Banner

Walk the Line

8.0
Dennis Van Dessel - 06 februari 2006




Geen bokser zo dood, geen zanger zo blind en geen acteur zo neurotisch of ze maken er in Amerika wel een biopic over. Heel vaak zijn dat soort films nogal ergerlijke heiligenlevens die gretig gebruik maken van elk cliché dat zich maar aandient (hallo 'Cinderella Man'). Maar het kàn ook goed aflopen. Stephen Hopkins bewees dat toen hij 'The Life and Death of Peter Sellers' verleden jaar injecteerde met voldoende humor, intelligentie en stijl om er het soort film van te maken dat het genre oversteeg. James Mangold, die in het verleden niet écht indruk maakte met middelmatige projecten als 'Girl, Interrupted' en 'Identity', voegt nu alvast één titel toe aan het veel te korte lijstje goeie biopics met 'Walk the Line', over country legende Johnny Cash.

Tijdens het eerste half uur lijkt het nochtans meteen faliekant mis te lopen. We beginnen met een proloog waarin de tienjarige Johnny zijn oudere broer Jack verliest na een ongeluk. Jack was de favoriete zoon van zijn vader - een jongen die hard werkte, goed studeerde en zelfs predikant wilde worden. Wanneer hij sterft, zegt zijn vader tegen Johnny: "Ik heb de verkeerde zoon verloren." Van je ouders moet je 't hebben. Een levenslang trauma is geboren, en het publiek slaakt een collectieve kreun. Dit gaat toch wéér niet zo'n film worden als 'Ray'? Zo eentje waarin men een heel mensenleven probeert te verklaren aan de hand van wat clichés? We krijgen de jonge Cash te zien, nu gespeeld door Joaquin Phoenix, die het leger ingaat, in Duitsland een gitaar oppikt en z'n eigen liedjes begint te schrijven. Vervolgens komt hij terug naar huis om een zangcarrière op te bouwen en zo, misschien, de goedkeuring van zijn vader te winnen.

So far, so boring, maar het is dan, na bijna een half uur, dat de film z'n ritme vindt en dat het drama interessanter begint te worden. Tijdens een optreden maakt Johnny immers kennis met June Carter (Reese Witherspoon) - de twee voelen zich duidelijk meteen tot elkaar aangetrokken en er ontstaat een diepe vriendschap tussen hen, maar het zal nog een jaar of tien duren voordat Johnny haar eindelijk definitief kan veroveren. Eens die relatie wordt geïntroduceerd, verandert de film in iets heel anders. Die nogal suffe biografische prent wordt het verhaal van een moeilijke liefde (alsof er andere bestààn). 30 minuten lang is 'Walk the Line' een saaie biopic. Daarna krijgen we nog 105 minuten lang een zeer boeiend romantisch drama.

Ik zal maar meteen bekennen dat ik bitter weinig afwist van het leven van Johnny Cash vooraleer naar deze film te kijken. Ik kende een aantal van z'n liedjes, natuurlijk, en ik wist wel dat hij ooit verslaafd is geweest aan het één of ander - daar ben je dan ook een beroemde zanger voor. Hoe accuraat 'Walk the Line' is in z'n voorstelling van de feiten, is dan ook een vraag waar ik geen antwoord op kan of wil geven. In feite is het ook een overbodige vraag - het enige dat er echt toe doet, is of het scenario werkt als verhaal, als entertainment. En het werkt wonderwel.

Wanneer Ray Charles in 'Ray' aan de drugs raakt, zien we enkel wat de effecten van het spul zijn op Charles' lichaam en verstand. Het hoofdpersonage is een wereld op zichzelf. Maar James Mangold doet iets anders: hij maakt van de relatie tussen Cash en Carter de crux van zijn film. Wanneer Cash in 'Walk the Line' zwaar aan de pillen zit, zien we dan ook in de eerste plaats wat het gevolg daarvan is voor de verstandhouding tussen hem en Carter. Dat maakt het veel makkelijker om mee te leven met de situaties: je ziet hier niet zomaar één man die alles heeft om gelukkig te zijn maar het uit pure stompzinnigheid steeds verklooid. Nee, je ziet twee mensen die duidelijk voor elkaar gemaakt zijn, maar elkaar steeds blijven aantrekken en afstoten. De stommiteiten die Cash uithaalt, zoals zijn verslaving, verhoogt de inzet van het liefdesdrama.

Dat gezegd zijnde, is en blijft 'Walk the Line' wel een conventionele prent. Mangold vindt een ietwat interessantere invalshoek om zijn verhaal te vertellen dan sommigen van zijn collega's, maar wat het scenario of de regie betreft, worden er hier nergens dingen gedaan om echt grote ogen van te trekken. Wat de film definitief boven de middelmaat uittrekt, zijn de acteerprestaties. Reese Witherspoon is perfect als June Carter, omdat ze zich bescheiden durft op te stellen. De meeste actrices die voor 20 miljoen dollar in een serieus drama komen opdraven, zouden eisen om een grote dramatische scène te krijgen, een paar sappige monologen. Maar Witherspoon niet - haar rol bestaat er voornamelijk uit te reageren op wat Joaquin Phoenix doet, en ze accepteert dat. Witherspoon weet de praktische, no-nonsens mentaliteit van Carter helemaal te vatten. Ze is een madam met haar op haar tanden, die Johnny doodgraag ziet, maar ook weet wanneer ze hem de deur moet wijzen totdat hij weer clean is. Witherspoon heeft de laatste jaren vooral in nogal debiele romantische komedietjes gespeeld, zodat haar kracht als dramatische actrice hier eens zo verrassend overkomt. Ze heeft geen grote emotionele scènes, maar ze heeft die ook niet nodig.

Joaquin Phoenix op zijn beurt is een revelatie. Wie zich het werk van de man herinnert, weet dat Phoenix in feite een vrij hoge stem heeft, maar de grollende bariton die hij hier laat horen is voldoende om je overal kippenvel te bezorgen. In tegenstelling tot Jamie Foxx in 'Ray', zingt Phoenix hier alles zelf, en de gelijkenis van zijn stem met die van Cash is ronduit griezelig. (Ook Witherspoon gebruikt haar eigen stem, trouwens, op een manier die suggereert dat ze nog altijd aan een zangcarrière kan beginnen als het met acteren niet meer zou lukken.) Het is sowieso al een voordeel dat de acteurs zelf zingen - in 'Ray' was het ronduit belachelijk hoe je plots de stem van Ray Charles uit de mond van Jamie Foxx hoorde komen. 'Walk the Line' lijkt veel realistischer.

Maar wat Phoenix doet gaat veel verder dan zomaar een geslaagde imitatie - dit is de eerste film van het jaar waarbij ik simpelweg vergat dat ik naar een acteur zat te kijken. Elke emotionele nuance wordt perfect geloofwaardig weergegeven, elke beweging zit juist, zonder dat je ooit de indruk krijgt naar een verzameling tics te zitten kijken. Dit is een tour de force waar mensen oscars mee winnen.

'Walk the Line' heeft een scenario dat net iets beter in elkaar steekt dan dat van de meeste biopics, dat is waar. En hij heeft natuurlijk de muziek van Johnny Cash, die de hele prent domineert. Maar het zijn de acteurs die het 'm doen.
E-mailadres Afdrukken
 
Walk the Line
USA / 2005
Regie: James Mangold
Scenario: Gill Dennis; James Mangold
Met: Joaquin Phoenix; Reese Witherspoon; Ginnifer Goodwin; Robert Patrick
Duur: 135 min.


Advertentie
Banner
Advertentie

TEST