Banner

The Wind That Shakes the Barley

7.0
Dennis Van Dessel - 07 september 2006




Iedereen die ooit een bewijs nodig had dat leeftijd niks zegt, moet maar eens kijken naar de carrière van Ken Loach; filmmaker, onverbeterlijke rooie en keetschopper extraordinaire. Zeventig is de man dit jaar, maar, vals gebit of niet, als het erop aankomt zijn zijn tandjes nog steeds vlijmscherp. 'The Wind That Shakes the Barley', winnaar van de Gouden Palm in Cannes, is een gepassioneerd historisch-politiek epos over de Noord-Ierse opstand in de jaren 1920. En hoewel Loach al een heel tijdje seniorenkorting krijgt op het openbaar vervoer, is hij erin geslaagd om een gedreven film te maken die brandt van de nauwelijks verholen woede en verontwaardiging. Zeventig jaar oud en mighty pissed off: dàt is Ken Loach.

Cillian Murphy speelt Damien O'Donovan, een zachtmoedige dokter die van plan is om zijn dorp in Noord-Ierland te verlaten om in een ziekenhuis in Londen te werken. Zijn vrienden, bijna allemaal Iers-nationalisten, proberen hem te overhalen om te blijven en mee te vechten in hun onafhankelijkheidsstrijd, maar Damien wil toch vertrekken. Het is pas wanneer hij ziet hoe Britse soldaten een treinconducteur in elkaar rammen, dat hij van gedachte verandert. Damien sluit zich aan bij het IRA, onder leiding van zijn eigen broer Teddy (Padraic Delaney). Langzaam maar zeker komt er iets in de aard van een georganiseerd verzet op gang, dat uiteindelijk leidt tot het Anglo-Irish Treaty van 1921: de Britse troepen vertrekken uit Noord-Ierland, maar het land hoort wel nog steeds bij Groot-Brittannië. Nu komt het tot een burgeroorlog tussen degenen die het verdrag accepteren en degenen die er niks van willen weten - de Ieren die vroeger zij aan zij vochten, staan nu plots met getrokken wapens tegenover elkaar.

Ik ben niet zeker of er ooit wel zoiets heeft bestaan als "subtiele politieke cinema". Alle politieke films die ik me kan herinneren, hebben hun punt er vrij nadrukkelijk ingeramd - dat is eigen aan het genre, denk ik: het is moeilijk om én gepassioneerd, én subtiel te zijn. Ken Loach trekt zich hier van een voorzichtige aanpak alvast niks aan: tijdens het eerste uur toont hij ons hoe Britse soldaten schijnbaar willekeurig razzia's plegen op Ierse huishoudens. De mannen worden afgerammeld, de vrouwen vernederd, en op die manier kweken ze zelf het klimaat voor tegenaanvallen van de mensen die ze onderdrukken. Er laat hier geen Brit z'n gezicht zien zonder dat hij begint te brullen, meppen of schieten. Een schandelijk ééndimensionele afschildering van die soldaten, heeft de Britse pers al geroepen, en ik veronderstel dat je ze daar niet helemaal ongelijk in kunt geven. Maar die scènes zorgen wel voor een aantal huiveringwekkende momenten (na George Clooney in 'Syriana' krijgen we alweer een personage dat een paar vingernagels kwijtraakt, en het is nog steeds een verschrikkelijk zicht), én bovendien laten ze Loach toe om een parallel te trekken met de huidige situatie in Irak. De regisseur heeft zijn mening over dat conflict nooit onder stoelen of banken gestoken, en de shock and awe-tactieken van het Britse leger hier laten zich maar al te makkelijk vertalen naar Amerikaanse troepen die Iraakse dorpen binnenvallen.

Vanaf het tweede uur van de film wordt die anti-Britse mentaliteit ietwat genuanceerd: eerst krijgen we de beste scène, waarin Damien verplicht wordt om een kameraad te executeren wegens verraad. Voor het eerst krijgen we de donkere zijde van de pas opgerichte IRA te zien - de moordenaars van moordenaars zijn ook moordenaars, tenslotte. Daarna zien we hoe de groep steeds verder uit elkaar brokkelt en worden we verplicht om ons af te vragen waar nationalisme eindigt en extremisme begint - een vraag die behoorlijk relevant is, tegenwoordig. De Britten vertrekken, maar vervolgens keren de Ieren zich gewoon tegen zichzelf, zodat je je kunt afvragen wat nu het wezenlijke verschil is.

Die poging tot nuancering is er dus wel, maar vergis u vooral niet: erg veel liefde is er tussen Loach en het Britse leger niet te vinden. De regisseur vertelt in de eerste helft van 'The Wind' het verhaal van een buitenlandse macht die de plaatselijke bevolking onderdrukt en zoals hij dat in beeld brengt, zou je bijna kunnen stellen dat de enige goeie Britse soldaat een dode Britse soldaat is. Voor de rest kon ik me over die politieke eenzijdigheid weinig zorgen maken, omdat het zo goed werkt als filmisch drama: 'The Wind' is tijdens z'n eerste negentig minuten opgetrokken uit ijzersterke, soms brutaal gewelddadige scènes. De folterscène, de training met het pakje sigaretten, een razzia waarbij Damiens liefje en haar moeder hard worden aangepakt terwijl hij enkel vanop een afstand kan toekijken... Subtiel? Nog bij lange na niet. Effectief? You betcha.

Dat mokerslag-effect wordt versterkt door de bijzonder sfeervolle fotografie van Barry Ackroyd, die erin slaagt om het 'Angela's Ashes'-effect te vermijden. Dat effect bestaat erin dat het in films over Ierland altijd regent en dat elke straat en elk huis eruit ziet als een identieke schooiersbuurt in Polen. Ackroyd gaat aan die clichés voorbij en weet van zijn Ierland een zeer tastbare plek te maken, doordrongen van een soort verloren schoonheid. Dit is een land dat mooi zou kùnnen zijn, als ze maar eens ophielden het plat te branden en kapot te schieten.

Ook de acteerprestaties helpen: Cillian Murphy draagt de hele film, zonder zich ooit te bezondigen aan showy acteermomenten. Hij blijft het hele verhaal lang rustig en introspectief, zonder zijn charisma kwijt te spelen. Loach heeft overigens de gewoonte om versprekingen en kleine fouten van zijn acteurs in de film te laten zitten, wat de levensechtheid van de teksten erg helpt. In het echte leven breken mensen continu af als ze spreken, om dan opnieuw te beginnen of een woord te herhalen. In films doen mensen dat normaal gezien nooit.

'The Wind' is 90 minuten lang bijzonder krachtig drama, tot Loach het in extremis toch nog nodig vindt om nadrukkelijk te beginnen prediken. In een poging om een fair en genuanceerd portret van het Anglo-Irish Treaty te schetsen, last hij lange scènes in waarin de personages in een kringetje zitten te debatteren - té lange scènes. Bovendien voelt Loach zich ook verplicht om de Katholieke Kerk een veeg uit de pan te geven. Wat zijn goed recht is, maar het wordt er aan de haren bij gesleurd in één enkele scène aan het einde. Dé vuistregel voor dit soort cinema is: show, don't tell. Tijdens de laatste 35 minuten begint Loach plotseling te vertellen in plaats van te tonen, wat resulteert in een afknapper.

Maar ga toch maar kijken: anderhalf uur lang is 'The Wind' immers een klein meesterwerkje, emotioneel indrukwekkend, goed geacteerd en prachtig gefilmd. Oké, de film eindigt dan wel in mineur, maar dit blijft een krachtig stukje cinema, woedend en oprecht.
E-mailadres Afdrukken
 
The Wind That Shakes the Barley
UK / 2006
Regie: Ken Loach
Scenario: Paul Laverty
Met: Cillian Murphy; Padraic Delaney; Liam Cunningham
Duur: 127 min.


Advertentie
Banner
Advertentie

TEST