Banner

Ellektra

3.0
Dennis Van Dessel - 10 oktober 2004




Je weet dat je naar een film met artistieke pretenties aan het kijken bent wanneer de makers gekke dingen doen met de spelling en/of interpunctie van hun titel. Niet alleen werd de naam van onze favoriete Okeanide (jà, die term heb ik moeten opzoeken), voorzien van een extra "l", maar de officiële schrijfwijze is schijnbaar ook nog eens eLLEKTRA. Kortom: Rudolf Mestdagh heeft hier kunst geproduceerd. Of toch iets dat daarvoor moet doorgaan.

Aan ambitie ontbreekt het hem alvast niet: we krijgen, ietwat in de stijl van het oneindig veel betere 'Any Way The Wind Blows', een mozaïek aan verhalen en personages - zeven verloren zielen die ronddwalen in een onpersoonlijk, koud Brussel en allemaal dringend behoefte hebben aan het soort van catharsis waar ze alleen in een film aan zouden kunnen komen. We krijgen Sam (Gert Portael), een ex-journaliste die nu probeert om van de drugs af te blijven. Ze heeft echter nog schulden bij gangster Aimé (Serge Henri-Valcke met zware Brusselse tongval), en wordt bij wijze van terugbetaling, door hem ingeroepen om een blauwharig meisje op te sporen. Matthias Schoenaerts speelt een DJ die na een duikersongeval doof wordt. Axelle Red maakt haar filmdebuut als pianiste Anna, die aan elke hand vier vingers kwijt raakt na een carjacking. Een prostituée droomt ervan om het te maken als actrice, tot haar tong wordt afgesneden door haar gesjeesde pooier. Een parfumist raakt slaags met z'n ex en haar nieuwe vriend, en verliest daarbij z'n reukvermogen. Een jongetje dat ervan droomt om piloot te worden, maakt een val en raakt daarbij permanent verlamd. En een professionele cannabiskweker met hevige brandwonden is simpelweg op zoek naar iemand die hem eens een knuffel geeft, zonder terug te deinzen voor z'n littekens.

Allemaal mensen dus, met een grote ambitie, een talent dat ze kwijtraken door een wrede speling van het lot. Tot ze kort daarna een smsje krijgen van een mysterieuze dame die zich Ellektra noemt (of beter: eLLEKTRA). Misschien is er toch nog hoop voor hen.

Op zichzelf valt er met dat gegeven wel iets te doen - wat Mestdagh ons hier duidelijk probeert te maken, is dat we allemaal op onze eigen manier gehandicapt in het leven staan. We willen vanalles waarmaken, we hebben onze ambities, onze dromen - maar uiteindelijk schieten we maar al te vaak te kort. En wat we dàn nodig hebben - excuseert u mij even terwijl ik m'n zakdoek bovenhaal en een traan van ontroering wegpink - is elkaar. Andere emotioneel, fysiek of mentaal gehandicapte mensen, zodat we het samen allemaal wat beter kunnen maken. Mooi, vindt u niet? Nou nou. Zelfs Rudolf Mestdagh had z'n grote ambitie: hij wilde een mooie, diepzinnige film maken die de mensen op een persoonlijk niveau zou aanspreken en hen misschien met een beetje hoop de straat op zou sturen. Maar net zoals Schoenaerts nooit nog echt een plaat zal kunnen draaien en net zoals de prostituée nooit een echte actrice zal kunnen worden, is het hem niet gelukt om echt een goeie film te draaien. C'est la vie.

Het feit blijft immers dat je met een uitgangspunt nog geen film kunt maken - het idee is er wel, maar Mestdagh hangt vervolgens steeds groteskere situaties op aan dat basisgegeven. Aan het begin van de film loopt de prostituée een kleedkamer binnen, waar de pooier een (goddank niet expliciet in beeld gebrachte) blow job krijgt van een flink uit de kluiten gewassen neger ("Zie je niet dat ik bezig ben?"). Aimé de Brusselse gangster bewaart diverse organen en ledematen van vroegere schuldenaars in potjes op sterk water in zijn kantoor. Tijdens haar verblijf in het ziekenhuis krijgt Anna de pianiste, regelmatig hallucinaties waarin ze mannen ziet met wolvenkoppen. Nadat de tong van het hoertje wordt weggesneden, zien we de grijnzende pooier met het verwijderde stukje in z'n vingers staan. Zijn commentaar: 'Hier sé, daar sé, voilà.' Tja, wat moet een mens anders al zeggen in zo'n geval? De finale, waarin het tot een confrontatie komt tussen Sam, Aimé en het blauwharige meisje, is niet alleen visueel van a tot z bij elkaar gejat uit 'The Third Man' (zoals gezegd: aan ambitie ontbreekt het Mestdagh niet), maar lijkt inhoudelijk daarenboven zó weggelopen te zijn uit een derderangspolicier. Je kijkt naar die steeds absurder wordende situaties en je kunt niet anders dan je afvragen: 'Ménen ze dat nu? Ze kunnen toch niet serieus verwachten dat ik daarin ga geloven?'

Dat alles gaat vergezeld van pompeuze dialogen zoals: 'Waarom moet elke medaille een keerzijde hebben?' - een wereldwijsheid, uitgesproken door wietfabrikant met een levende kip in z'n pollen, quoi? En om het geheel af te maken, krijgen we ook nog eens dik anderhalf uur lang alle mogelijke visuele dikdoenerij ter wereld op ons brood - geen shot, of het is wel scheef gekadreerd, geen scène of er komen minstens twee vogel- en/of kikvorsperspectieven aan bod. Ik kan het waarderen wanneer een regisseur z'n camera eens een keer zet op een plek waar ik misschien zelf niet aan gedacht zou hebben - zo vermijd je dat je film muf gaat worden. Maar er zijn grenzen - aan het einde van de prent zien we Axelle Red een huis binnenwandelen, en dat shot is van zó laag gefilmd, dat het haast niet anders kan dan dat Mestdagh z'n camera letterlijk in de grond ingegraven had. Wilde hij misschien onder de rokken van mademoiselle Red gluren of zo?

Voeg daar nog aan toe dat lang niet alle verhalen evenveel aandacht krijgen - de plotlijnen rond het jongetje dat piloot wilde worden en de parfumist, worden nogal haastig afgehaspeld om meer tijd vrij te kunnen maken voor die rond Sam, Anna en Aimé. Twee of drie personages minder, maar dan wel méér tijd doorbrengen met degenen die er overblijven - dat had misschien nog kunnen helpen.

Zoals het is, is 'Ellektra' een hopeloze, pretentieuze bende van een film. Mààr, het moet gezegd worden, het is op z'n minst ambitieus. En ik kijk liever naar een film die de lat enorm hoog legt en vervolgens faalt, dan naar ééntje die helemaal niets probéért te doen in the first place (hallo Lieven Debrauwer?). 'Ellektra' gaat onherroepelijk verloren, nog voor hij tien minuten bezig is. Maar Mestdagh heeft tenminste een poging gewaagd.
E-mailadres Afdrukken
 
Ellektra
B / 2004
Regie: Rudolf Mestdagh
Scenario: Daniël Lamberts; Rudolf Mestdagh
Met: Gert Portael; Axelle Red; Matthias Schoenaerts; Catherine Kools; Serge Henri-Valcke; Han Kerckhoffs
Duur: 103 min.


Advertentie
Banner
Advertentie

TEST