Banner

Traffic

8.0
Dennis Van Dessel - 23 september 2003

In 2001 vervoegde Steven Soderbergh het zeer selecte clubje van regisseurs die twee keer in hetzelfde jaar genomineerd waren voor de Oscar voor beste regisseur (Francis Ford Coppola deed het hem voor in 1974, toen hij zowel The Godfather Part II als The Conversation maakte). Soderbergh nam het tegen zichzelf op voor Erin Brokovich en Traffic, en won hem voor die laatste. Terecht: Traffic was met voorsprong Soderberghs meest logistiek en narratief complexe film tot dan toe, die met enorm veel zelfzekerheid en doelbewustheid in elkaar was gestoken. Zonder pretentieus of prekerig te worden, had de filmmaker een meeslepend en intelligent portret afgeleverd van de drugshandel tussen Mexico en de VS, die ook een decennium later nog steeds overeind blijft staan.

Traffic vertelt drie verhalen, die zijdelings met elkaar in verband staan. In Mexico volgen we Javier Rodriguez Rodriguez (Benicio Del Toro), een eerlijke flik die wordt gerekruteerd door de flamboyante generaal Salazar om het Juarez-drugskartel op te rollen. Het team van Salazar slaagt er inderdaad in om dat kartel een fikse dreun te geven, tot blijkt dat Salazar eigenlijk gewoon werkt voor een concurrende bende drugmarchanten. Rodriguez stapt naar de Amerikaanse DEA (Drug Enforcement Agency).

In verhaal twee volgen we Catherine Zeta-Jones als een upper class huisvrouw, wier echtgenoot plots gearresteerd wordt wegens drugshandel. Ze ontdekt dat haar man al jarenlang Mexicaanse drugs verspreidde in de VS en na de eerste shock begint ze zijn handel zowaar over te nemen. Verhaal drie neemt ons mee naar de frontlinies van de beruchte war on drugs: Michael Douglas speelt de conservatieve rechter Wakefield, die benoemd wordt tot “drugstsaar” van de Amerikaanse overheid. Maar ondertussen ontdekt hij dat zijn eigen dochter (Erika Christensen) zwaar verslaafd is.

Op die manier biedt Traffic een panoramische blik op de machinaties van de drugshandel – hij vertrekt van de kartels in Mexico, gaat dan naar de verdelers in Amerika en eindigt bij de gebruiker. Deze structuur, van verschillende verhalen die zich in elkaar vastbijten, was op dat moment nog relatief nieuw, maar zou zich niet veel later ontwikkelen tot één van de ultieme stijlfiguren van de noughties. Denk maar aan films als 21 Grams, Babel, Syriana en ga zo maar door. Tegen het einde van het decennium waren we de mozaïekfilms zelfs al grondig beu geraakt, maar het feit blijft dat maar weinig films deze techniek efficiënter en zinvoller gebruikten dan Soderbergh en scenarist Stephen Gagan voor Traffic. De filmmakers willen met hun verhaalstructuur geen zweverig punt duidelijk maken over de manier waarop mensen met elkaar verbonden zijn of acties kunnen blijven nazinderen in andere werelddelen. Nee, zij wilden gewoon aantonen hoe wijd vertakt die drugwereld wel is – van de fabrikanten tot aan de junkies – en dat is erg moeilijk in een traditioneel verhaal met één hoofdpersonage.

Visueel maakt Soderbergh een onderscheid tussen de drie verhalen door zijn kleurengebruik en – in mindere mate – door zijn filmstijl. De regisseur was ook zelf de director of photography, onder het pseudoniem Peter Andrews, en geeft de scènes in Mexico een afgebleekte, vuil-bruine look, terwijl de verhaallijn rond Michael Douglas grotendeels in blauwe tinten wordt gedrenkt. Het verhaal van Catherine Zeta-Jones is dan weer rijk gekleurd en ziet er grotendeels naturalistisch uit. Dat idee is op zich niet bijster vernieuwend, maar het valt op hoe ver Soderbergh daarin durft te gaan. Hij heeft niet in postproductie een generische blauwe schijn op de beelden gezet, nee, hij heeft de juiste lenzen gekozen en heeft bewust gefilmd met alleen maar beschikbaar licht (dus geen filmlichten) opdat alles toch maar goed blauw zou zijn. De beelden in Mexico zijn dan weer zodanig overbelicht dat ze bijna in het scherm gebrand lijken. De meeste regisseurs (en cameramannen) zouden niet zo extreem hebben durven werken.

Van de drie verhalen is dat rond Michael Douglas en zijn dochter het meest conventioneel – boeiend, daar niet van, en Soderbergh weet vals sentiment te vermijden, maar uiteindelijk wel een drugsdrama zoals we dat al eerder hebben gezien. Erika Christensen is evenwel uitstekend als junkie, wat het eens zo jammer maakt dat ze die belofte niet echt heeft kunnen waarmaken in de rest van haar carrière. Waar de film écht interessant wordt, is echter in de wisselwerking tussen de andere twee verhaallijnen – die rond Benicio Del Toro en Catherine Zeta-Jones. De morele keuze die Zeta-Jones moet maken om de handel van haar man over te nemen, wordt verrassend geloofwaardig gemaakt. En Soderbergh en Gagan zijn ook niet bang om een genuanceerd politiek discours op poten te zetten: ze tonen hoe de drugs de grens over raakt, en merken op dat er dan wel heel wat wordt tegengehouden, maar nog altijd maar een fractie van wat er wel door geraakt. Miguel Ferrer speelt een gearresteerde drugdealer die een geweldige monoloog afsteekt: “De kartels hebben een ongelimiteerd budget. Ze huren vrachtwagenchauffeurs in die niets te verliezen hebben. Sommigen worden tegengehouden, er raken er genoeg door. Dit is een oorlog die je niet kan winnen. Jullie doen me denken aan Japanse soldaten op een eiland, die denken dat WOII nog altijd bezig is.” Die ideeën, en de hele Mexicaanse verhaallijn, tonen aan dat de fundamentele problemen op politiek niveau liggen, zonder dat de filmmakers met het vingertje wijzen of simplistische conclusies trekken. Want wat is dan het alternatief? Het gewoon opgeven en de grenzen maar open smijten?

Tel daar nog eens sterke acteerprestaties bij. Benicio Del Toro won een Oscar voor zijn doorleefde, bezielde, maar (en dat is opvallend) zeker ook niet van humor gespeende vertolking als Rodriguez. Hij is het kloppend hart van de film, maar ook Michael Douglas is prima als conservatieveling wiens ideeën noodgedwongen veranderen eens zijn eigen dochter plotseling de vijand wordt in de war on drugs. Catherine Zeta-Jones (ook zo’n actrice waarvan je je afvraagt waar ze de laatste jaren mee bezig is) was nooit beter dan hier. Haar zwangerschap ten tijde van het draaien voegt een intrigerend extra element toe aan de plot – de brave moederkloek die verandert in een drugbarones – en ze maakt die transformatie volkomen geloofwaardig.

Traffic is en blijft een hoogtepunt in Soderberghs carrière: een perfect beheerste, clevere en emotioneel bevredigende film die publieksvriendelijk is zonder daarom iets aan kwaliteit te moeten inboeten. Eén van de films van de jaren 2000.

E-mailadres Afdrukken
 
Traffic
USA / 2000
Regie: Steven Soderbergh
Scenario: Stephen Gagan
Met: Michael Douglas; Benicio Del Toro; Don Cheadle; Luis Guzman; Miguel Ferrer; Catherine Zeta-Jones; Erika Christensen; Dennis Quaid; Amy Irving
Duur: 147 min.


Advertentie
Banner
Advertentie

TEST