Banner

Flight of the Phoenix

3.0
Dennis Van Dessel - 20 april 2005




Ook al opgemerkt hoe Hollywood de laatste jaren steeds meer terugkeert naar haar verleden? Sinds 'Gladiator' is het historisch epos zowaar opnieuw populair geworden, voor het eerst sinds de jaren zestig. 'Lord of the Rings' bracht fantasy opnieuw onder de aandacht van een groot publiek, waar het niet meer geweest was sinds George Lucas er een paar keer mee experimenteerde in de jaren tachtig. En ook verhalen over individuele helden, bonken van venten naar wie een mens al eens ongegeneerd met wijd open mond van verbazing kan opkijken, zijn weer helemaal in. Het bij ons goddank rechtstreeks op dvd geflikkerde 'Ladder 49', het paardenavontuur 'Hidalgo'. Noem maar op. Zou het toch iets te maken hebben met de problemen in de VS dat ze plots weer zo graag teruggrijpen naar wat vroeger werkte?

Nu krijgen we 'Flight of the Phoenix', een remake van een ouderwets macho, "geef mij een schroevendraaier en een metalen plaat en ik zal wel eens even een vliegtuig in elkaar boksen"-filmpje uit 1965. En opnieuw is het de bedoeling dat u (nu ja, ù niet, want u bent geen Amerikaan, maar dat het Amerikaanse publiek) met een triomfantelijk gevoel buitenkomt. Zo'n gevoel van: "globaal terrorisme of niet, eigenlijk rocken wij toch als de neten!" 'Flight of the Phoenix' profileert zich als een ode aan het menselijk vernuft, maar wat ze daar eigenlijk mee bedoelen, vergis u niet, is het Amerikaans vernuft. Al wie daar geen boodschap aan heeft, ziet op z'n best een matig onderhoudend avontuur waar nu niemand specifiek op zat te wachten en dat niemand zich achteraf lang dreigt te herinneren.

Het verhaaltje laat zich snel vertellen: Dennis Quaid speelt Frank Towns, een chagrijnige piloot die ergens in Mongolië een groep Amerikaanse olieboorders moet gaan oppikken, wanneer blijkt dat hun site niet rendabel is. Onder de passagiers bevinden zich de chef van de olieboorders (Miranda Otto), de wezelachtige zakenman die de boel heeft opgedoekt (Hugh Laurie) en een mysterieuze, scabreus geblondeerde vreemdeling, Giovanni Ribisi. Ergens boven de Gobiwoestijn komt het vliegtuig echter in een immense zandstorm terecht en stort neer. De overlevenden hebben hooguit genoeg water om het dertig dagen uit te houden en de kans dat ze op die tijd gevonden zullen worden, is miniem. Dan komt de vreemdeling echter met een voorstel: hij weet hoe hij van de restanten van het gecrashte vliegtuig een éénmotorig toestel kan maken waarmee ze naar de beschaving kunnen vliegen. De hele bende schiet gelijk in Bob de Bouwer-mode en begint te knutselen alsof ze nog in het tweede kleuterklasje zaten.

Er zitten leuke momentjes in 'Flight of the Phoenix', laat dat duidelijk zijn: zo is de crash zelf bijzonder spectaculair in beeld gebracht (Dennis Quaid die in dekking moet gaan om niet door de rotor van z'n eigen vliegtuig tot hapklare brokken gekapt te worden - cool!). Kort nadien zien we één van de gestrande passagiers 's nachts de romp van het vliegtuig verlaten om te gaan plassen, wat vreselijke gevolgen heeft. Wat deze scènes gemeen hebben, is een soort van bite die de rest van de film pijnlijk mist - het zijn scènes met weerhaakjes, die echt het gevaar van de situatie tot leven weten te brengen en daardoor memorabel worden.

Voor het overige blijft dit evenwel een zouteloze bedoening, die zich na ongeveer een half uur in een vertrouwd ritme nestelt en daar vervolgens nooit meer uitkomt. De personages maken ruzie over het water. Ze maken er ruzie over of ze al dan niet dat vliegtuig moeten bouwen. Ze maken nog eens ruzie over het water. Ze beginnen te bouwen. Ze maken nóg eens ruzie over het water. Dan - voor de afwisseling - krijgen ze te maken met een boosaardige stam nomaden, die schijnbaar niets beters te doen heeft dan gestrande westerlingen aan mootjes te hakken. En eens ze dat achter de rug hebben, maken ze nog maar eens ruzie over het water. Na een tijdje krijg je echt zin om een flesje Evian naar het scherm te smijten en te roepen: "Hier heb je water, en hou er nu over op!"

Dat is het belangrijkste probleem met 'Flight of the Phoenix': de film heeft maar één punt te maken: die mannen zitten in de woestijn, het is daar pokkewarm, ze hebben dorst, ze willen naar huis. Dàt ze uiteindelijk thuis zullen geraken, staat natuurlijk al vanaf het begin vast, dus is al de rest enkel opvulling tot het zover is. En die opvulling is gewoon niet bijster boeiend, het is steeds meer van hetzelfde.

Komt daar nog bij dat de personages huizenhoge clichés zijn - de knorrige piloot met het peperkoeken hartje. De megalomane ingenieur die weet dat hij de enige van het gezelschap is die niet gemist kan worden, omdat hij als enige weet hoe dat vliegtuig in elkaar hoort te steken. De harde tante (wiens rol in de originele film door een man werd gespeeld en eigenlijk niet notenswaardig is aangepast om een beetje vrouwelijker te worden). We krijgen zelfs een wijze Arabier, gespeeld door Kevork Malikyan, die voor elke gelegenheid wel een diepzinnig verhaal weet. U kent dat wel: dan gebeurt er iets vreselijks, maar die Kevork blijft onder alle omstandigheden ijzig kalm, gaat in lotushouding zitten en declameert: 'Let me tell you a story...' Waarna er garanti een peilloos diepzinnige monoloog uit z'n mond komt. Ik zat de hele tijd te wachten tot hij zou beginnen vertellen dat alles ergens geschreven staat.

'Flight of the Phoenix' is bij uitstek een film voor mensen die zich niet graag teveel vragen stellen bij hun kijkvoer. Ik zat me de hele tijd al te ergeren aan het feit dat de personages zonder een spier te vertrekken bovenop dat vliegtuig klimmen, overdag, in de blakke woestijnzon - dat metaal zou toch gloeiend heet moeten zijn? Wat ongetwijfeld niet de correcte mentaliteit is waarmee je dit soort cinema dient te bekijken, maar wat dan nog? Als een film dan toch verlangt dat je je verstand op nul en je blik op oneindig zet, dan mag er wel wat meer doodgewone fun tegenover staan dan wat je hier krijgt.
E-mailadres Afdrukken
 
Flight of the Phoenix
USA / 2004
Regie: John Moore
Scenario: Scott Frank; Edward Burns
Met: Dennis Quaid; Miranda Otto; Tyrese Gibson; Giovanni Ribisi; Hugh Laurie
Duur: 112 min.


Advertentie
Banner
Advertentie

TEST