Banner

Ray

3.0
Dennis Van Dessel - 10 februari 2005




De Amerikanen hebben nog maar eens een nationale held bedacht met een biopic: Ray Charles groeide op als het oudste kind van een straatarme zwarte familie uit Georgia, hij zag zijn jongere broertje verdrinken in een waskuip, hij was volledig blind ten gevolge van glaucoom tegen de tijd dat hij zeven was en toch slaagde de man erin om een soullegende te worden, een begrip in de muziekindustrie. Precies het soort van from zero to hero-verhaal waar ze in de VS gek op zijn: 'Ray' is op het moment van schrijven genomineerd voor een hele rist oscars, met hoofdrolspeler Jamie Foxx als uitgesproken favoriet voor de prijs van beste acteur. Waarom al die loftuitingen precies noodzakelijk zijn, is mij evenwel een raadsel: jà, Foxx is zeer goed als Ray Charles en de muziek kan uiteraard voor zichzelf spreken, maar het scenario is zó conventioneel en voorspelbaar, dat je soms wilt huilen van frustratie. 'Ray' is een braaf, opgepoetst heiligenportret van een man die nochtans alles behalve heilig was.

Regisseur Taylor Hackford, eerder verantwoordelijk voor 'The Devil's Advocate' en 'Proof Of Life', kiest er in navolging van eerdere biografische films zoals 'The Aviator' voor om slechts een beperkte tijdsspanne uit het leven van z'n onderwerp te tonen: we volgen Ray vanaf zijn jeugd in de jaren veertig, langs zijn vroege successen in de fifties, tot in 1966, wanneer hij het toppunt van z'n roem heeft bereikt en erin slaagt om zijn heroïneverslaving te overwinnen. Wat daarop volgt, redeneert Hackford schijnbaar, is minder interessant aangezien het slechts de verderzetting van het succes is, en wordt dan ook naar de vuilnisbak verbannen.

In het geval van 'The Aviator', voegde de tijdslimiet van ongeveer twintig jaar effectief iets aan de film toe, aangezien die Scorsese meer ruimte gaf om Howard Hughes uit te diepen als personage. Scorsese's film duurde 170 minuten, maar elke scène leverde een bijdrage aan de uiteindelijke ondergang van de hoofdfiguur. In het geval van 'Ray' daarentegen, krijgen we een prent van twee en een half uur die veel langer lijkt te duren, omdat een groot deel van het materiaal dat we te zien krijgen, strikt genomen overbodig is. Natuurlijk is het belangrijk om in een biopic een idee te geven van wat zo'n man allemaal gepresteerd heeft, maar is het echt noodzakelijk om hem àl z'n grootste hits te zien opnemen? Of Charles nu in de studio 'Georgia' zit te spelen, 'Unchain My Heart' of 'Hit the Road, Jack'... In een film ziet het er allemaal grotendeels hetzelfde uit. Scène na scène van eindeloze opnamesessies en optredens, tot je zin krijgt om naar het scherm te schreeuwen: 'Ja, ik wéét dat hij goeie muziek kon maken, ik heb de cd thuis liggen!' Voor Howard Hughes waren de latere jaren van zijn leven een heel ander hoofdstuk, waar je een film op zichzelf over zou kunnen maken. In het geval Ray Charles volgden enkel de jaren van erkenning en welvarendheid. Waarom moesten die volledig worden weggelaten?

Waarvoor we naar de cinema gaan, waar we deze film voor gaan bekijken, is om de mens achter de zonnenbril en de brede glimlach te leren kennen zoals hij was, en dat is hier helaas onmogelijk. Hackford en scenarist James L. White hebben blijkbaar zo'n enorm ontzag voor hun onderwerp dat ze elke controverse uit zijn leven met de mantel der liefde willen bedekken: Ray Charles was een vrouwenloper die twaalf kinderen bij zeven verschillende dames kreeg, sommigen daarvan zelfs bij zijn eigen echtgenote, Bea (Kerry Washington). In de film wordt wel getoond hoe hij met andere vrouwen rotzooit, maar tegen het einde krijgt hij zowaar zelfs een onuitgesproken toelating van z'n eega om daarmee door te gaan - probeer zijn slechte gewoontes dan maar eens serieus te nemen. Zijn drugverslaving wordt dan weer niet getoond als een zwakte, maar enkel als de aanleiding voor zijn grootste overwinning - een titel aan het einde van de prent deelt ons enigszins zelfgenoegzaam mee dat Ray na 1966 nooit nog drugs aanraakte. Zo zie je maar - belangrijke mensen kruipen enkele dagen in hun bed, zweten hun verslaving eruit en klaar is kees. Charles' kleine kantjes worden systematisch geminimaliseerd in 'Ray', wat simpelweg oneerlijk is in dit soort van biografie. Het is mooi dat de makers meer interesse hebben voor de muziek dan voor de vraag "wie deed wat met wie en wanneer", maar wanneer je niet het lef hebt om dat soort van kleine en grote zondes te tonen en serieus te nemen in je film, verlies je op den duur alle geloofwaardigheid. Na een tijdje gaat de man Ray Charles opnieuw verloren achter de mythe van de pianovirtuoos.

De pogingen tot psychologische uitdieping en motivatie zijn daarenboven lachwekkend simplistisch: zoals we het hier te zien krijgen, werd Ray vanaf z'n vroegste jeugd gestuwd door de herinnering aan de dood van zijn broertje. Uiteraard zal dat wel een belangrijke drijfveer zijn geweest - geen enkel kind kan zoiets zien zonder er de gevolgen van mee te dragen. Maar geen enkel mensenleven wordt zo enkelvoudig gedomineerd door één feit. Is dat àlles dat Ray Charles was? Een man die muziek maakte, drugs nam, alle vrouwen besprong die hij maar kon krijgen, enkel en alleen door de dood van z'n broer?

Technisch gezien is de film toereikend, maar niet veel meer. De fotografie bestaat hoofdzakelijk uit zeer fotogenieke shots van Ray Charles in profiel aan z'n piano, belicht door een spotlicht, sigarettenrook opkringelend in de schijnwerper. De flash-backs naar zijn kindertijd worden dan weer gekenmerkt door fellere kleuren en een hogere lichtverzadiging, zodat alles een meer heldere, warme indruk geeft. Het is goed gedaan, daar niet van, maar cinematograaf Pawel Edelman put tenslotte toch ook maar uit het Groot Boek der Voor de Hand Liggende Fotografische Trucjes. De look van de film is nergens verrassend. Wél verrassend zijn dan weer de momenten waarop Jamie Foxx de liedjes van Ray Charles begint te zingen - tijdens de dialogen hoor je de hele tijd Foxx z'n stem, maar nu trekt hij plots z'n mond open en daar horen we die van Ray Charles uit z'n strot komen. Een stem die in niéts lijkt op die van de acteur. Het gevolg is soms onbedoeld lachwekkend.

Voor het overige is Foxx de enige goeie reden om te gaan kijken: de brave man droeg tijdens het filmen prothesen over z'n ogen die hem effectief blind maakten, tot 14 uur per dag. De lichaamstaal die we ons herinneren van Charles, zijn bewegingen en de mentaliteit die hij uitstraalt ("niemand behandelt mij als een kreupele!"), zitten helemaal juist. Zolang u maar niet te nauw luistert wanneer hij zingt.

'Ray' is een oerconservatieve biopic, die regelmatig in herhaling valt, wat het tempo niet ten goede komt, en voor het overige vooral geïnteresseerd is in het idealiseren van een man die, zoals wij allemaal, z'n fouten en gebreken had. Om kort te gaan: typisch Hollywood dus.

http://www.raymovie.com/index.php
E-mailadres Afdrukken
 
Ray
USA / 2004
Regie: Taylor Hackford
Scenario: James L. White
Met: Jamie Foxx; Kerry Washington; Regina King; Harry Lennix
Duur: 152 min.


Advertentie
Banner
Advertentie

TEST