Banner

De Indringer

6.0
Dennis Van Dessel - 16 maart 2005




Zou het een toeval zijn dat een aantal van de meest opmerkelijke Vlaamse films van de laatste jaren rechtstreeks of onrechtstreeks met kindermisbruik te maken hebben? In 'De Zaak Alzheimer' maakte kinderprostitutie een belangrijk deel uit van de plot. In 'De Kus' kregen we een scenario rond een tiener die thuis mishandeld wordt en in de handen van een pooier terechtkomt. En nu is er 'De Indringer', waarin een veertienjarig meisje plotseling spoorloos verdwijnt. De verhalen van deze films refereren nergens openlijk naar de Dutroux-affaire, maar de zaak speelt haast onvermijdelijk mee voor elke Belg die ernaar gaat kijken. We horen de woorden "kinderen" en "verdwijning" of "mishandeling" in dezelfde zin, en haast automatisch keren onze gedachten daar naartoe - elke film met een verhaal dat ook maar een béétje in die richting gaat, krijgt meteen een extra emotionele lading. De makers van 'De Indringer' zijn wat dat betreft niet aan hun proefstuk toe: regisseur Frank van Mechelen en scenarist Ward Hulselmans waren eerder al verantwoordelijk voor de tv-reeks 'Stille Waters', een serie die niets aan de verbeelding van de kijker overliet met z'n evidente knipogen naar Dutroux, de Witte Beweging enzovoort.

'De Indringer' draait rond Tom Vansant (Koen De Bouw), een Brusselse urgentie-arts wiens dochtertje, Louise, van de ene dag op de andere spoorloos verdwijnt. Achttien maanden nadien is hij nog steeds obsessief naar haar op zoek - zijn leven heeft geen enkele betekenis meer buiten zijn speurtocht naar de waarheid, waarbij alle goede raad van een bevriende politieagent, gespeeld door Axel Daeseleire, in dovemansoren valt.

Dan, op een avond, maakt Tom kennis met de veertienjarige wegloper Charlotte (Maaike Neuville), die beweert dat ze Louise gezien heeft. Het spoor leidt naar een geïsoleerd dorpje in de Ardennen, dat blijkbaar onder de knoet leeft van de plaatselijke boswachter, Roland Dunewolt (Filip Peeters). Naarmate Tom meer te weten komt over de geheimen van het dorpje, de waarheid omtrent Charlotte en het lot van zijn eigen dochter, maken de dorpelingen het steeds duidelijker dat indringers niet gewenst zijn.

Van Mechelen en Hulselmans weten hun film een geweldige set-up te geven - na enkele introductiescènes, waarin we het personage van Koen De Bouw leren kennen, krijgen we een flash-forward naar anderhalf jaar later. Wat er in de tussentijd gebeurt, krijgen we niet te zien, en het is pas ergens halverwege dat we dat te weten komen. Ik mag er niet aan denken te verraden wàt de plotwending precies inhoudt, maar het effect ervan is enorm, bijna alsof de hele film opnieuw begint - de zoektocht van Tom Vansant krijgt opeens een radicaal andere invulling, onze mentaliteit tegenover de film verandert aanzienlijk. Het getuigt van veel lef dat de makers zo'n structuur hebben durven gebruiken - voor hetzelfde geld had de hele prent vanaf dat moment dood in het water gelegen - maar het wérkt.

Bovendien profiteert Van Mechelen van de fotografie van Lou Berghmans, die werkelijk druipt van de atmosfeer. Oké, het idee om de hele film te baden in grijze, grauwe kleuren is nu niet bepaald wereldschokkend vernieuwend, maar kijk naar de manier waarop er met locaties gewerkt wordt: de Ardeense bossen hebben er nog nooit zo troosteloos vochtig, eenzaam en verlaten uitgezien. Kijk eens naar die belichting tijdens een bedscène tussen De Bouw en Els Dottermans - het shot komt zó uit 'The Sweet Hereafter' weggelopen, maar mooi, mensen, mooi! Om nog maar te zwijgen van de vele close-ups van Koen De Bouws moegetergde, door maandenlange paranoia geteisterde gezicht. De Bouw is toch al iemand met een veelzeggende karakterkop (zie 'De Zaak Alzheimer'), maar in 'De Indringer' trekt hij pas echt van leer: de man lekt uit elke porie weltschmerz - een hele school vol gedeprimeerde pubers heeft er niks tegen.

De Bouw wordt geflankeerd door een heerlijk ranzige Filip Peeters als boswachter Dunewolt, door Els Dottermans, meer dan degelijk zoals altijd, maar vooral door Maaike Neuville als de jonge Charlotte - 'De Indringer' is haar eerste film, maar de zelfverzekerdheid en de naturel die ze hier tentoonstelt, is werkelijk indrukwekkend. Neuville moet hier een overgang opbouwen van een bang, verloren gelopen tienertje op een politiebureau aan het begin van de film, naar een volbloed mini-vamp die alle mannen van het dorp willens en wetens het hoofd op hol brengt. En niet alleen is ze altijd geloofwaardig, maar wanneer het erop aankomt, zorgt ze er zelfs voor dat we als kijkers haar beweegredenen kunnen begrijpen en sympathie kunnen opbrengen. Faut le faire.

Waar de film toch in de problemen komt, is in de ontknoping. Eén van de redenen waarom 'De Zaak Alzheimer' zo goed was, was omdat de informatie over de plot mondjesmaat werd losgelaten. Er zat nergens een lange monoloog in de prent waarin het hele verhaal uit de doeken werd gedaan - in plaats daarvan kregen we op verschillende momenten doorheen de film stukjes van de puzzel in handen, die aan het einde allemaal netjes in elkaar pasten. In het geval van 'De Indringer' heb je zo'n monoloogscène wél. Aan het einde is er één personage dat simpelweg uitlegt hoe het allemaal in elkaar zit. Dat getuigt nu niet bepaald van veel fantasie bij het schrijven. Ook klinken sommige dialogen vervaarlijk literair: Koen De Bouw vertrouwt Els Dottermans toe dat er "een legioen aan geesten" door z'n kop spookt, vooraleer hij haar verwijt: 'Gij zijt een weduwe. Voor een vent die z'n kind verliest bestaat er niet eens een woord.' Het probleem met dat soort teksten - en dit zijn dan nog niet eens de ergste voorbeelden - is niet zozeer dat ze niet goed gevonden zouden zijn, want ze zijn best inventief, maar wel dat ze te "geschreven" klinken. Op die momenten hoor je de scenarist spreken, niet de personages. Dat kàn werken, wanneer je zo'n literaire dialoogstijl consequent doortrekt en er gewoon de hele tijd gebruik van maakt, zoals recent in 'Closer' het geval was. Die dialogen waren ook niet reëel, maar ze stonden wel heel de tijd op dat aangedikte niveau. Hier worden gewone, realistische dialogen echter onderbroken door plotse dichterlijke uitvallen van de personages - geen wonder dat het dan geforceerd klinkt.

Maar goed, na het lamentabele jaar dat 2004 was voor de Vlaamse film ('Confituur'! 'Ellektra'!), doet van Mechelen in ieder geval nieuwe hoop opflakkeren. 'De Indringer' is een zeer degelijke thriller. Ja, hier en daar wordt hij verraden door een scheve dialoog en op het einde maakt men net iets te gretig gebruik van de clichés van het genre, maar toch... Die kop van Koen De Bouw alleen al zou voldoende reden zijn om te gaan kijken.

http://www.deindringer.be/
E-mailadres Afdrukken
 
De Indringer
B / 2005
Regie: Frank van Mechelen
Scenario: Ward Hulselmans
Met: Koen De Bouw; Filip Peeters; Els Dottermans; Maaike Neuville; Axel Daeseleire
Duur: 120 min.


Advertentie
Banner
Advertentie

TEST