Banner

Cinderella Man

4.0
Dennis Van Dessel - 21 september 2005




Het is altijd een veeg teken wanneer films door critici worden omschreven als "de (voeg titel van succesrijke film uit het verleden toe) van dit jaar". 'Cinderella Man' is er zo ééntje: de prent werd afwisselend "de 'Seabiscuit' van dit jaar", "de 'Rocky' van dit jaar" en zelfs "de 'Raging Bull' van dit jaar" genoemd. De gelijkenissen met die laatste film slaan eigenlijk nergens op, aangezien Ron Howards jongste worp niets met Scorseses meesterwerk te maken heeft buiten het onderwerp boksen, maar zo zie je maar weer. Ik wantrouw dat soort vergelijkingen omdat ze aangeven dat de film in kwestie maar weinig eigen identiteit heeft. Zo'n prent vertoont per definitie trekjes van àndere films, en wie is daar nu naar op zoek? Tenzij je Lieven Debrauwer heet, wil je toch nieuwe dingen zien in een bioscoop?

In ieder geval, veel nieuws heeft 'Cinderella Man' inderdaad niet te melden. Ron Howard, grossier in "inspirerende drama's", levert hier een zoveelste stukje gepolijst Americana af (zie ook 'Far and Away', 'Apollo 13' en 'A Beautiful Mind'), waarin vastbesloten mensen met sterke karakters alle tegenslagen overwinnen en triomfantelijk uit de strijd naar voren komen. Wat dat betreft, past de film perfect in de steeds uitdijende collectie portretten van winners die de Amerikaanse cinema rijk is. U hebt dit allemaal al wel een keer of honderd eerder gezien, en wat meer is, zelfs van deze zelfde regisseur.

Jim Braddock (Russell Crowe) is een bokser die eind jaren twintig aan een fantastische opmars in het professionele cricuit bezig is, maar zwaar getroffen wordt door de beurscrash van 1929. Plotseling zit hij financiëel aan de grond en wordt hij ook nog eens getroffen door blessures die hem verhinderen om op zijn gebruikelijke niveau te blijven vechten. Tegen 1934 wordt Braddock geschorst door de boksbond en moet hij bij zijn oude vrienden met z'n pet in z'n hand gaan bedelen om wat geld, zodat hij de gas en elektriciteit weer open kan laten draaien.

Dan krijgt de bokser echter een overwachte en eenmalige kans om het op te nemen tegen het nummer twee van de wereld. Gedreven door al z'n miserie van de laatste jaren, gooit Braddock zich met de moed der wanhoop in het gevecht en hij wint. Vanaf dat moment begint hij aan een come-back die hem uiteindelijk in de ring zal plaatsen met wereldkampioen Max Baer, die hier wordt voorgesteld als een halve psychopaat die al twee tegenstanders heeft doodgemept. Hoe die match afloopt? Ach, ik wil vooral niet te veel verklappen, maar laat ons zeggen dat als het anders was afgelopen, deze film over Max Baer zou gaan en niet over Jim Braddock, de held van het verhongerende volk.

Wat dat is natuurlijk waar Ron Howard op aanstuurt: Jim Braddock was niet zomaar een potige kerel die zichzelf van de rand van de afgrond heeft weggebokst, neenee, hij was een symbool, iemand aan wiens voorbeeld het volk zich kon optrekken tijdens een periode van malaise. Het is daar dat de vergelijking met 'Seabiscuit' zich opdringt, hoewel 'Cinderella Man' lang niet zo'n misbaksel is als dat epos over, voor en door paarden: het verhaal van een individu wordt verheven tot een soort van parabel waaruit het gezamenlijke publiek diep betekenisvolle lessen dient te trekken. Ach ja, zo gaat dat nu eenmaal in Amerikaanse films. Je kunt je eraan ergeren, maar die mentaliteit zit zo diep ingebakken in de Amerikaanse cultuur dat je dat er toch nooit nog uitkrijgt.

Zolang het slecht gaat met de familie Braddock, lijkt Ron Howard zich niet al te best op z'n gemak te voelen. Howard heeft zich doorheen z'n hele carrière geprofileerd als een eeuwige positivo, voor wie een verhaal zonder happy end geen goed verhaal kon zijn, en het in beeld brengen van miserie gaat hem dan ook niet makkelijk af. Het gevolg is dat hij teruggrijpt naar haast Dickensiaanse clichébeelden van wat het betekent om arm te zijn. De Braddocks wonen in een koud en vochtig krot dat uitgeeft op een ondergesneeuwd binnenpleintje. Het is er zo koud dat we de adem van de inwoners uit hun mond kunnen zien opstijgen in dunne witte wolkjes, en er is zo weinig te eten dat Jim regelmatig een maaltijd overslaat om zijn kinderen meer te kunnen geven. Het enige waar je nog op zit te wachten, is een gierige huisbaas die met z'n wandelstok op de deur komt kloppen om de huur te incasseren en dingen zegt als "humbug". Het probleem is niet zozeer dat Howard de situatie overdrijft - ik ben verder geen research gaan doen naar Jim Braddock, maar gezien de historische periode waarin hij leefde wil ik best aannemen dat hij en z'n gezin honger hebben geleden - maar wel dat Howard niet weet hoe hij die situatie enigszins subtiel of oprecht in beeld moet brengen. En dus gebruikt hij tenenkrullende clichés.

De film wordt beter eens Braddock begint aan z'n klim naar de top - het is hier dat het feel good-element op volle toeren begint te draaien, en Howard voelt zich plotseling zichtbaar beter op z'n gemak. De boksscènes zijn - het moet gezegd worden - fantastisch georchestreerd. Na 'Raging Bull' en Michael Manns 'Ali' zul je al van ver moeten komen om een betere manier te vinden om een boksmatch in beeld te brengen, maar Howard weet zichzelf toch een plaats te veroveren aan de top van dat lijstje. Hij maakt gebruik van freeze-frames, kikvorsperspectief, overzichtsshots, point of view-shots en elke andere truc in het boekje om de kijker toch maar bewust te maken van wat er precies gebeurt. Als je een boksmatch op tv bekijkt, zie je in feite weinig meer dan twee mannen die schijnbaar willekeurig op elkaar inhakken, maar één van de dingen waar Howard erg succesvol in is met deze film, is dat hij ons laat inzien dat er wel degelijk een logica achter schuilgaat, dat die bewegingen niet zomaar geïmproviseerd zijn. Dat er een tactiek achter schuilgaat. De finale match tegen Max Baer is fantastisch in beeld gezet.

Russell Crowe staat, na zijn succesvolle samenwerking met Howard in 'A Beautiful Mind', alweer volop naar een oscar te hengelen als Jim Braddock. De man heeft zich de laatste maanden erg onpopulair gemaakt in Hollywood met z'n bad boy-gedrag en z'n pretentieuze streken, maar hij is en blijft één van de betere acteurs van het moment. Hij wordt geflankeerd door een ongezien ergerlijke Renée Zellweger (kan iemand dat mens eens afschieten?) en door een ongezien vermakelijke Paul Giamatti (kan iemand die meneer eens een oscar geven?). Giamatti steelt eigenlijk elke scène waar hij inzit, als Braddocks trainer. De energie en de komische timing die de man schijnbaar moeiteloos onder de knie heeft, zorgt ervoor dat deze 144 minuten durende film af en toe een broodnodige geut frisse lucht krijgt.

'Cinderella Man' is een oerconventionele biopic, sterk geacteerd door de twee mannelijke hoofdrollen en met een aantal geweldige boksscènes. Alleen jammer dat Zellweger hier mee in opdraaft en dat de dramatische momenten tussenin zo clichématig zijn uitgewerkt. Een slechte film kun je dit nauwelijks noemen, daarvoor is hij te professioneel in elkaar gestoken, maar het is bij uitstek voorspelbare Hollywood-eenheidsworst.
E-mailadres Afdrukken
 
Cinderella Man
USA / 2005
Regie: Ron Howard
Scenario: Cliff Hollingsworth; Akiva Goldsman
Met: Russell Crowe; Renée Zellweger; Paul Giamatti; Paddy Considine
Duur: 144 min.


Advertentie
Banner
Advertentie

TEST