Banner

World Trade Center

2.0
Dennis Van Dessel - 11 september 2006




Naar aanleiding van de release van de eerste twee bioscoopfilms over 9/11 - 'United 93' en deze 'World Trade Center' - heb ik in heel wat publicaties opmerkingen gelezen over hoe "het nog lang geduurd heeft". Vijf jaar nadat een handvol radicalen een nieuw hoofdstuk in onze recente geschiedenis begon te schrijven, waren de Amerikanen eindelijk klaar om dat voorval te "mediatiseren", klinkt het dan. Terwijl dat mediatiseren natuurlijk al lang begonnen was. Op het moment dat dat eerste vliegtuig zich in de WTC-toren boorde, om precies te zijn. Iedereen, inclusief het leger en de brandweer, haalde zijn informatie over wat er gaande was van CNN. Tot weken daarna werd er zo goed als over niets anders gesproken op tv - haastig in elkaar gestoken documentaires volgden kort daarop. Een jaartje of twee later kwamen de tv-films. En nu dan de bioscoopfilms. Het heeft nog lang geduurd? Vergeet het maar. De tv-rechten op het drama waren al verkocht nog voor de torens waren ingestort, de filmrechten werden de volgende dag van de hand gedaan, eens Hollywood er relatief zeker van was dat het zelf niet aangevallen zou worden.

Iedereen hield z'n hart vast voor de cinema-ervaring van 9/11 - wat zouden ze ervan maken, hoe respectvol zou het zijn, zouden de overlevenden er wel mee kunnen lachen? Paul Greengrass z'n 'United 93' was een schot in de roos, een beklijvend pseudo-documentair drama dat de angst en onzekerheid van die fatale dinsdag perfect wist te recreëren. En nu komt Oliver Stone met 'World Trade Center' - van alle regisseurs ter wereld, uitgerekend Oliver Stone, een enfant terrible wiens films gekend staan om hun harde kritiek op de Amerikaanse overheid. Sommigen verwachtten al een vlammende donderpreek tegen Bush en zijn regering, maar zo'n vaart is het niet gelopen. 'World Trade Center' is een opvallend braaf, conventioneel drama geworden waarin Stone alle heilige huisjes zorgvuldig overeind laat staan. Hij zet er zelfs een paar weer rechtop die hij eerder in zijn carrière had omver getrapt.

De regisseur vertelt het verhaal van John McLoughlin (Nicolas Cage) en Will Jimeno (Michael Pena), twee New Yorkse flikken die na de crash van het eerste vliegtuig het WTC worden ingestuurd om te helpen met de evacuatie. Ze bevinden zich nog in het gebouw wanneer het instort, en raken bedolven onder het puin. Een hele dag blijven ze daar liggen, levend begraven onder muurvaste brokken steen en ijzer. Ze kunnen zich niet bewegen, en dus alleen maar hopen dat er iemand hen tijdig vindt.

Ik veronderstel dat dat een verhaal is dat de moeite van het vertellen waard is, maar het is ook een bijzonder moeilijk verhaal om een film van twee uur aan te wijden. Na ongeveer een half uurtje zijn de gebouwen immers ingestort en liggen McLoughlin en Jimeno daar - de twee hoofdpersonages, volledig immobiel en in het donker. Probeer daar maar eens anderhalf uur lang een boeiend drama rond te construeren. Stone probeert dat structurele probleem (dat inherent is aan het materiaal) op te lossen door weg te cutten naar het thuisfront, waar ongeruste echtgenotes Maria Bello (als de eega van Nicolas Cage) en Maggie Gyllenhaal (als die van Pena) wanhopig op nieuws zitten te wachten. De regisseur gooit er zelfs een paar flash-backs naar het familieleven van de bedolven flikken tegenaan, én een paar droomscènes, allemaal om toch maar te kunnen ontsnappen aan de dead end-situatie waarin hij zich bevindt. 'World Trade Center' is een prent die zichzelf noodgedwongen, gewoon door de realiteit te volgen van wat er toen gebeurde, in een hoekje filmt: eens de hoofdpersonages onder dat puin zitten, kan Stone samen met hen eigenlijk geen kant meer op. Stone probeert langs alle kanten om daaraan te ontsnappen, maar dat lukt hem niet zo best.

Emotie is nooit de regisseur z'n grootste kracht geweest. Telkens wanneer hij pogingen ondernam om oprechte gevoelens op het scherm te brengen, eindigde hij bij sentiment. Over het algemeen waren zijn films echter zo hard en confronterend, dat die korte speldenprikjes van melodramatiek niet echt kwaad konden. Het dansje op 'Moon River' in 'Born on the Fourth of July' bijvoorbeeld, was melig, ja. Maar de rest van die film was dan ook beenhard, dus dan stoort zo'n scène niet. In 'World Trade Center' maken dat soort van stroopmomenten echter de helft van de film op: we krijgen flash-backs naar Nicolas Cage die zijn zoontje leert timmeren, naar Michael Pena die een naam probeert te verzinnen voor zijn toekomstige dochter en naar andere lieflijke taferelen van huiselijk geluk, gefilmd in een gelukzalige flou artistique. De conversaties tussen de twee mannen onder de brokstukken zullen dan wel gedeeltelijk gebaseerd zijn op wat ze daar echt gezegd hebben, maar ze beantwoorden nog steeds aan alle clichés uit het boekje: "Zou mijn vrouw wel weten dat ik haar graag zie", en "Verdorie, ik wou dat ik onze keuken nog had kunnen afmaken", dat zijn zo ongeveer de dingen waar een mens aan denkt wanneer hij de dood in ogen kijkt. De meest bizarre (en storende) emo-scènes in de film zijn echter een tweetal droomsegmenten waarin Stone er zelfs niet voor terugdeinst om een Christusfiguur op te laten duiken. (Je moet het zien om het te geloven.) Oliver Stone, ooit een beeldenstormer zonder weerga, heeft hier een typisch Hollywoodiaanse tranentrekker gemaakt die op alle voorspelbare emotionele knopjes drukt. Nu had ik niet echt verwacht dat hij het zou aandurven om een controversiële paranoia-thriller rond 9/11 te maken, maar 'World Trade Center' is een film waar echt àlle weerhaakjes van zijn weggevijld. Misschien komt het door een ongezonde dosis angst na het floppen van 'Alexander', maar Stone is met deze prent in de pas van het establishment gaan lopen. 'Alexander' was slecht, maar hij was tenminste slecht op Stone z'n eigen voorwaarden. 'World Trade Center' is gewoon de conventionaliteit ten top. Dat we dat nog mogen meemaken van de regisseur van 'Platoon' en 'JFK'.

Een nevenplot rond marinier David Karnes lijkt al helemààl niet te passen in een Oliver Stone-film. Vlak na de aanslagen zien we deze gung-ho soldaat een snelle blik werpen op het crucifix in z'n plaatselijke kerkje vooraleer naar Ground Zero te hollen om te gaan helpen. Eens hij McLoughlin en Jimeno gevonden heeft, begint hij chronisch überamerikaanse clichés te spuien, zoals: "We halen jullie er wel uit. Wij zijn mariniers, en jullie zijn onze missie!", en, nog het ergst van allemaal: "Ik moet paraat staan, want de mariniers gaan nodig zijn om wraak te nemen hiervoor!" Die laatste uitspraak is zo misselijk, dat ze eerder in 'Pearl Harbor' thuishoort dan hier. Wat is er gebeurd met Oliver Stone, dat hij dit soort opruiende praat in zijn film toelaat?

'World Trade Center' is een verschrikkelijk sentimentele film, die nauwelijks extra punten wint door de goede vertolkingen van Maggie Gyllenhaal en Michael Pena (Nicolas Cage is dan weer wat magertjes aan het presteren). Geen idee wie het is die Oliver Stone's ballen heeft gestolen, maar wil die persoon ze alstublieft zo snel mogelijk terugbezorgen aan de afdeling verloren voorwerpen?
E-mailadres Afdrukken
 
World Trade Center
USA / 2006
Regie: Oliver Stone
Scenario: Andrea Berloff
Met: Nicolas Cage; Michael Pena; Maggie Gyllenhaal; Maria Bello
Duur: 129 min.


Advertentie
Banner
Advertentie

TEST