Banner

Raging Bull

9.0
Dennis Van Dessel - 18 juli 2004

Er zit een scène in 'Raging Bull', waarin Robert De Niro als bokser Jake La Motta voor een belangrijke wedstrijd in vertrouwen met z'n broer Joey (Joe Pesci) praat: 'Ik heb veel rottige dingen gedaan in m'n leven. Misschien komen die me nu achtervolgen. Maybe I'm jinxed.' Die dialoog zou als slagzin kunnen gelden voor veel films van Martin Scorsese met De Niro in de hoofdrol, inclusief 'Taxi Driver', 'GoodFellas' en 'Cape Fear'. Niemand kan lange tijd een slecht, zondig leven leiden zonder dat het hem vroeg of laat gaat achtervolgen. In sommige van de films van het duo komt gerechtigheid in de vorm van de politie of een gewelddadige dood. En soms worden de hoofdpersonages simpelweg leeggevreten van binnenuit, bereiken ze het totale emotionele en morele bankroet. Maar hoe het ook zij, eraan ontsnappen doe je niet.

'Raging Bull' werd gebaseerd op de memoires van Jake La Motta, een bokser uit de Bronx die tijdens de jaren veertig en de vroege jaren vijftig z'n glorieperiode beleefde en tweemaal wereldkampioen bij de middelgewichten werd. De film toont ons hoe hij z'n tweede vrouw, Vickie (Cathy Moriarty) ontmoet, zijn constante strijd om gewicht te verliezen en vooral zijn mentale problemen: Jake is een ziekelijk jaloerse echtgenoot, die geen enkele andere man in de buurt van zijn vrouw kan verdragen, ook al is dat dan zijn eigen broer. Naarmate de jaren verstrijken, wordt hij steeds meer onmogelijk om mee te leven en langzaam maar zeker raakt hij iedereen kwijt: Vickie laat hem zitten, zijn broer wil niets meer met 'm te maken hebben en ook zijn bokscarrière loopt op z'n laatste benen. Uiteindelijk opent hij een nachtclub in Florida waar hij op een podium de flauwe plezante uithangt, terend op zijn reputatie van vroeger.

In essentie is 'Raging Bull' een studie van mannelijk haantjesgedrag: La Motta is zo onzeker van zichzelf en van z'n eigen seksualiteit, dat hij continu de behoefte voelt om aan iedereen te bewijzen dat hij wel degelijk een echte man is, dat hij iemand is om rekening mee te houden. Waarom vechten kinderen met elkaar? Niet per sé omdat ze elkaar pijn willen doen, maar vooral omdat ze zich willen laten gelden: "Ik ben hier de baas". Bij La Motta, de razende stier himself, is het niet anders. Hij slaat op alles en iedereen - zijn tegenstanders in de ring, zijn broer, zijn vrouw, zijn weinige vrienden - niét omdat hij hen wil kwetsen, maar omdat hij hen bij zich wilt houden: blijf bij mij en zie me graag, of anders... Door z'n onzekerheid is hij altijd bang dat anderen hem zullen verlaten, hem zullen verraden, en om dat te voorkomen wendt hij zich tot dat éne argument dat altijd doorslaggevend is: geweld.

De bokswedstrijden dienen als zijn uitlaatklep voor die emoties: hier màg hij slaan, en dat doet hij dan ook. Wanneer Vickie van een bepaalde bokser de opmerking maakt dat hij er aardig uitziet, zien we La Motta achteraf als een gek tegen hem tekeer gaan - in slow motion zien we straaltjes bloed uit z'n gezicht spuiten. We zién letterlijk de bokser z'n neus breken. In het publiek horen we een commentator zeggen: 'He ain't pretty no more.' Dat was dan ook de bedoeling, en Scorsese last een veelzeggende close-up van Vickie in. Ze heeft de boodschap maar al te goed begrepen.

Wat Scorsese hier visueel doet, vooral met de gevechten, is fenomenaal. Voor 'Raging Bull' werden bokswedstrijden vrijwel uitsluitend gefilmd van buiten de ring - Scorsese brengt niet alleen zijn camera de ring binnen, maar hij geeft elk gevecht ook nog eens de air van een ballet door zijn subtiel gebruik van slow motion en de onwaarschijnlijk knappe montage van Thelma Schoonmaker. Let op scènes waarin we de stoom van La Motta's lichaam zien opstijgen - een 'Raging Bull', inderdaad. Keer op keer zien we, vertraagd weergegeven, de bokshandschoenen contact maken met het lichaam van de tegenstander - en we zien het resultaat: bloed en zweet spettert alle kanten op. Tijdens de laatste vechtscène in de film, zien we een enorme straal op het publiek spatten. Vervolgens krijgen we een shot waarin Scorsese de camera naar boven beweegt vanaf de voeten van La Motta, tot we z'n gezicht in beeld krijgen. Zelfs zijn benen hangen vol bloed, één oog zit dicht. Het fysieke aspect van het boksen, de simpele pijn, het bloedvergieten waarmee het allemaal gepaard gaat, werd nooit eerder zo goed weergegeven, ook niet in films als 'Rocky'. In latere jaren kan ik me alleen Michael Manns 'Ali' herinneren als boksfilm die de intensiteit van de gevechten in 'Raging Bull' benadert, maar daar misten we dan weer de haast poëtische schoonheid van Michael Chapmans zwart-wit cinematografie.

De ploeg van 'Taxi Driver' was grotendeels ook die van 'Raging Bull': Scorsese als regisseur, Paul Schrader als scenarist, De Niro in de hoofdrol. Maar wie men er steeds vergeet bij te vermelden, is Chapman als chef camera, hoewel die kerel hier zeer indrukwekkend werk aflevert. Niet alleen tijdens de boksscènes, hoewel die zich natuurlijk direct aandienen als voorbeeld, maar ook daarbuiten - let op de scène waarin La Motta voor het eerst Vickie ontmoet, aan een openbaar zwembad. In haast onmerkbare slow motion zien we Vickie's benen door het water plensen. Vervolgens krijgen we een close-up van haar gezicht. Op dat moment, door dat zeer subtiele gebruik van slow motion, zien we Vickie zoals La Motta haar ziet - dat is subjectief gebruik van de camera, en daar heeft Chapman zeer veel mee te maken. Wellicht de krachtigste scène van de film bevindt zich aan het einde, wanneer La Motta in Florida is gearresteerd wegens seks met een minderjarige. Eén enkele binnenvallende streep licht is al dat we zien, met als gevolg dat La Motta's figuur enkel een silhouet is - hij ramt z'n vuisten en z'n kop tegen de muur, terwijl hij zichzelf uitkaffert: 'Stom, stom, stom...' Een krachtige scène, ten eerste omdat we zien wat er gebeurt: bij gebrek aan bokspartners begint hij simpelweg tegen een stenen muur te kloppen, hij heeft het nodig om slaag te krijgen, om gestraft te worden. En krachtig door de manier waarop het werd gefilmd - zeer minimalistisch, met één streep licht en een silhouet. Maar dat is genoeg.

De Niro kreeg een oscar voor zijn rol als La Motta, waarvoor hij 25 kilo aankwam (een record dat in 1987 gebroken werd door Vincent D'Onofrio, die er 30 bijkwam voor 'Full Metal Jacket'). Dit is de De Niro die ik me wil herinneren, niet de paljas die in 'Analyze That' 'Maria' stond te zingen: een krachtige acteur, die helemaal in z'n personage verdwijnt en niet de minste ijdelheid heeft om een lelijk personage te spelen. Naast hem staan een uitstekende Cathy Moriarty (slechts 19 op dat moment, maar wàt een beheersing in die rol) en Joe Pesci, die ditmaal zowaar de kunst van het understatement beoefent, in plaats van de overacting waar hij later bekend voor zou worden.

'Raging Bull' is filmkunst in de zuiverste zin van het woord: het ziet er prachtig uit, het gaat ergens over, de acteurs zijn uitstekend en de regisseur is Martin Scorsese. Mensen die mij persoonlijk kennen, weten dat ik dàgen kan doorgaan over dit soort films, dus laten we het hierbij houden: een tijdloos meesterwerk.

E-mailadres Afdrukken
 
Raging Bull
USA / 1980
Regie: Martin Scorsese
Scenario: Paul Schrader
Met: Robert De Niro; Joe Pesci; Cathy Moriarty; Frank Vincent
Duur: 123 min.


Advertentie
Banner
Advertentie

TEST