Banner

The Fog Of War

8.0
Dennis Van Dessel - 21 september 2004




'Een oorlog kun je al evenmin winnen als een aardbeving.' Dat zei Jeannette Rankin ooit, een Amerikaanse pacifiste en politica. Dat is ook de voornaamste conclusie die een mens kan trekken, denk ik, uit Errol Morris' documentaire 'The Fog Of War', over het leven van ex-minister van defensie Robert McNamara. Als bevelhebber van de Amerikaanse troepen onder zowel president John Kennedy als Lyndon Johnson, werd hij beschouwd als de architect van de Viëtnamoorlog, een conflict dat tegenwoordig algemeen bekend staat als de meest schandalige periode uit de Amerikaanse geschiedenis van de twintigste eeuw. Wanneer men hem vraagt of hij spijt heeft over de oorlog, of hij zich moreel verantwoordelijk voelt, aarzelt hij om antwoord te geven, maar we weten goed genoeg wat hij voelt: niemand kan op zo'n hoog niveau betrokken zijn in een oorlog zonder uiteindelijk te verliezen - op moreel gebied, op emotioneel gebied. Je kunt een oorlog niet winnen, want onderweg verlies je altijd een deel van jezelf.

McNamara groeide op met oorlogen, zoals het een ware Amerikaan betaamt: in de Tweede Wereldoorlog was hij betrokken in de plannen om bombardementen op Japanse steden "efficiënter" te maken - onder de leiding van beruchte ijzervreter generaal Curtis LeMay, was hij mee verantwoordelijk voor de ontwikkeling van nieuwe bombarderingsmethodes die zo succesvol waren dat ze 67 Japanse steden ter grootte van New York en Los Angeles volledig platlegden. Mannen, vrouwen en kinderen verbranden levend. 'LeMay heeft ooit tegen me gezegd: als we de oorlog niet hadden gewonnen, zouden we berecht zijn geworden als oorlogsmisdadigers.'

Na de Tweede Wereldoorlog ging McNamara aan de slag voor Ford, dat hij vrijwel eigenhandig uit een financiëel slop haalde - tegen 1960 werd hij de eerste directeur van het autobedrijf die geen lid van de familie Ford zelf was. Toen werd Kennedy verkozen als president, en die bood hem de functie van minister van defensie aan. McNamara was betrokken bij een paar van de meest controversiële hoofdstukken in de recente Amerikaanse geschiedenis: de Cubacrisis in '62, waarbij Russische raketten gedetecteerd werden op Cuba die potentiëel 90 miljoen Amerikanen het leven konden kosten. Na 13 dagen waarin de wereld op het randje van een atoomoorlog balanceerde, wist Kennedy, met de steun van McNamara en tegen de opruiende adviezen van oorlogsenthousiasten zoals Curtis LeMay in, een gewelddadig conflict te vermijden. Maar toen kwam de Viëtnamoorlog - eerst stilletjesaan onder Kennedy en vervolgens op volle kracht onder Lyndon Johnson, raakte de VS betrokken in een oorlog waarvan ik soms de indruk kreeg dat zelfs McNamara nog steeds niet helemaal kan uitleggen hoe het in godsnaam allemaal ooit begonnen is. 'Het is zo complex,' zegt hij telkens opnieuw.

Regisseur Errol Morris maakt in ieder geval op een fascinerende manier gebruik van zelden gehoord audiomateriaal van conversaties tussen McNamara en Kennedy zowel als Johnson, om het verschil tussen de beide presidenten duidelijk te maken, wat betreft hun mentaliteit tegenover Viëtnam. Eerst horen we Kennedy, die spreekt over het voorzichtig afbouwen van de troepenmacht - McNamara is het duidelijk met hem eens, ze willen het conflict vooral niet uit de hand laten lopen. Dan, in een gesprek met Johnson, horen we plotseling heel andere taal: de nieuwe president wil weten waarom er in een speech geen sprake is van verdere inspanningen om Viëtnam veilig te maken voor de democratie. 'Als we Viëtnam niet verdedigen, vallen alle domino's in Azië om en is het communisme daar niet meer tegen te houden.' McNamara weet niet zo meteen wat hij moet antwoorden - hij had er schijnbaar geen rekening mee gehouden dat Kennedy's gematigde standpunten zo snel en zo radicaal veranderd zouden worden. Het resultaat was een oorlog die tot in de vroege jaren zeventig zou aanslepen en aan 58.000 Amerikaanse soldaten het leven zou kosten.

Voelt McNamara zich verantwoordelijk voor de oorlog? Dat is de vraag die steeds opnieuw terugkomt, en hij geeft er nooit antwoord op - hij is er in ieder geval niet mee begonnen, zoveel is wel duidelijk, maar voor iemand die naar eigen zeggen graag filosofie studeerde en daarbij bijzonder veel aandacht had voor morele bespiegelingen ("Wat betekent het om een eerzaam mens te zijn?"), heeft hij 'm verdomme wel op een behoorlijk verbeten manier verder uitgevochten. 'Ik geloof niet dat ik het ooit officieel heb goedgekeurd, maar onder mijn beleid werd wel gebruik gemaakt van Agent Orange,' zegt McNamara. Agent Orange was een chemisch product dat werd gebruikt om begroeiing te vernielen en daarmee de vijand z'n schuilplaatsen af te nemen. Achteraf bleek dit product ook schadelijk te zijn voor de Amerikaanse soldaten die ermee in aanraking kwamen - het bevatte namelijk dioxine. 'Was het immoreel om het spul te gebruiken? Wel, laten we eens kijken naar de wet. Waar staat er welke chemische producten je mag gebruiken en welke niet?' Daar zien we hoe McNamara probeert om zich eruit te lullen - hij vertrekt vanuit de vraag of iets moreel was en geeft antwoord op de vraag of het legaal was. Natuurlijk was het niet moreel, en dat weet hij zelf goed genoeg.

Errol Morris' film bestaat voornamelijk uit een reeks lange interviews met de vroegere minister van defensie, op dat moment 85 jaar oud, gemonteerd met archiefbeelden en geluidsmateriaal van toen. Wat we steeds duidelijker uit de documentaire naar voren zien komen, is een beeld van een man die oprecht geprobeerd heeft om te doen wat goed was, maar plots vast kwam te zitten in een situatie waar hij niet meer uit wegraakte. Het telefoongesprek tussen McNamara en Johnson wordt aangehaald als een sleutelmoment - op dat moment had McNamara z'n geweten moeten volgen en zeggen: 'Sorry, maar hier werk ik niet aan mee.' Maar ja, wie doet dat, in zo'n situatie? Wie zegt dat tegen z'n president? Van daaruit is alles simpelweg ontspoord. In Oliver Stone's film 'Nixon' zit een scène waarin een studente tegen de president zegt: 'U kunt de oorlog niet meer tegenhouden, zelfs al zou u dat willen. Het is een beest dat zichzelf voedt.' Om precies die reden kon McNamara 'm ook niet tegenhouden of winnen. En de bitterheid daarover valt van z'n gezicht af te lezen.

Wie begon de oorlog in Viëtnam? McNamara hoeft geen twee seconden na te denken om het antwoord te geven: 'De president.' Maar wie draagt de verantwoordelijkheid voor de wreedheden? Voor de hoeveelheid troepen die gestuurd werden, voor de chemische wapens, de bombardementen? Wanneer hem dat gevraagd wordt, blijft het stil. 'Ik probeerde m'n president te dienen zo goed als ik kon. Een president die verkozen was door het volk.' Opnieuw geeft hij geen antwoord op de vraag.

'The Fog Of War', winnaar van de oscar voor beste documentaire in 2003, levert een waanzinnig boeiende blik op de recente geschiedenis van de VS - vergelijk de uitspraken van McNamara met wat we de voorbije vier jaar op tv hebben gezien en gehoord, en de gelijkenissen zijn frappant. Toen Morris z'n oscar in ontvangst ging nemen, zei hij: "Veertig jaar geleden verdween ons land in een konijnenpijp in Viëtnam. Ik vrees dat we nu hetzelfde aan het doen zijn in Irak." L'histoire se repète. 'The Fog Of War' is daar een krachtige herinnering aan en als dusdanig, een film die absoluut niet alleen relevant is voor Amerikaanse publieken.

http://www.sonyclassics.com/fogofwar/
E-mailadres Afdrukken
 
The Fog Of War
USA / 2003
Regie: Errol Morris
Duur: 107 min.


Advertentie
Banner
Advertentie

TEST