Banner

Full Metal Jacket

7.0
Dennis Van Dessel - 10 april 2004



Het is lastig wanneer een regisseur waar je een haast onvoorwaardelijk respect voor koestert, een steek laat vallen. 'Full Metal Jacket', Stanley Kubricks voorlaatste film, voelt niet zozeer aan als één samenhangende prent, als wel twee kortere exemplaren, waarvan de eerste ronduit briljant is en de tweede nauwelijks adequaat.

In 1982 las Kubrick voor het eerst de roman 'The Short-Timers' van Gustav Hasford, over de training en latere dienst in Viëtnam van een groepje anonieme mariniers, waarvan de belangrijkste zich Joker laat noemen. De roman gaf een scherp beeld van de opleiding van de soldaten als een proces van ontmenselijking, een thema dat Kubrick erg aansprak en al eerder had verkend. Het eindresultaat zou ditmaal niet het onverdeelde artistieke succes hebben van zijn eerdere oorlogsfilm 'Paths Of Glory', maar het zou wél weer een typische Kubrickfilm zijn.

Een constante doorheen Kubricks werk is zijn obsessie met machinerie, en met de relatie tussen mens en machine. Zelfs in 'Lolita' en 'Dr. Strangelove': op een bepaalde manier beschouwd zijn seks en seksuele onzekerheid in die films machines die alles kapotmalen wat er zich in hun weg bevindt. Later werd die relatie letterlijk uitgewerkt in '2001': de machine moet ontmanteld worden voor hij dat met de mens doet. In 'A Clockwork Orange' worden de instincten van het hoofdpersonage onderdrukt tot ook hij enkel nog een machine is, met voorgeprogrammeerde reacties. En in 'The Shining' zien we Jack Nicholson als sociale machine, met een vooropgesteld aantal rollen om te spelen, tot hij die één voor één begint af te werpen. 'Full Metal Jacket' gaat daar ook weer over: de mariniers komen aan op Parris Island en het eerste dat we zien gebeuren, is hoe hun haar wordt afgeschoren. Hun identiteit afgenomen - ze zijn nu allemaal hetzelfde. Vervolgens begint de harteloze sergeant Hartman (Lee Ermey) hen van nul opnieuw op te bouwen - tot vechtmachines, moordmachines.

Eén van hen - briljant gespeeld door Vincent D'Onofrio - is te dik en kan de zware fysieke vereisten eigenlijk niet aan, en langzaam maar zeker verliest hij z'n verstand onder de constante vernederingen van Hartman. Op een bepaald moment zien we hem z'n wapen in elkaar steken - met een bijna erotisch genoegen laat hij alle onderdelen in elkaar glijden, terwijl hij tegen het ding praat. Elders in de film zien we de mariniers door hun slaapzaal marcheren in hun ondergoed maar met hun geweer - één hand houdt het geweer vast, het ander hun geslachtsdelen. "This is my rifle, this is my gun - this is for fighting, this is for fun." Om daar de link tussen seks en geweld te leggen, tussen mens en machine, hebt u mij niet nodig. Die hele eerste helft van de film zijn we getuige hoe mensen tot op de grond worden afgebroken en vervolgens wederopgebouwd tot wat een ander wilt dat ze zijn. Men neemt ze alles af en verplaatst dat met bloedlust. Het is geweldige cinema.

Kubrick filmt dit alles met een opvallende ingetogenheid - hij laat zich ditmaal niet verleiden tot opzichtige cameratrucs, maar concentreert zich op de acteurs, die hier voor een onwaarschijnlijk vuurwerk zorgen. Matthew Modine is de stand-in voor het publiek, een intelligente jonge man die tegen het einde van de film, ondanks alles, toch z'n menselijkheid zal verliezen. Hoe kan het ook anders, onder de omstandigheden? Hij is het meest complexe personage in de film, die zowel "Born to kill" op z'n helm schrijft als een vredesteken draagt. Het heeft iets te maken met de dualiteit van de mens, zegt hij zelf, maar hij schijnt er niet helemaal zeker van te zijn. Aan het eind echter, wanneer een sluipschutter van de Vietcong eindelijk is gevonden en neergeschoten, kijkt hij neer op de stervende, lijdende vrouw en hij kan geen spatje medelijden met haar voelen. Het heeft lang geduurd, maar ook hij is een vechtmachine geworden.

Lee Ermey was een echte drilinstructeur voor het Amerikaanse leger tijdens de Vietnamoorlog en speelt hier in essentie een overdreven versie van zichzelf. Zijn rol is klassiek geworden, met dialogen die tegenwoordig te pas en te onpas worden geciteerd door fans van de film. De kleurrijke beledigingen die hij zijn rekruten naar het hoofd gooit, zorgen voor de beste momenten.

En dat is ook wel het probleem met 'Full Metal Jacket': die eerste helft is zó sterk, zó briljant geacteerd en in beeld gebracht, dat de rest van de film nogal voorspelbaar en tam overkomt in vergelijking daarmee. Kubrick blijft zijn camera op een subtiele, vaak onverwacht mooie manier gebruiken en weet het laatste segment van de film, met de sluipschutter, behoorlijk uit te rekken voor dramatisch effect. Maar het blijft een teleurstelling na het trainingskamp.

Je zou bijna kunnen zeggen dat de gespletenheid van Modine, zowel vredesactivist als moordenaar, ook de film overheerst. Het probleem is niet dat dat tweede deel slecht zou zijn, het is dat het niet goed genoeg is. Kubrick vermijdt de gebruikelijke connotaties van de Vietnamoorlog met een junglegebied en kiest hier voor een stedelijke setting - de soldaten bewegen zich door een in puin geschoten stad, verbergen zich achter ingestorte muren en in vervallen gebouwen. Het effect daarvan is dat we het geweld ditmaal gepresenteerd krijgen tegen een achtergrond die een westers publiek beter zal begrijpen - een leger dat een haast onzichtbare vijand bevecht in een oerwoud dat de meesten onder ons nooit zullen zien, daar kunnen we nog afstand van nemen. Maar in een stad, dàt is een omgeving die we kennen, waar we voeling mee hebben. Individuele scènes werken ook uitstekend. Een tv-ploeg komt de soldaten interviewen en we krijgen veelbetekenende citaten te horen zoals: 'Ik heb altijd al interessante en stimulerende mensen van een eeuwenoude cultuur willen ontmoeten - en hen dan vermoorden.' En dan is er natuurlijk de eindscène, die herinneringen oproept aan het liedje dat de soldaten meezingen aan het einde van 'Paths Of Glory', maar ditmaal veel meer bitterheid bevat - na de slachting, na het geweld, trekken de soldaten bij het vallen van de nacht door de vernielde stad en ze zingen het themaliedje van de 'Mickey Mouse Club'. Het heeft iets te maken met de dualiteit van de mens, ongetwijfeld.

'Full Metal Jacket' is een sterke film, maar hij begint als een absoluut meesterwerk. En het is jammer om dat kwaliteitsniveau verloren te zien gaan. Hoe dan ook: die blik van Vincent D'Onofrio aan het einde van deel één is op zichzelf al voldoende reden om deze te bekijken.

E-mailadres Afdrukken
 
Full Metal Jacket
UK / 1987
Regie: Stanley Kubrick
Scenario: Stanley Kubrick; Michael Herr; Gustav Hasford
Met: Matthew Modine; Vincent D'Onofrio; Lee Ermey; Arliss Howard; Daniel Baldwin
Duur: 112 min.


Advertentie
Banner
Advertentie

TEST