Banner

Der Untergang

7.0
Dennis Van Dessel - 11 januari 2005




Nu mag iedereen op z'n kop gaan staan: mijn favoriete film over Hitler zal voor eeuwig en altijd 'The Producers' blijven ("Heil, baby!"). Voor wie het al eens wat zwaardere kost mag zijn, is er nu echter 'Der Untergang', waarin regisseur Oliver Hirschbiegel (eerder al verantwoordelijk voor het niet onaardige 'Das Experiment') de doodsreutels van het Derde Rijk in beeld brengt - een beklijvende, knap in beeld gezette reconstructie van een wereld die zienderogen uit elkaar valt.

Het is april 1945 en Berlijn, tot voor enkele jaren de glorieuze hoofdstad van wat een duizendjarig rijk had moeten worden, ligt in puin. De stad is langs alle kanten omsingeld door Russische troepen en het Duitse leger is zodanig gedecimeerd dat zelfs kinderen van twaalf, dertien jaar in een uniform gehesen worden en gebruikt worden als kanonnenvoer. De Führer zelf heeft zich, samen met zijn militaire top, teruggetrokken in een verstevigde bunker waar hij nog maar weinig te doen heeft behalve het einde afwachten. We zijn getuige van zijn aanvankelijk psychopatische optimisme - "Als het twaalfde en negende regiment samen oprukken, komt alles in orde", waarbij niemand het lef heeft hem te vertellen dat die regimenten al lang niet meer bestaan. Van zijn woedebuien, waarin hij ziedend fulmineert dat iedereen hem verraden heeft. En ook van zijn depressie, wanneer het uiteindelijk tot hem doordringt dat alles verloren is. Terwijl buiten de bommen blijven vallen en de chaos steeds groter wordt, sleept ook het benauwende drama onder de grond zich naar z'n einde toe.

Er werden in Duitsland grote vraagtekens geplaatst bij de manier waarop Hitler wordt afgebeeld in 'Der Untergang': hij zou veel te menselijk gemaakt zijn, een zielige oude man die treurt om z'n verloren rijk. Niets van aan: Hirschbiegel gaat wel degelijk voorbij aan de gebruikelijke, karikaturale voorstelling van Hitler als een duivel met bokkenpoten (Steven Berkoff in 'War and Remembrance' was daar een goed voorbeeld van), maar dat wil nog niet zeggen dat we met veel warme gevoelens voor de man de zaal verlaten. Ja, Hitler is vriendelijk tegen z'n secretaresse, ja, hij geeft de kok complimentjes dat het eten lekker is, ja, hij speelt met z'n hond en ja, hij staart samen met z'n architect Albert Speer mistroostig naar de maquette van zijn gedroomde, utopische Berlijn van de toekomst. Maar dit is ook een man die zonder een seconde te aarzelen z'n eigen volk in de steek laat ("In deze oorlog zijn er geen burgers!"), en die zelfs wanneer hij z'n testament dicteert blijft raaskallen tegen de joden.

Er bestaat vaak een neiging om Hitler af te doen als een soort van freak of nature, een onverklaarbaar monster dat misschien één keer ter wereld is kunnen komen, maar daarna toch zeker nooit meer. Hitler is een concept geworden, een vertegenwoordiging van alles wat slecht is in de wereld, in plaats van een persoon. Wat 'Der Untergang' doet, en dat is wat de film ook verweten is, is die mythische figuur van het grote monster terugbrengen naar menselijk formaat. De eerste keer dat we hem zien in de film, moet hij een secretaresse uitkiezen - een vijftal dames zitten ongeduldig te wachten tot de grote Duitse leider de kamer zal betreden, en wanneer dat gebeurt... Tja, dan zie je een gewoon man, die een beetje voorovergebogen loopt en zachtjes spreekt. Het meest angstaanjagende idee achter de cijfers (50 miljoen doden in de Tweede Wereldoorlog, zes miljoen vermoorde joden), is dat dit geen demon was, maar een mens. Een fysiek erg zwak mens, dan nog, die zodanig te lijden had aan Parkinson dat hij waarschijnlijk ook nog gif nam, in plaats van zich enkel door het hoofd te schieten - hij had zo eens moeten missen.

Om Hitler heen zien we anderen, al even gek als hij: Eva Braun, een hersenloze blonde bimbo die tot op het bittere einde feestjes blijft geven en champagne zuipt. Goebbels, een uitgemergelde figuur die zo geconditioneerd is tot blinde gehoorzaamheid dat hij aan het eind staat te huilen als een kind omdat zijn Führer is weggevallen. Magda Goebbels, zo gesjeesd in haar aanbidding van Hitler dat ze haar eigen kinderen vermoordt opdat ze niet zouden moeten leven in de post-nazi wereld. En een hele roedel generaals, die allemaal weten dat ze geen kans meer hebben, maar absoluut niet de eerste willen zijn om het aan hun Führer te vertellen.

Hirschbiegel weet een soms haast ondraaglijk realisme te bereiken in z'n film: de decors voelen zo benauwd aan dat je na een tijdje naar adem begint te snakken, het camerawerk is zenuwachtig zonder zeeziekte te veroorzaken en ondanks een speelduur van 150 minuten blijft het tempo er continu inzitten. De regisseur is iemand die gepokt en gemazeld is in het commerciële cirquit, en hoewel hij zich ditmaal bezighoudt met een zwaar historisch onderwerp, houdt hij nog altijd vast aan dezelfde vuistregels: Gij zult uw publiek niet vervelen. Hirschbiegel is ook gezegend met een uitstekende cast: Bruno Ganz is volstrekt overtuigend als Hitler - zonder ooit naar sympathie te hengelen, zonder van het grote Duitse monster iets meer te maken dan wat hij was, weet hij een Adolf neer te zetten die volledig overtuigd is van z'n eigen gelijk. Hitler was voor de rest van de wereld een van de grootste criminelen uit de geschiedenis, maar volgens z'n eigen logica was hij een verraden idealist. Ook de andere acteurs hebben die truc begrepen: je krijgt al die mensen te zien vanuit hun eigen denkwereld. Magda Goebbels vindt het niet abnormaal om haar kinderen te vermoorden - waarvoor moeten ze nog leven? Waanzinnigen vinden zichzelf gewoonlijk niet gek en het is zo dat ze in beeld gezet worden door een resem acteurs wiens moed je wel moet bewonderen. Wat als Bernd Eichingers scenario minder nadruk legde op de onmenselijkheid van het regime? Wat als de film geflopt was? De acteurs hadden er mooi gestaan.

Dat alles neemt niet weg dat er bepaalde gebreken in de film zitten: tijdens het eerste uur zien we hordes generaals de bunker in- en uitlopen, zonder dat we een duidelijk idee krijgen wie wie is. Die constante vloed aan militairen in noodvergaderingen zal er in het echt ook wel geweest zijn, maar voor de kijker zorgt ze regelmatig voor verwarring. Elke historische film moet bepaalde zaken vereenvoudigen, en in dit geval had Hirschbiegel dat rustig mogen doen, zodat we sneller konden concentreren op de hoofdpersonages (Hitler, Braun, Goebbels en natuurlijk de secretaresse, Traudl Junge). Ook last hij een nevenplot in rond een kindsoldaatje, Peter, die nogal ongemakkelijk in de rest van de film geplaatst is. Je ziet wel in waar die verhaallijn voor nodig was: het gaat niet enkel om de gebeurtenissen in de bunker, maar om de ondergang van Berlijn, en door Peters belevenissen te volgen, krijgt Hirschbiegel een kans om die te tonen. Maar ondanks ook weer een doorleefde acteerprestatie van de jonge Donevan Gunia, krijgen deze scènes toch nooit de slagkracht die ze nodig hadden.

Maakt niet zoveel uit: 'Der Untergang' had misschien wat meer focus kunnen gebruiken, maar het blijft een zeer sterke, geloofwaardige enscenering van een menselijk monster dat brullend in z'n eigen hel neerstort. Het is goed dat Duitsers deze film hebben gemaakt: als ze op deze manier verdergaan met hun oorlogstrauma van zich af te filmen, kunnen we nog knappe dingen te zien krijgen.

http://www.a-film.nl/deruntergang/
E-mailadres Afdrukken
 
Der Untergang
Duitsland / 2004
Regie: Olivier Hirschbiegel
Scenario: Bernd Eichinger
Met: Bruno Ganz; Alexandra Maria Lara; Ulrich Mattes; Juliane Köhler
Duur: 150 min.


Advertentie
Banner
Advertentie

TEST