Banner

Dawn of the Dead

4.0
Jeroen Ruymen - 26 juni 2004




Hollywood zit blijkbaar zonder inspiratie. Na de remake van The Texas Chainsaw Massacre is het nu de beurt aan een andere horrorklassieker, het kritisch hoog aangeschreven middenstuk van George A. Romero's zombietrilogie dan nog wel. Niet bepaald een goed voorbeeld. Bij The Texas Chainsaw Massacre had debutant/videoclipfilmer Marcus Nispel de bal zo ver misgeslagen, dat ik niet bepaald enthousiast was om dit te aanschouwen. Daar komt nog bij dat 'Dawn of the Dead' een zombiefilm is. 28 Days Later was nu ook niet bepaald een toonbeeld van hoe het moet.

Het ergste wat je met een horrorfilm kan doen, is proberen hem te voorzien van een flinke scheut misplaatste ernst. In het verleden is dit al vaak verkeerd afgelopen. De eveneens debuterende Zack Snyder bezondigt zich er niet aan. Alles is zo simpel mogelijk gehouden. Aan de ene kant heb je de zombies, levende doden wiens enige doel bestaat uit het opjagen en aanvallen van de levenden, er een stukje uit knabbelen en hen daarmee hun eigen trieste lot toebedelen. Aan de andere kant heb je een groepje overlevenden die zich hebben verschanst in een kolossale shopping mall en noodzakelijkerwijze af en toe een zombie door het hoofd moeten schieten.
De plotlijn van 'Dawn of the Dead' laat zich dan ook snel vertellen: een virus verspreidt zich over de wereld en verandert de mensen die eraan worden blootgesteld in vleesetende doden. Iedereen die door deze zombies gebeten wordt, sterft aan de infectie en wordt enkele ogenblikken later herboren als een zombie. Veel stelt het allemaal niet voor, maar doet het er toe? Helemaal niet. Als je een film als deze gaat bekijken, heb je op voorhand al je hersenen in de kast gelegd.

Aan het begin van de film wordt er een beeld van het stadje getoond. Je vliegt erover heen en ziet een ongeluk gebeuren in de chaos die er heerst. Twee auto's rijden op elkaar in, één ervan wordt tegen een huis gekatapulteerd en ontploft. Niets bijzonders, ware het niet dat het zo snel gebeurt, dat het lijkt alsof het speelgoed is. En dan merk je voor het eerst dat deze film niet serieus genomen wil worden, maar er enkel op uit is om je te amuseren.
Meteen is de toon gezet: alles moet met de nodige korreltjes zout genomen worden. De personages zijn nauwelijks uitgewerkt en worden vertolkt door acteurs die we doorgaans op de B-roll aantreffen. Sarah Polley, die me nochtans kon bekoren in My Life Without Me, speelt Ana, een verpleegster. Ving Rhames duikt op als de onverstoorbare politieagent. Geen van hen zal een blijvende indruk op je nalaten, maar ze zullen zich ongetwijfeld geamuseerd hebben tijdens het maken van de film. Uiteraard mocht ook het obligate huisdier niet ontbreken. En natuurlijk moet er weer iemand zijn leven voor wagen. Voorspelbaar tot en met, maar ik zou voor één keer teleurgesteld geweest zijn als het er allemaal niet had ingezeten.

De echte sterren van de film zijn uiteraard de zombies. In het origineel waren ze niet meer dan levende doden. Ze bewogen zich nogal sloom voort. Kwamen ze op hun pad een hindernis tegen, dan bleven ze er uren tegenaan lopen. Het minste dat je kunt zeggen, is dat ze er in die 25 jaar op vooruit gegaan zijn. Ze zijn iets slimmer geworden, ontwijken de moeilijkste obstakels en bewegen zich op een ongelooflijk snelle manier voort. Het lijken wel atleten op steroïden.
Net doordat de zombies beweeglijker zijn geworden, zit er ook meer vaart in de film. De gevechten passeren in een strak tempo de revue. Bij elk gevecht sneuvelt er wel een overlevende, een beetje zoals bij de 10 kleine negertjes. Dat je nauwelijks een band hebt met de personages, maakt dat je nog meer kan genieten van het bloederige festijn. Is het politiek verantwoord om de overlevenden op de zombies te laten schieten? Waarschijnlijk niet, maar als ze uit een massa net diegene eruit kiezen die het meest op een filmster lijkt, dan is dat plezant op een sadistische manier.

Let ook op de muziekkeuze. Normaal wordt je in dit soort films murw geslagen met bombastische muziek, die elk moment van spanning ruim op tijd aankondigt. Ook hier gebeurt dit wel eens, maar nooit overdreven. Het leuke is dat er veel vaker net nièts gebeurt als de muziek aanzwelt. Hilarisch is het echter als de protagonisten het shoppingcentrum betreden. In plaats van onheilspellende muziek, schalt er een vrolijk deuntje doorheen de luidsprekers. Geef toe, het laatste waaraan je je in zo'n situatie verwacht, is 'Don't Worry, Be Happy'. Als ze wat later besluiten apart op verkenning te gaan, speelt er plots 'Don't Wanna Be By Myself' op de achtergrond. Al die kleine dingen verhogen de amusementsfactor.

Uiteindelijk mag je spreken van een geslaagde remake. Hij is grootser opgezet en sneller dan het origineel, maar behoudt de eenvoud. Geen poging om er meer van te maken dan hij is. "Het publiek vindt het origineel één van de betere zombiefilms? Wel", moeten de makers gedacht hebben, "dan geven we hen meer en betere zombies. Het verhaal beperken we tot een minimum, en we gaan onszelf vooral niet al te serieus nemen." Het resultaat van zoveel denkwerk is een geslaagde mix tussen low budget horror en op een breed publiek mikkend entertainment. Jawel, een blockbuster die je zonder veel overpeinzingen kunt ondergaan en even gemakkelijk weer van je af kunt zetten. Ik kan me ergere dingen voorstellen.
E-mailadres Afdrukken
 
Dawn of the Dead
VS / 2004
Regie: Zack Snyder
Scenario: George A. Romero; James Gunn
Met: Sarah Polley; Ving Rhames; Mekhi Phifer; Jake Weber; Ty Burrell
Duur: 100 min


Advertentie
Banner
Advertentie

TEST