Banner

National Treasure

1.0
Dennis Van Dessel - 06 januari 2005




Eindelijk nog eens een film die net zo dom is als hij eruit ziet: zelfs de poster voor 'National Treasure' schreeuwt uit dat dit een domme, volstrekt ongeïnspireerde 'Indiana Jones'-imitatie zal worden, en wat hebben ze er van gemaakt? Verdomd, het is een domme, volstrekt ongeïnspireerde 'Indiana Jones'-imitatie. Net nu Nicolas Cage zich de laatste jaren stilletjesaan uit het moeras van slechte actiecinema aan het verheffen was, met rollen in films zoals het briljante 'Adaptation' en het zeer verteerbare 'Matchstick Men', valt de man met het lijzigste spraakpatroon van de noordelijke VS terug in de val van grof geld, grote budgetten en imbeciele scenario's.

Cage speelt Ben Gates, de laatste telg van een rijke familie historici en avonturiers. Gates is al zowat z'n hele leven op zoek naar een legendarische schat, die sinds de tijd van de oude Egyptenaren verschillende keren van eigenaar is veranderd en sindsdien steeds in omvang is blijven toenemen, tot hij ondenkbare proporties aannam. De laatste schatbewaarders blijken zowaar de Amerikaanse founding fathers te zijn (Washington, Franklin enzovoort), die de rijkdommen ergens verstopten en vervolgens een uitgebreid netwerk aan hints achterlieten voor de gelukkige vinder. Gates komt te weten dat er een schatkaart werd achtergelaten, geschreven in onzichtbare inkt, op de achterzijde van de Onafhankelijkheidsverklaring. Met de hulp van een stuntelige techneut (de obligate comedy sidekick-diensten worden waargenomen door Justin Bartha), een experte in allerhanden oude rommel met de onwaarschijnlijke naam Abigail Chase (Diane Kruger) én zelfs zijn vader (Jon Voight), gaat Gates op pad om de verklaring te stelen en verder op zoek te gaan naar de schat. Hij wordt hierbij tegengewerkt door de standaard slechterik met het Britse accent (Sean Bean) en op de hielen gezeten door FBI-agent Harvey Keitel.

Er is een scène, ongeveer halverwege de film, waarin Voight tegen Cage zegt: 'De schat bestaat niet. Je vindt alleen sporen die naar nog meer sporen leiden, tot in het oneindige.' Een prent als 'National Treasure' beoordelen op z'n scenario is natuurlijk mikken voor een open doel, maar met die tekst legt Voight wel meteen z'n vinger op een bijzonder zere wonde. De gehele cast wordt immers twee uur lang constant van hot naar her gestuurd, ze lopen half Washington en New York af, enkel om nóg maar eens een clue te vinden die hen naar een andere locatie leidt. Het netwerk aan sporen en aanwijzingen dat de stichters van de VS achterlieten is zo uitgebreid, dat je je op den duur gaat afvragen wanneer die mensen nog tijd hadden om een natie op te richten. Een briefje op een schip leidt naar de Onafhankelijkheidsverklaring, die leidt naar een stel brieven, die leidt naar een locatie, die leidt naar... En zo gaat dat maar door. Ongeveer een uur lang is dat nog leuk, daarna gaat het steeds meer op de zenuwen werken. Zelfs Justin Bartha krijgt het er uiteindelijk van op z'n heupen: 'Waarom kunnen die gasten nu niet gewoon een briefje achterlaten: "Dààr ligt de schat, veel plezier ermee?"' Een goeie vraag - in sé is er niets mis met een film rond een speurtocht, maar je moet wel het gevoel krijgen dat er op z'n minst wat vooruitgang wordt geboekt. In 'National Treasure' blijven de personages in wezen de hele tijd ter plaatse trappelen. Hadden Bruckheimer en regisseur Jon Turtletaub gewild, ze hadden hier een film van zes uur van kunnen maken - daarvoor hadden ze alleen extra tussenstops, extra hints moeten voorzien.

Dat het verhaal vol zit met kleine en grote ongeloofwaardigheden, spreekt voor zich. Zo vinden onze olijke vrienden aan het begin van de film een schip dat al 200 jaar lang is vastgevroren in een onmetelijke sneeuwvlakte, maar Cage graaft ongeveer één meter losse sneeuw weg en het ding komt bloot te liggen. Soms gaat alles nu eenmaal makkelijker dan je denkt. Ook het stelen van de Onafhankelijkheidsverklaring en het binnendringen in verscheidene historische gebouwen gaat de helden van ons verhaal verbazingwekkend goed af - de beveiliging in die plekken laat echt te wensen over. Maar dat soort van onnozelheden dien je erbij te nemen, veronderstel ik. Veel erger is de manier waarop Turtletaub met de regelmaat van een klok probeert om een lesje Amerikaanse geschiedenis in z'n film te verwerken: de hoofdpersonages doen zowat alle historische trekpleisters van Washington aan, en bij elke halte krijgen we wel de één of andere wetenswaardigheid te horen. Typische dialoog: 'Hoe wist je wat deze cryptische boodschap te betekenen had, o wijze Ben Gates?' - 'Wel, in 1789 heeft Ben Franklin...' En zo zijn we weer vertrokken voor een lezing van vijf minuten uit hoofdstuk elf van de verplichte cursus American history van het middelbaar onderwijs.

Bruckheimer en Turtletaub hebben goed gekeken naar Spielbergs werk in 'Indiana Jones', vooral het laatste hoofdstuk uit die serie, 'The Last Crusade' - we krijgen Cage's vader in een (min of meer) komische bijrol, het opvolgen van mysterieuze boodschappen (hoewel die in 'The Last Crusade' wél ergens toe leidden), geheime genootschappen die de schat dienden te beschermen en zelfs een gelijkaardige finale, waarin Diane Kruger boven een afgrond hangt te bengelen aan de klammige pollen van Nicolas Cage. Waar het 'National Treasure' echter duidelijk aan ontbreekt om zelfs maar aanspraak te maken op de titel van volwaardige rip-off, is een geloofwaardige schurk. Sean Bean straalt ongeveer evenveel dreiging uit als een verloren gelopen padvinder en verdwijnt om de één of andere reden uit de finale van de film - er komt dus géén climactische stand off tussen de goeien en de slechten. Een welgemeend what the fuck is hier dan ook op z'n plaats.

De acteurs doen wat ze kunnen met het materiaal, maar met de uitzondering van Diane Kruger (die zich hier, net als in 'Troy', zeer mooi laat belichten maar voor het overige pijnlijk weinig acteertalent toont), zijn ze simpelweg te goed voor deze film. Acteerkanonnen als Harvey Keitel en Jon Voight slaapwandelen hier doorheen, onderweg naar de bank. Cage zelf probeert af en toe wat flair in de film te werpen, maar het blijft een onbestaande rol, een vehikel om de actie op gang te trekken.

'National Treasure' een slechte film noemen, zou misleidend zijn - hier zit niets in dat u niet had kunnen zien aankomen, en het doelpubliek zal het wel weer fantastisch vinden. Bovenal is het een verwaarloosbare prent. Er is geen enkele reden om hiernaar te gaan kijken, u ként het immers al. Alle aanwijzingen, alle clues leiden in dezelfde richting: een andere cinemazaal.
E-mailadres Afdrukken
 
National Treasure
USA / 2004
Regie: Jon Turtletaub
Scenario: Jim Kouf; Cormac Wibberley; Marianne Wibberley
Met: Nicolas Cage; Diane Kruger; Sean Bean; Justin Bartha; Jon Voight; Harvey Keitel
Duur: 130 min.



Advertentie
Banner
Advertentie

TEST