Banner

Charlie and the Chocolate Factory

8.0
Dennis Van Dessel - 13 juli 2005




34 jaar nadat Gene Wilder zich met z'n Oompa Loompa's terugtrok uit z'n chocoladefabriek om samen met hen dingen te gaan doen waar ik liever niet teveel over nadenk, is het aan Tim Burton om te proberen de magie van Roald Dahls boek opnieuw tot leven te brengen in een nieuwe filmversie. De ambachtelijk in elkaar getimmerde decors en special effects van toen hebben moeten plaatsmaken voor CGI, eeuwige etter Mike Teevee speelt continu videospelletjes in plaats van voor z'n televisie te zitten en de magische lift waarmee chocolatier Willy Wonka door de lucht klieft, ziet er spectaculairder uit dan ooit tevoren, maar de essentie van het boek en de oorspronkelijke film zijn intact gebleven. 'Charlie and the Chocolate Factory' (eindelijk gebruiken ze de titel van het boek), is een familiefilm geworden in de ware zin van het woord: kinderen mogen zich vergapen aan de onvoorstelbare visuele vondsten die Burton schijnbaar moeiteloos op het scherm kwakt, volwassenen worden dan weer gecharmeerd door de nostalgische waarde die de prent heeft (of hebt ù nooit heimelijk zitten dromen van een tochtje in een boot op een chocoladerivier, misschien?).

Het verhaal is onveranderd gebleven: Charlie Bucket (Freddie Highmore) is een arme jongen die samen met vier andere kinderen een gouden ticket wint om een bezoekje te brengen aan de chocoladefabriek van de mysterieuze Willy Wonka (Johnny Depp), een kluizenaar die de beste chocolade ter wereld maakt, maar verder met niemand iets van doen wenst te hebben. Zijn vier metgezellen zijn, vanzelfsprekend, absolute gedrochten van kinderen: Veruca Salt is het meest egoïstische kreng dat ooit op haar achterste poten heeft leren lopen, Duitse slokop Augustus Gloop leeft enkel om zichzelf vol te proppen, Mike Teevee is een arrogant rotjoch dat alleen geïnteresseerd is in videogames en Violet Beauregarde is (in deze versie) een meedogenloos prestatiegerichte tuttebel die aan het wereldrecord kauwgum kauwen werkt. De rondleiding doorheen Wonka's fabriek zal, vanzelfsprekend, onverwachte gevolgen hebben.

De visuele hoogvliegerij die we onderhand zijn gaan verwachten van een Tim Burtonfilm, is ook hier weer volop aanwezig, maar de hand van de regisseur zelf valt het duidelijkst te merken zolang we buiten Wonka's chocoladefabriek blijven. Het troosteloze, Victoriaans aandoende stadje waarin Charlie woont, dàt is typisch Tim Burton: Charlie woont in een armzalig stenen huisje dat zo scheef gaat dat het elk moment kan omvallen, en de buitenkant van de fabriek geeft aanvankelijk de indruk van een veredeld concentratiekamp, met de éne barak naast de andere, en dan tussendoor plotseling een stel gigantische schoorstenen die de hemel inreiken. Dit soort van over-de-top, bijna expressionistische decors herinneren we ons nog van 'Batman', dit is de wereld waarin Burton thuis is. Eens de actie zich verplaatst naar de binnenkant van de fabriek, neemt de conventie van het boek (en van de vorige film) het over. De koude, mistroostige, zelfs onheilspellende eigenschappen van Charlie's woonplaats worden ingeruild voor fantastisch kleurrijke, inventieve decors, die regelmatig herinneringen oproepen aan die uit de vorige verfilming. De chocoladerivier, de tv-kamer enzovoort... Burton brengt het allemaal prachtig in beeld, maar hier volgt hij eerder de letter van het verhaal, in plaats van visueel z'n eigen gang te gaan, zoals hij dat in de vroegere scènes wél meer kon doen.

Niet dat dat op de keper beschouwd zoveel uitmaakt. Burton zet een stapje achteruit in z'n persoonlijke obsessies met het gotische en macabere om z'n verhaal te vertellen, en zo hoort het. Zijn grootste prestatie als filmmaker is echter het feit dat we hier een prent hebben waarin elke seconde wel iéts spectaculairs op het scherm is, zonder dat die pracht en praal de film gaan overnemen. 'Charlie and the Chocolate Factory' is niet zomaar een zielloze effectenshow geworden - de humor en (dat moést natuurlijk ook weer) de moraal komen er zeer duidelijk uit naar voren en wat we ons achteraf herinneren, zijn niet zozeer de decors of de computereffecten, maar wel de blik op Charlie's gezicht wanneer hij die reep chocolade opendoet om z'n gouden ticket te ontdekken. De emoties van het verhaal worden niet verdrongen door de vormelijke kant van de film, en ja, dat is een prestatie om trots op te zijn.

Inhoudelijk wijkt Burton maar af en toe af van de vorige verfilming, en waar hij dat dan toch doet, betekent dat gewoonlijk een verbetering: we krijgen een paar flash-backs van opa Joe (die Charlie vergezelt tijdens z'n trip naar de fabriek), die uitleggen hoe het komt dat Willy Wonka zo'n eenzaat is geworden én die een extra motivatie geven voor Joe's wens om mee te gaan op de rondleiding: hij heeft vroeger namelijk nog voor Wonka gewerkt. Ook zorgt Burton ervoor dat hij sneller door het eerste deel van het verhaal heenraakt: Mel Stuart had in '71 nog drie kwartier nodig om aan de tour te kunnen beginnen, Burton speelt het in nog geen half uur klaar, allicht omdat hij ook wel weet dat iedereen daarop zit te wachten. Het enige aspect dat minder goed uit de verf komt, is Wonka's relatie met zijn vader, die nogal geforceerd en obligaat overkomt. De poging om van Wonka een meergelaagd personage te maken, is zeer nobel, maar uiteindelijk ook zinloos - wie kan het wat schelen waarom de eigenaar van een magische chocoladefabriek een vijs los heeft zitten?

Johnny Depp als Wonka gaat overigens een heel andere toer op dan Gene Wilder zoveel jaren terug. Wilder speelde Wonka in een brede variëteit aan nuances - zijn Wonka was een man die wist hoe hij zich moest gedragen in gezelschap, maar die zich af en toe toch niet kon houden en verviel in haast duivels gedrag (de scène op het bootje!). Depp, daarentegen, speelt hem als een groot kind dat met een hoog stemmetje praat, niet weet hoe hij met mensen moet omgaan en ook niet kan doen alsof. Deze Wonka is àlle sociale remmen kwijt: hij gebruikt spiekkaartjes om zichzelf voor te stellen, hij hààt kinderen (behalve Charlie, natuurlijk) en lijkt makkelijker te communiceren met z'n Oompa-Loompa's dan met zijn gasten. Het feit dat Depp de hele film lang ongeveer in hetzelfde register blijft spelen, heeft er al toe geleid dat sommigen zijn vertolking eentonig hebben genoemd, maar dat lijkt mij bezijden de kwestie - Wonka is als personage zodanig van de realiteit losgeschroefd, dat er geen verwachtingspatroon aan vastgemaakt kan worden. Je kunt hem spelen zoals je wilt, elke keuze is sowieso geldig. Of ze ook genietbaar is, is een andere vraag, maar in dit geval lijkt me dat buiten twijfel te staan. Freddie Highmore (eerder al met Depp in 'Finding Neverland'), houdt zich manhaftig staande tegenover zoveel acteergeweld - de jongen voelt nooit de behoefte om vanalles te gaan doén, zoals zoveel kindacteurs. Hij kan gewoon stilzitten en rustig de aandacht van het publiek opeisen, zonder meer. Knap werk.

Naar het einde toe rekt Burton z'n film misschien net iets langer dan strikt noodzakelijk, en oké, de moraal ligt er misschien een beetje dik bovenop, maar who cares? Dit is knap geschreven, prachtig gefilmd en goed geacteerd entertainment, mét een paar flitsende Oompa-Loompa liedjes er gratis bovenop, én, alsof dat nog niet genoeg is, de geestigste parodie op '2001' die ik ooit gezien heb. Gaat en geniet ervan als ware het een stuk heerlijke chocolade.

http://chocolatefactorymovie.warnerbros.com/
E-mailadres Afdrukken
 
Charlie and the Chocolate Factory
USA / 2005
Regie: Tim Burton
Scenario: John August
Met: Johnny Depp; Freddie Highmore; David Kelly; Helena Bonham-Carter; Noah Tyler
Duur: 115 min.



Advertentie
Banner
Advertentie

TEST