Banner

Kassablanka

6.0
Dennis Van Dessel - 16 oktober 2004




In 1995 maakte Eddy Terstall 'Walhalla', een anti-racismefilm die bulkte van de nobele intenties, maar te naïef en ongeloofwaardig was om echt iets zinnigs over het onderwerp te kunnen meedelen. Het enige memorabele aan die prent was de muziek van Raymond van het Groenewoud. Ondertussen is het thema er echter nog niet minder actueel op geworden - toen de in Antwerpen gebaseerde filmmakers Guy Lee Thys (eerder al de scenarist voor Erik Van Looy's 'Shades') en Ivan Boeckmans in 2002 op de proppen kwamen met 'Kassablanka', een "modern Romeo en Julia-verhaal over interraciale liefde in een migrantenwijk", was mijn aanvankelijke reactie er één van: "Dat heeft ook lang genoeg geduurd." De Walen hebben de gebroeders Dardenne om hun sociale problemen in kaart te brengen - waar bleven de Vlaamse tegenhangers daarvan? Thys en Boeckmans hebben niet de waardering gekregen van de Dardennes (hun camera bibberde niet genoeg, blijkbaar), maar ze ondernemen een ernstige poging om een eerlijke film te maken over het steeds groeiende racisme in Vlaanderen in het algemeen en Antwerpen in het bijzonder. Dat moet ergens voor tellen. In de bioscopen werden sommige voorstellingen door migrantenjongeren op hun kop gezet - bezoekers kregen bekers popcorn en cola naar hun hoofd geslingerd en werden uitgescholden. Tijdens bepaalde scènes werd er luidop gejoeld en getierd naar het scherm en de rest van het publiek. Dan mag je van 'Kassablanka' zeggen wat je wil, maar hij heeft duidelijk een zenuw geraakt.

De film speelt zich af in een nogal troosteloze, fictieve wijk in Antwerpen, die Kassablanka wordt genoemd, tijdens de week voor Zwarte Zondag, op 8 oktober 2000. 33 procent van alle Antwerpenaren stemden die dag op het Vlaams Blok, een ongeziene overwinning voor extreem-rechts in ons land. In Kassablanka, een regio opgetrokken uit lelijke woonkazernes die verdacht doen denken aan de Luchtbal of bepaalde delen van Linkeroever, vinden we een onzalige mix terug van Islamitische immigranten en blanke arbeiders die er over het algemeen weinig genuanceerde standpunten op nahouden over de "makakken", "tjoek-tjoeken" of "bruinbekken" van enkele deuren verder.

Berwout is de zoon van een overtuigde Vlaams-nationalist die z'n eigen teleurstellingen in het leven continu afreageert op de Marokkaanse bevolking - het soort man die ertoe in staat is om in z'n trappengang luidkeels "Wir fahren gegen England" te staan kwelen. Berwout zelf lult maar mee met de rest van z'n familie - hij draagt badges met "white power" erop, noemt z'n hond Wodan, dat soort dingen. Maar wanneer hij Leilah ontmoet, de dochter van een conservatieve moslim, mét hoofddoekje en al, kan hij z'n vooroordelen toch niet in stand houden.

Rond die centrale romance tussen een Belg en een Marokkaanse (nuja, ook zij heeft de Belgische nationaliteit, maar u begrijpt wat ik bedoel), wordt een schets gegeven van het soort mentaliteit dat ertoe leidt dat het Blok met elke volgende verkiezing meer stemmen vergaart. Een neef van Berwout is hardcore skinhead, die ervoor leeft om Moslims, homo's en al wie niet thuishoort in zijn bekrompen visie van de wereld, in elkaar te rammen. Zijn zus doet weinig minder dan zich prostitueren om aan drugs te raken. Maar aan de andere kant van het spectrum zien we de al even verlammende dogma's van een doorgedreven moslimfundamentalisme - Leilah's vader heeft bezwaren tegen zowat àlles dat het leven enigszins leuk dreigt te maken, inclusief muziek, televisie en film. Wie goed luistert naar de conversaties die hij voert met z'n broer (Leilah's oom, dus), hoort tussen de regels door ongelooflijk haatdragende praat tegen de joden. Leilah's broer is een typische angry young man, die gelooft dat iedereen hem viseert en dan ook wild om zich heentrapt.

Dat is één van de meest interessante aspecten van 'Kassablanka': iedereen is even schuldig. Beide kanten zijn stekeblind voor elkaars behoeften en gevoelens. Continu worden er parallellen getrokken tussen de levenswijzen van de Belgen en de Marokkanen, zodat we ons moeten afvragen: wat is nu het wezenlijke verschil? De film opent op een zondag - de familie van Berwout kruipt collectief voor de tv, de vader van Leilah wil zelfs geen radio horen omdat hij moet bidden. Het leven lijkt in beide gevallen fundamenteel aan hen voorbij te gaan. Berwouts vader vloekt op de manier waarop moslims hun vrouwen verplichten een hoofddoek te dragen, maar veroordeelt zijn eigen echtgenote ondertussen tot een leven achter de strijkplank en de kookpotten - op een bepaald moment zegt hij simpelweg: 'Kom Marina, laat de afwas maar staan tot morgen, we gaan slapen.' En zo gebeurt het ook - vanuit welk verheven standpunt moet hij dan lesjes gaan geven over de waardigheid van de vrouw in de samenleving? Berouwts neef en een paar van zijn neo-nazi vriendjes slaan een dronkelap in elkaar, gewoon voor de fun. Daarna komt Leilah's broer hem tegen - hij biedt de man aan om een ambulance te bellen, maar wanneer de gelegenheid zich voordoet, steelt hij snel 500 frank uit z'n portefeuille. De waarheid ligt complexer dan zowel extreem-rechts als extreem-links het zouden willen voorstellen, en Thys en Boeckmans schijnen dat zeer goed te beseffen. De regisseurs bieden ook geen simplistische oplossingen voor het probleem: de film eindigt op Zwarte Zondag zelf, zonder dat er iets wezenlijks is veranderd. Maar als herformulering van de problematiek op zichzelf heeft 'Kassablanka' absoluut z'n waarde, omdat de film een zeer lucide, geïnformeerde blik op de problemen biedt.

Dat neemt niet weg dat een aantal scènes en dialogen nogal plat overkomen - Berwouts' zus laat zich door een dealer in haar kont neuken, om vervolgens achterover te zakken in de kussens, een paar lijntjes te snuiven en met een hevig Antwerps accent te zeggen: 'Ik weur doar keeeiiigeil van!'. Nou nou. Wat later treffen we een poetsdame aan die een schier eindeloze monoloog afsteekt over schurkachtige Moslims met lange neuzen en "puttekes in hun gezicht" - ze hebben die winkel van hierachter zeker twintig keer overvallen, jazeker. Was dat dan geen frauduleus faillissement? Mja, wie weet, dat kan dan wel zijn, maar toch, die Marokkanen... Je moet ze me niet leren kennen. Dàt soort toestanden - die figuren zullen waarschijnlijk wel bestaan, maar ze zijn een zodanig cliché geworden dat je ze nauwelijks nog in je film kunt stoppen zonder een zucht van ergernis uit te lokken.

Voor het overige moet ik, als inwoner van de schone stad Antwerpen, echter toegeven dat heel wat van de situaties in 'Kassablanka' behoorlijk dicht tegen de werkelijkheid aanschurken. Met een innemend koppel in de hoofdrollen (Roy Aernouts en Babett Manalo), een relevante, goed uitgebalanceerde thematiek en buiten de minder geslaagde scènes ook meer dan genoeg rake observaties om in ieder geval elke Antwerpenaar een kleine schok van herkenning te geven, is dit een film die het verdient om gezien te worden.
E-mailadres Afdrukken
 
Kassablanka
B / 2002
Regie: Guy Lee Thys; Ivan Boeckman
Scenario: Guy Lee Thys
Met: Roy Aernouts; Babett Manalo; Mo Barich; Rudolph Segers; Souad Hamdaoui
Duur: 93 min.


Advertentie
Banner
Advertentie

TEST