Banner

Crash

8.0
Dennis Van Dessel - 03 oktober 2005




Het filmbedrijf is toch een vreemd beestje: een mens kan jarenlang in de marge van de industrie blijven werken en niet opgemerkt worden, en dan heb je maar één succes nodig om plotseling the next big thing te worden. Dat is wat momenteel Paul Haggis overkomt. De man zat al sinds eind jaren tachtig aan te rommelen als schrijver van tv-series allerhande zonder dat hij het kon maken in de film, tot hij verleden jaar het scenario leverde voor Clint Eastwoods tamelijk magistrale 'Million Dollar Baby'. Nu maakt hij zijn regiedebuut met 'Crash', en opnieuw komen de critici haast superlatieven tekort om zijn lof te zingen. Het weze hem gegund, want hoewel 'Crash' onmiskenbaar een aantal beginnersfouten bevat, is dit oprechte, goed gemaakte, doorleefde cinema, die een welkome afwisseling betekent van de sentimentele clichés die Hollywood gewoonlijk naar ons hoofd gooit onder het mom van "drama" (nog 'Cinderella Man', iemand?).

Haggis heeft van 'Crash' een mozaiekfilm gemaakt die een tiental personages volgt over de loop van pakweg 48 uur in Los Angeles. Brendan Fraser en Sandra Bullock zijn de openbaar aanklager van de stad en zijn vrouw, wiens auto gestolen wordt door twee zwarte jongeren (gespeeld door Larenz Tate en Ludacris). Don Cheadle is een zwarte rechercheur die een relatie heeft met zijn partner, een Latina - hij verwijst naar haar als een Mexicaanse, hoewel ze helemaal niet van daar afkomstig is. Matt Dillon is een flik die pissig is omdat zijn vader geen goeie medische verzorging kan krijgen. In z'n frustratie steekt hij de schuld op "positief gediscrimineerde" zwarten, en wanneer hij een zwart koppel tegenhoudt in hun auto, besluit hij op z'n eigen subtiele manier wraak te nemen. Zijn partner, een idealistisch groentje (Ryan Philippe) vraagt achteraf om overgeplaatst te worden. Het koppel in de wagen, gespeeld door Terrence Dashon Howard en Thandie Newton, ontmoet beide agenten later nog in heel andere omstandigheden. En dan zijn er nog een Iraanse winkelier die het slachtoffer wordt van vandalisme, en een Latijns-Amerikaanse slotenmaker die het stilaan beu is dat iedereen hem bekijkt alsof hij hen gaat bestelen.

Veel van die mozaiekfilms duren twee en een half à drie uur, en daar is een goeie reden voor: het verhaal van tien mensen vertel je nu eenmaal niet zo snel als dat van twee. Gezien het uitgebreide gamma aan personages dat we hier krijgen, is het ongelooflijk dat Haggis erin geslaagd is om z'n speelduur te beperken tot een zeer strakke 105 minuten. Het voordeel van die aanpak is dat de film letterlijk voorbij vliégt: elke minuut zit volgestouwd met informatie, er zit geen grammetje vet aan. Het nadeel is dan weer dat een paar van de personages te weinig tijd krijgen om een duidelijke indentiteit aan te nemen. Brendan Fraser en Sandra Bullock zijn hier wellicht de grootste slachtoffers van, met personages die nauwelijks enige ruimte te krijgen om te bewegen. Het is vrijwel onmogelijk om een realistisch personage neer te zetten als je maar vijf minuten in beeld bent. De acteurs doen hun best, maar hun bijdrage is te klein om echt een indruk na te laten.

Hier en daar vergaloppeert Haggis zich dus wel, door er teveel personages bij te willen sleuren op te weinig tijd - dit is één van de zeer weinige films van de laatste jaren waarvan ik zat te denken: was hij maar wat langer geweest. Maar daar moet wel bijgezegd worden dat Haggis perfect weet hoe hij z'n scenario moet construeren om het publiek georiënteerd te houden. Het feit zowat elke figuur gespeeld wordt door een bekende acteur helpt uiteraard om niet verloren te lopen tussen de vele plotlijnen, maar het scenario van Haggis is ook gewoon bijzonder clever in elkaar gestoken. De schrijver-regisseur werkt met één overkoepelend thema (racisme, mocht u er nog aan twijfelen), en doet er vervolgens zijn zegje over door de personages constant aan elkaar te spiegelen en door constant ironie te gebruiken. Een voorbeeld: wanneer de slotenmaker 's avonds thuiskomt, ontdekt hij dat zijn vijfjarige dochtertje zich onder z'n bed heeft verstopt, omdat ze bang is voor mannen met pistolen. De vader gaat op de grond liggen en probeert z'n kind te overtuigen om toch maar in bed te gaan liggen. Later in de film zien we hoe Matt Dillon een vrouw uit een autowrak redt. De wagen ligt ondersteboven, en Dillon moet op de grond gaan liggen om met de vrouw te kunnen praten en in de auto te kruipen. Haggis filmt die scène op identiek dezelfde manier als de scène tussen vader en dochter onder het bed. Hij creëert een visuele echo voor ons, die we misschien niet bewust oppikken, maar die onderbewust wel meespeelt. De personages worden op die manier subtiel gespiegeld. In essentie zijn ze allemaal hetzelfde.

Veel opvallender is de ironie die Haggis gebruikt. Dillon en Philippe zijn er alletwee bij om het zwarte koppel tegen te houden - Dillon gedraagt zich op een schandalig racistische manier, Philippe is geschokt. Maar tegen het einde van de film wordt de morele verhouding tussen hen op een drastische manier omgedraaid. Iedereen heeft goed kwaad in zich, iedereen leeft met ingebakken raciale vooroordelen, ook al proberen we nog zo om die niet te laten meespelen. Nog een voorbeeld daarvan is een scène waarin we twee zwarte jongens door een blanke buurt zien lopen - ze spreken op een geestige, intelligente manier over de problemen van zwarten en de vooroordelen waarmee ze te kampen hebben. Dit zijn slimme jongens die in niets lijken op straatschoffies. Daarna stelen ze een auto.

Haggis heeft niet echt fundamenteel nieuwe dingen te zeggen over racisme. Het is verfrissend dat racisme hier niet wordt beperkt tot de angst van blanken voor zwarten - ook zwarten hebben zo hun vooroordelen, en ook Aziaten, Latino's en mensen uit het Midden-Oosten hebben met het probleem te kampen. Maar buiten de observatie dat mensen overal hetzelfde zijn, en dat goeie mensen soms slechte dingen doen, komt Haggis niet echt tot een diepzinnige conclusie. Misschien is dat ook niet nodig, misschien is het voldoende dat er nog eens een pakkende film wordt gemaakt die het publiek aan het denken en discussiëren zet - tenslotte heeft een filmmaker niet de verplichting om ons hapklare antwoorden te geven. Pakkend is 'Crash' zeker - aan het einde gaat Haggis ietwat over de top met een overdreven manipulatieve scène tussen de Iraanse winkelier en de slotenmaker, maar het is wél een hevig emotioneel gechargeerde film, die maar weinig mensen onberoerd zal laten. De regisseur zet alles trouwens zeer knap in beeld, met lange steadicam- en handgehouden shots, die een passend ruwe, ongepolijste look aan de film geven. Haggis begint niet met z'n camera te schudden en gaat ook niet voor opvallende ijdelheidsshots, maar zorgt er gewoon voor dat z'n prent niet al te afgeborsteld gaat lijken.

'Crash' had vast en zeker gebaat bij enkele extra scènes, om een aantal van de personages beter uit de verf te laten komen en de thematiek misschien nog iets verder uit te diepen. Het is een prent met gebreken, ja, maar who cares? Want uiteindelijk is het ook een gedurfde, intelligent in elkaar gestoken film die het hart op de juiste plaats heeft zitten.
E-mailadres Afdrukken
 
Crash
USA / 2004
Regie: Paul Haggis
Scenario: Paul Haggis
Met: Don Cheadle; Matt Dillon; Thandie Newton; Sandra Bullock
Duur: 105 min.


Advertentie
Banner
Advertentie

TEST