Banner

Firewall

4.0
Dennis Van Dessel - 19 april 2006




Wat moet het ongelooflijk comfortabel zijn om Harrison Ford te heten: je bent zo rijk als de zee diep is, in je beroep heb je niks meer te bewijzen (je hebt zelfs al een lifetime achievement award gekregen, ga dààr maar eens aanstaan) en bijgevolg kun je je dagen rustig vullen met wat gesleutel aan je privé-vliegtuigen. Als je jezelf wat te oud voelt worden, neem je snel een vriendin die geboren werd rond de tijd dat je zelf de pensioengerechtigde leeftijd bereikte en heel af en toe, als je zin hebt, speel je nog eens mee in een filmpje. En als je dat doet, zorg je er uiteraard voor dat er geen al te grote inspanningen van je worden vereist: Harrison Ford speelt Harrison Ford, altijd en overal. Je gromt je teksten alsof je net uit bed bent gestapt, ongeacht je leeftijd kick je nog regelmatig ass, en van tijd tot tijd debiteer je een goed bekkende one-liner die zo in de trailer kan. In het geval van 'Firewall' is dat: 'Change of plans, asshole!' Right on! Nee, er is niet veel nieuws onder de zon in 'Firewall'. Dit soort film is wat het is, niet meer en niet minder.

Ford speelt Jack Stanfield, een beveiligingsexpert die een waterdicht computersysteem heeft ontwikkeld om banktransacties veilig te laten verlopen. Zijn leven verloopt lekker (vrouw, onmogelijk schattige kindertjes, keffer, puh-rachtig huis), totdat hij brutaal wordt gehomejackt door Bill (Paul Bettany). Samen met een aantal compagnons houdt Bill Jacks gezin gegijzeld om hem zo te verplichten om zijn eigen beveiligingssysteem te omzeilen en zo'n honderd miljoen door te sluizen naar een offshore account. Aanvankelijk lijkt Bill Jack helemaal in de tang te hebben, maar hey, dit is dus wel Indiana Jones waar we het over hebben. Voor je het weet, trekt Ford alweer zijn karakteristieke grijns en bromt hij alweer als vanouds zijn one-liners.

Tijdens het eerste uur is 'Firewall' aardig amusement, dat zeer degelijk wordt opgezet. Regisseur Richard Loncraine, die eerder al verantwoordelijk was voor de komedie 'Wimbledon', kleurt nergens buiten de lijntjes van het genre, maar de rustige set-up die hij hier geeft doet alvast denken aan betere tijden, toen het nog niet noodzakelijk werd geacht om de eerste explosie binnen de vijf minuten af te werken. Die aanpak is oerklassiek, maar ze wérkt: wanneer we aan het begin van de film zien dat een speelgoedautootje storingen veroorzaakt op de tv, weten we natuurlijk direct dat dat achteraf nog van pas zal komen. Wanneer Jack totaal onverwacht bezoek krijgt van een crediteur die beweert dat hij 95.000 dollar aan gokschulden heeft opgelopen, weten we uiteraard wel dat dat slechts een voorbode is van de dingen die nog zullen komen. Maar goed, ik was al blij dat er nog eens een film verscheen waarin er effectief sprake is vàn een opbouw. Elementen die in de eerste akte worden aangebracht, krijgen later een pay off, en zo hoort dat. De meeste thrillers van de laatste jaren schijnen nooit verder vooruit te plannen dan de volgende vijf minuten, óf ze voegen aan het einde een plottwist toe die zo van de put gerukt is dat alles wat voordien kwam eigenlijk irrelevant wordt (denk aan 'Basic Instinct 2', of nog beter: doe dat vooral niet).

Het is echter na dat eerste uur dat het fout loopt. Want natuurlijk vindt Ford wel een manier om terug te slaan, en eens hij daaraan begint, bloedt alle geloofwaardigheid zienderogen uit de prent weg. We krijgen plotwendingen rond een hond met een GPS-systeem in z'n halsband waar je op z'n best je wenkbrauwen eens bij kunt fronsen, Ford doet vanalles met een iPod waar zo'n ding niet voor gemaakt is en aan het einde mag hij natuurlijk bewijzen dat hij, voor een man van 63, nog degelijk uit de voeten kan. Tijdens de finale actiescène tussen hem en Paul Bettany moet Ford het niet enkel opnemen tegen een man die ongeveer half zo oud is als hij, maar vooral ook tegen de geest van zijn eigen jongere zelf, zoals we die nog kennen uit de 'Indy'- en 'Star Wars'-films. Op een leeftijd waarop de incontinentiepamper misschien geen decennium in de toekomst meer ligt, moet hij geloofwaardig een gezonde man van 35 in elkaar rammen. Het lukt hem - net. Maar het zal mij benieuwen hoelang hij daar nog mee door kan gaan.

Afgezonderd van die van de pot gerukte finale, had ik ook moeite met een aantal van de bijrollen. Robert Forster en Robert Patrick (ooit nog een onvergetelijke moordmachine in 'Terminator 2') duiken heel even op en worden vervolgens weer afgevoerd, zonder dat ze echt iets wezenlijks bijdragen aan de plot. Hetzelfde kan trouwens gezegd worden van Alan Arkin - grote acteurs in kleine bijrolletjes, die in feite maar weinig in de film komen zoeken, behalve dan dat ze de wereld van de prent net iets groter maken. Jack werkt op een kantoor, op dat kantoor moeten mensen rondlopen, dus geven we die mensen maar enkele regels tekst en we laten ze spelen door gereputeerde acteurs op hun retour. Dan kun je die namen in ieder geval op je affiche zetten.

'Firewall' is professioneel gemaakt amusement, dat met z'n zuinige 105 minuten geen seconde te lang duurt, en vooral Paul Bettany is erg goed als de stereotypische schurk-met-Brits-accent. Maar het is allemaal zó voorspelbaar, en het einde is er zó ver over, dat de film toch nooit boven de grijze middelmaat weet uit te komen. Kijken en vergeten.
E-mailadres Afdrukken
 
Firewall
USA / 2006
Regie: Richard Loncraine
Scenario: Joe Forte
Met: Harrison Ford; Paul Bettany; Virginia Madsen; Mary Lynn Rajskub
Duur: 105 min.


Advertentie
Banner
Advertentie

TEST