Banner

Iris

2.0
Dennis Van Dessel - 23 september 2003


Iris Murdoch wordt algemeen beschouwd als één van de grootste schrijfsters van de twintigste eeuw. Haar kritieken, filosofische traktaten en vooral haar romans hadden een blijvende invloed op de tijd waarin ze schreef. Toen Murdoch in 1999 stierf, na een lang gevecht met Alzheimer, hoefde je niet erg scherpzinnig te zijn om de tragedie hierin te ontdekken: een geest die ooit één van de scherpste in de literaire wereld was, en daarna gereduceerd werd tot het twijfelachtig uitspreken van eenvoudige zinnetjes, waarvan ze de betekenis niet eens snapte.

Haar echtgenoot, John Bayley, schreef vervolgens twee romans over zijn echtgenote, met wie hij meer dan veertig jaar doorbracht. Deze film, geregisseerd door Richard Eyre, een grote naam in de Britse toneelwereld, is de verfilming van die boeken, maar wie echt iets over Murdoch te weten wil komen, kan maar beter elders zoeken.

'Iris' springt over en weer tussen twee tijdlijnen; we zien haar als een jonge vrouw, gespeeld door Kate Winslet, die een roman heeft geschreven maar deze aan niemand wil laten lezen. Wanneer ze de schuchtere, stotterende Bayley leert kennen, is deze met verstomming geslagen door de tientallen vrienden die ze heeft, door de nonchalant-flirterige manier waarop ze met hen omgaat en haar ongegeneerd uitbundige levensstijl. Bayley, die als jonge man gespeeld wordt door Hugh Bonneville, is maar al te blij dat hij, als sullige academicus, in de buurt van Iris mag komen, en zelfs wanneer hun relatie ernstiger wordt, neemt hij haar ontrouwheden erbij.

Als oudere vrouw is het Judi Dench die Murdoch neerzet. Al jaar en dag getrouwd met Bayley, is ze haar wilde haren misschien kwijt, maar nog niet haar talent voor het leven. De relatie tussen haar en haar man is ondertussen uitgediept tot één van vanzelfsprekende steun en liefde. Tot meneer Alzheimer langskomt.

Wat we in feite dus te zien krijgen, is het verhaal van een jonge, seksueel gelibereerde vrouw die haar eerste stappen in de literaire wereld zet, en vervolgens dat van een oudere vrouw die langzaam maar zeker kapot gaat aan haar ziekte. Allemaal goed en wel, maar wat we niét te zien krijgen, is de periode daartussen. Ons wordt niet verteld hoe ze tot monument van de Engelse literatuur opklom, of hoe de relatie tussen haar en Bayley zich uitdiepte om ten slotte tot rust te komen in de routine die ze als oudere mensen hebben. Wat ons niet verteld wordt is, in essentie, wie Iris Murdoch is. Een nymfomane neigingen vertonende jonge vrouw of een dementerende oude, ja… Maar niet een grote schrijfster. Niemand die het werk van Murdoch niet kent, zal achteraf ook maar één titel van haar oeuvre kunnen opsommen, of vertellen wat haar boeken zo speciaal maakte, welke persoonlijkheid en gedachten haar werk dreef.

Op die manier wordt 'Iris' niet zozeer het vieren van een bestaand talent, of zelfs maar het rouwen om een talent dat verloren ging aan een slopende ziekte, maar eerder een zoveelste ziekte-van-de-week-film, nog net boven het niveau van tv-drama verheven door de acteurs. De Iris Murdoch van deze film had eender wie kunnen zijn, eender welke oude dame die op een tragische manier aan haar einde kwam.

Neem bijvoorbeeld een scène, laat in de film, waarin Murdoch met aandachtige blik probeert om de 'Teletubbies' te volgen op tv. Dat moment is duidelijk bedoeld als dodelijk bittere ironie - de grote schrijfster die een programma voor peuters tracht te begrijpen - maar aangezien we de grote schrijfster nooit gekend hebben, valt ook de dramatische ironie weg. Eyre verfilmt in wezen twee derden van een leven, waarbij hij het meest cruciale derde, het derde dat betekenis en emotie hadden kunnen geven aan wat vooraf ging en wat volgde, gewoon weg laat vallen.

Ook visueel is de film nergens opmerkelijk. De afwisseling tussen de tijdlijnen bood voor de hand liggende gelegenheden om bepaalde dingen uit te proberen met kleuren, camerabeweging of mise-en-scène, maar Eyre schijnt tevreden te zijn de film gewoon één stijl te geven: een eenvoudige, tv-achtige, no-nonsense stijl die volkomen voorspelbaar is.

De enige verlossende eigenschap van 'Iris,' zijn de acteerprestaties, die dan ook zéér goed zijn. Kate Winslet speelt de jonge Murdoch met een soort van onbevangenheid, en onschuld, zelfs doorheen haar vele seksuele escapades, terwijl Judi Dench een technisch perfecte prestatie levert als de oudere schrijfster. Let op kleine gebaren en het acteren met de ogen dat Dench hier laat zien. Lang leve de Britten voor hun subtiliteit.

Maar wie er echt uitspringt, is Jim Broadbent als de oudere Bayley, een man die van zijn vrouw hield ondanks zijn wetenschap dat hij lange tijd niet de enige man in haar leven was én dat ze, als puntje bij paaltje kwam, telkens weer wegvluchtte in een fantasiewereld waar niemand anders was uitgenodigd. Het is indrukwekkend hoe Broadbent zijn stotter, zijn onhandige lichaamstaal en academische verwarring weet uit te drukken, zonder over the top te gaan. Wanneer de acteur zijn emotionele scènes speelt, is hij volstrekt geloofwaardig. Geen geringe prestatie, gezien het feit dat zijn rol in de film uitsluitend is om als jonge man door Iris in een ongekende wereld van vrijheden en (seksuele) assertiviteit ingewijd te worden, en als oudere man voor zijn aftakelende vrouw te zorgen. Wat Bayley echt voelt, waar hij vandaan komt, of zelfs maar wat hij doet voor de kost, zijn schijnbaar irrelevante vragen waar de film geen antwoord op heeft.

Het is eigenaardig dat mensen een film zouden willen maken over een bepaald persoon, om vervolgens zo goed als geen informatie over die persoon te geven. Wie zich een beeld wil vormen van Iris Murdoch, kan ik die éne, heel erg clichématige raad geven: lees de boeken.

http://www.miramaxhighlights.com/iris/

E-mailadres Afdrukken
 
Iris
UK-USA / 2002
Regie: Richard Eyre
Scenario: Richard Eyre; Charles Wood
Met: Judi Dench; Jim Broadbent; Kate Winslet; Hugh Bonneville; Penelope Wilton; Eleanor Bron
Duur: 87 min.


Advertentie
Banner
Advertentie

TEST