Banner

The Producers

1.0
Dennis Van Dessel - 02 april 2006




Eerst maar even een lesje filmgeschiedenis: Mel Brooks maakte in 1968 zijn regiedebuut met 'The Producers', een verschrikkelijk politiek incorrecte komedie over twee malafide theaterproducenten die geld willen kloppen uit een musical rond Hitler. Er werd gelachen met homo's, oude dametjes, Zweedse seksbommen en natuurlijk neo-nazi's, er werd ongelooflijk geschmierd door zowat alle acteurs en de constante slechte smaak wilde maar niet ophouden. De hele wereld was er gek van, en Brooks kreeg zelfs een Oscar voor het beste scenario. Flash foward naar de vroege jaren 2000. Mel Brooks is ondertussen hoogbejaard, de laatste film die hij regisseerde was de flop 'Dracula: Dead and Loving It', en de brave man heeft geen nieuwe ideeën meer. Dus wat doet hij? Hij maakt van zijn eerste succes, 'The Producers', een Broadway musical. Nu, met de release van filmversie van die musical, is de cirkel weer rond: we krijgen hier een film, gebaseerd op een musical, gebaseerd op een film die over een musical ging. Verdomd grote cirkel, ja, maar toch: rond is hij.

Eén van de beroemdste uitspraken die Brooks ooit heeft gedaan, was dat zijn films niet vulgair waren: 'My movies rise below vulgarity.' En daar had hij gelijk in: Brooks heeft heel z'n carrière lang bewust de onderste regionen van de onnozele humor opgezocht. Denk maar aan de bonenscène uit 'Blazing Saddles' of Madeline Kahn als keizerin Nympho in 'History of the World, Part I'. Ook de originele 'Producers' was plat en bij tijden ronduit belachelijk. Maar het tempo lag zo geweldig hoog, en de sfeer van de film was zo onschuldig, dat je je er nauwelijks aan kon storen. Hysterie was de normale toon van de prent, en 83 minuten lang viel daar best van te genieten.

Nu is er dan de musicalversie, die net zo hysterisch is als de eerste film, maar dat maar liefst 134 (!) minuten lang. En buiten de platte humor, krijgen we ook nog eens ongegeneerde kitsch tijdens de zangnummers. Zoals een bekend politicus ooit zei: trop is te veel. Na een tijdje krijg je de indruk dat regisseur Susan Stroman haar acteurs simpelweg de instructie gaf: 'Loop maar wat over en weer op de set en gil zo luid mogelijk.' Zó chaotisch en vermoeiend is 'The Producers' anno 2006.

Het verhaal is in principe onveranderd gebleven: Max Bialystock (hier gespeeld door Nathan Lane, in '68 door Zero Mostel) is een corrupte theaterproducent die al in jaren geen hit meer heeft gehad en financiering moet zien los te krijgen van geile oude vrouwtjes. Na een ontmoeting met de überneurotische boekhouder Leo Bloom (hier Matthew Broderick, vorige keer Gene Wilder, en ik snap nog steeds niet wat een verwijzing naar 'Ulysses' in dit soort film komt doen), krijgt Bialystock het idee om munt te slaan uit een volgende mislukte productie. Hij besluit het script 'Springtime For Hitler' op de planken te brengen, geschreven door een gesjeesde ex-nazi (Will Ferrell), en maar liefst twee miljoen dollar te investeren in de show, die er maar 100.000 zal kosten. Als de show mislukt, kunnen hij en Bloom de overschot van dat geld in hun eigen zak steken. Wordt het toch een succes, dat hebben ze natuurlijk zware problemen.

'The Producers' is bovenal een drukke film. Dat was hij al in '68, en dat is hij nu nog steeds: de acteurs rennen heen en weer, schreeuwen en trekken gezichten, vallen in pure slapstick-stijl om de twee minuten op hun kont en ze gesticuleren alsof ze levende windmolens zijn. In de eerste film was dat nog te verantwoorden, omdat elke scène slechts een minuut of vijf duurde, en die korte segmentjes werden dan ook volgestouwd met zoveel mogelijk grappen en situaties. Door de transformatie naar de musicalvorm, wordt alles echter vrijwel automatisch uitgerokken tot twee of drie keer dezelfde lengte. Neem nu een scène waarin Bialystock en Bloom een regisseur voor hun musical gaan opzoeken: Roger DeBris (Gary Beach) is een supernicht die in een glitterjurk de kamer komt binnengetreden. In de versie van '68 was dàt de punch-line van de scène en hield het daarmee op. In deze versie wordt er echter nog een heel koor aan andere verwijfde homo's in roze pakjes bijgesleurd en krijgen we een liedje van zo'n tien minuten, waarin de veren van de boa's in het rond vliegen. Wat toen al een beetje naar de overkill neigde, gaat hier ver, ver, ver over de top. Zover over de top, dat de top niet eens meer zichtbaar is in de diepte.

Nog een probleem met die overacting, is dat Zero Mostel en Gene Wilder tenminste overacteerden als de personages. Lane en Broderick daarentegen, doen absoluut niets om zich de personages eigen te maken, maar imiteren gewoon hun voorgangers. Vooral Broderick heeft daar last van: hij probeert zich de tics en zelfs de spraakpatronen van Gene Wilder eigen te maken, maar eindigt enkel met een irritante nabootsing. De beide hoofdacteurs speelden dezelfde rollen ook al op Broadway, en ze zijn schijnbaar vergeten dat het niet meer nodig is om de mensen op de achterste rij te bereiken met hun groteske mimiek en vocale capriolen.

De musicalnummers zelf zijn onmemorabel (ik daag iedereen uit om twee dagen na het bekijken van de film ook maar één liedje na te neurieën) en wat erger is: ze dragen niets bij aan het verhaal. In feite krijgen we de hele plot tijdens de gewone dialoogscènes, waarna de liedjes nog eens herhalen wat we al wisten. Vergelijk bijvoorbeeld het begin van de originele film en deze: Leo Bloom twijfelt aanvankelijk of hij wil meewerken aan Bialystocks plan, maar omdat hij zich zo verveelt in z'n saaie leventje, doet hij het toch. In '68 had Mel Brooks daar één goeie dialoog van drie minuten voor nodig. Hier krijgen we maar liefst twee nummers van meer dan vijf minuten om hetzelfde uit te leggen. Aan het einde van de film zingt Nathan Lane een liedje waarin hij de hele plot nog eens recapituleert, allicht voor de mensen die de voorbije twee uur niet hebben opgelet. Waarvoor is dat nodig? Alleen maar om tijd te rekken, veronderstel ik, want verder hebben die nummers geen enkel nut.

Een klein lichtpuntje: we krijgen Uma Thurman als wulpse secretaresse Ulla, die halverwege de prent opduikt en vervolgens onophoudelijk met haar kont en borsten schudt. Zo hebben we toch nog iéts interessants om naar te kijken. Voor het overige is dit puur afval: een musical zonder goeie liedjes, een komedie die de slechte smaak van toen combineert met onuitstaanbare kitsch van vandaag, en dat alles tot een ondraaglijke lengte van twee uur en een kwartier uitrekt. Zou Mel Brooks niet beter definitief op pensioen gaan, nu er nog een kleine kans bestaat dat hij herinnerd zal worden als de regisseur van 'Young Frankenstein'?
E-mailadres Afdrukken
 
The Producers
USA / 2005
Regie: Susan Stroman
Scenario: Mel Brooks; Thomas Meehan
Met: Nathan Lane; Matthew Broderick; Uma Thurman; Will Ferrell
Duur: 134 min.


Advertentie
Banner
Advertentie

TEST