het publiek en een onverwoestbare mond-aan-mondreclame. De publiekslieveling werd steeds populairder, groeide uit tot dé verrassingshit van de voorbije zomer en haalt met een beetje geluk de rode loper van de nakende Oscarrace. Zelfs het verwijfde kapsel van Tom Hanks zag dit dondersteentje in de verste verte niet aankomen...

We maken kennis met de Hoovers, de meest disfunctionele familie sinds Wes Anderson zijn 'Royal Tenenbaums' voorstelde. Vader Richard (Greg Kinnear, die de laatste tijd steeds beter lijkt te acteren) is een mislukte motivatiespreker met een 'how to become a winner'-stappenplan, oom Frank (Steve Carell) is een homoseksuele docent die net een zelfmoordpoging achter de rug heeft, zoon Dwayne (Paul Dano) leeft al negen maanden met een zwijggelofte, het zevenjarige dochtertje Olive (Abigail 'zo schattig dat je ze tussen een pannekoek wil rollen en opeten' Breslin) is geobsedeerd door schoonheidswedstrijden, opa (een briljante Alan Arkin) is een vuilbekkende heroïneverslaafde en moeder Sheryl (Toni Colette) probeert het zootje ongeregeld samen houden. Op een dag krijgt de familie te horen dat Olive geselecteerd is voor de finale van een beauty contest (zo'n typisch Amerikaanse 'lok de pedofielen eens uit hun nest'-wedstrijd waar jonge meisjes opdraven als levensechte barbiepoppen, the horror!) in Californië. Ze hebben nauwelijks tijd om er te geraken, totaal geen zin om twee dagen met elkaar opgescheept te zitten maar daar gaan ze dan, in een krakkemikkig Volkswagen-busje richting westkust, om dochterlief koste wat het kost naar die tenenkrommende parade te krijgen.

Van heel ver toont 'Little Miss Sunshine' misschien gelijkenissen met platte road trip-komedies à la 'National Lampoon's Vacation' of het onlangs uitgekotste 'RV', maar godzijdank bevinden we ons dichter bij het disfunctionele vaarwater waar vorig jaar 'Sideways' nog gezapig langs kabbelde. 'Little Miss Sunshine' is namelijk een verhaal over sympathieke losers (en neen, Jean-Marie Dedecker behoort niet tot die categorie) die veel herkenbaarder zijn dan eender welke zelfverklaarde normale mens. De familie Hoover is een nest buitenbeentjes dat bijna ten onder gaat aan de interne conflicten ('Again with the fucking chicken!' brult opa wanneer er nog maar eens een emmer vettige kippebillen wordt voorgeschoteld als avondeten) en persoonlijke teleurstellingen. Ze hebben allemaal hun verwachtingen (pa wil een uitgeverscontract voor zijn boek, zoon wil bij de luchtmacht, dochter wil schoonheidsprinses worden en opa wil zijn dagelijkse portie seks en drugs), maar keer op keer worden ze geconfronteerd met het feit dat ze nooit die Amerikaanse droom (wat dat ook mag betekenen) zullen waarmaken. Vervolgens wordt de onderhuidse spanning nog extra opgedreven door de kliek in een busje te steken (dat al even erg rammelt als de familie zelf) en ze de baan op te sturen. Als een soort ultieme test zullen ze met zichzelf en met elkaar moeten leren leven. Dat is zo'n beetje het licht-satirische kader waarin wonderkoppel Dayton en Faris hun bijzonder grappige tragikomische road trip uitstippelen.

Wat 'Little Miss Sunshine' zoveel meer maakt dan de som van zijn delen, is de manier waarop alles, op een bijna wonderbaarlijke wijze, zo harmonieus samenkomt. De hoofdplot is vrij klassiek, maar de zijkronkels barsten van de originele en onverwachte vondsten. Kijk maar eens hoe Frank zich in alle bochten wringt om zijn zelfmoordpoging en mislukte liefdesleven zo verantwoord mogelijk uit te leggen aan zijn nichtje ('You fell in love with a boy? That's silly!'). De personages krijgen voldoende diepgang mee om te ontsnappen aan het typische 'leuke maar betekenisloze typetjes'-etiket en ook qua humor valt 'Little Miss Sunshine' nauwelijks in één hokje te plaatsen. Zwarte komedie, clevere satire, ouderwetse slapstick (de running gag met het starten van het busje is een instant-klassieker), kurkdroog sarcasme (Richard: 'Sarcasm is just losers trying to bring winners down to their level'. Reactie van Frank: 'Wow, you've really opened my eyes to what a loser I am. How much do I owe you for those pearls of wisdom?') en sappige oneliners; het zit er allemaal in en het is perfect gebalanceerd. Ongelooflijk straf noem ik dat en het deed me zelfs denken aan het betere komische werk van Billy Wilder.

De cast is nagenoeg perfect. De dialogen zijn al geweldig, maar ze worden nog beter wanneer ze de juiste eigenaar krijgen om ze te brengen. Ik ga hier niet elke acteur een lyrische bewierooking verschaffen (onze recensies zijn al lang genoeg), maar voor twee uitschieters maak ik graag een uitzondering. Steve Carell brak vorig jaar door met het verrassende amusante 'The 40 Year-Old Virgin' en bevestigt met 'Little Miss Sunshine' niet alleen zijn talent voor komische timing maar hij laat ook zien dat hij een meer serieuze rol aankan. Zijn air de tristesse en melancholische weemoed is zo schrijnend dat hij zonder probleem een treurwilg-trio met Paul Giammatti en Bill Murray kan vormen. De andere eervolle vermelding gaat naar Alan Arkin als chagrijnige grootvader. Of hij nu smakeloze seksanekdotes vertelt of een ontroerende peptalk heeft met zijn kleindochter, Arkin steelt elke scène waarin hij passeert en dat terwijl zijn personage het minst is uitgewerkt, crazy! Maar bon, de rest van de acteurs zijn in principe even sterk bezig (hou die kleine Abigail maar in de gaten) en moest er een Oscar voor beste ensemble bestaan, 'Little Miss Sunshine' had 'm al lang in z'n zak zitten.

Het is pas wanneer de nu al legendarische finale (de draak steken met schoonheidswedstrijden is altijd lachen) in gang wordt getrokken dat je ten volle beseft naar wat voor een verrukkelijk stukje feelgood-cinema je al anderhalf uur hebt zitten loeren. Het is een hilarische, verrassende en vooral bevrijdende katharsis waarbij ik mij letterlijk moest inhouden om niet uit mijn zeteltje te springen en te beginnen applaudiseren. Net zoals de finale is 'Little Miss Sunshine' een crowdpleaser die nergens oppervlakkig wordt, oprechte emoties bevat en z'n bitterzoete boodschap met evenveel scherpte als warmte overbrengt. Kortom, de kleine losers zijn wel degelijk grote winnaars.

E-mailadres Afdrukken
 
Little Miss Sunshine
VS / 2006
Regie: Jonathan Dayton; Valerie Faris
Scenario: Michael Arndt
Met: Greg Kinnear; Toni Colette; Steve Carell; Alan Arkin
Duur: 102 min.


Advertentie
Banner
Advertentie

TEST