Banner

Fight Club

8.0
Dennis Van Dessel - 21 september 2003


Eén van de paradoxen waaruit filmrecensenten zijn opgetrokken, is de deze: ze zijn continu aan het janken voor intelligente films, films die het publiek nog eens een flinke kluif geven om op te knabbelen, maar wat ze er eigenlijk mee bedoelen, is dat ze een film te zien willen krijgen die net zo slim is als zij. En absoluut niet slimmer. Want als we merken dat een regisseur of schrijver ons te slim af is geweest, dat men met onze voeten heeft zitten spelen zonder dat we dat doorhadden, dan keren we ons van de film af, we gaan hem doodmeppen over irrelevante zaken.

Dat is precies wat er gebeurde met 'Fight Club', een film die de zeitgeist als geen ander wist te treffen, en die het niet in dank werd afgenomen.

De naamloze verteller, laten we hem voor het gemak Jack noemen, lijdt aan slapeloosheid - een eeuwige onrust heeft zich van hem meester gemaakt, en wanneer zelfs de catalogussen van Ikea geen redding meer brengen, en de zelfhulpgroepen waar hij zich ging uitleven in de pijn van anderen geen aantrekkingskracht meer op hem kunnen uitoefenen, ontmoet hij Tyler Durden. Tyler maakt en verkoopt zeep, en houdt er een heel eigen filosofie op na: we gaan allemaal toch naar de kloten, dus zorg dat je als eerste aan de eindstreep bent. Verniel je lichaam, gooi alle regels overboord. Jack beschouwt hem als zijn messias. De twee mannen richten fight club op, waar gestresste zakenmannen en eeuwige losers elkaar in puin gaan slaan en voor het eerst in god weet hoe lang nog eens iets voelen.

De kritiek die er op de film kwam, was voornamelijk geïnspireerd door het bedrog dat op het publiek wordt gepleegd: gedurende de eerste helft van de film komt Tyler Durden op ons als een bevrijder over: hij haalt Jack uit zijn depressie, geeft hem opnieuw een reden om te leven, en doet dat op een manier die in de film vertaald wordt in een vaak onweerstaanbaar intelligente en redelijke stem vol cynische humor. Als publiek van de laat twintigste, vroeg eenentwintigste eeuw begrijpen we immers perfect waar het over gaat: het gevoel van overdosis dat je krijgt als je maar genoeg cola drinkt, soaps kijkt, pizza's eet en in winkelcentra rondloopt. Het gevoel dat we in een wegwerpmaatschappij leven, waar niets permanente waarde heeft, en alles maar bruikbaar is voor zolang het ons genoegen verschaft. Het is vanuit die emoties, die zowat niemand vreemd zullen zijn, dat Jack Tyler Durden aangrijpt, we willen in zijn filosofie geloven, en wanneer Jack en Tyler iets uithalen dat niet mag - een enkel beeldje pornografie tussen 'Assepoester' stoppen, bijvoorbeeld - dan juichen we hen innerlijk toe.

Dat is de eerste helft van de film: het bedrog komt er als in de tweede helft de toon van de film plots verandert, en de ware, fascistoïde aard van Tyler Durden bovenkomt - we hebben, net als Jack, in Tyler geloofd, en nu plots blijkt dat we met een terrorist te maken hebben, iemand die onvoorwaardelijke, gedachtenloze en uiteindelijk zelfs naamloze gehoorzaamheid verwacht van zijn volgelingen. De gevaarlijke aantrekkingskracht van het fascisme is niet alleen gedemonstreerd aan de personages, maar ook aan het publiek zelf. Wij gingen een uur lang mee in alles wat Tyler deed, en nu plots bleek dat allemaal louter destructief te zijn geweest, louter bedoelt om een soortement personencultus op te zetten.

Dat was wat veel mensen de film kwalijk namen: we werden in de maling genomen, de film was slimmer dan wij, en dat hebben we niet graag. Dus gaan we het de makers kwalijk nemen dat Tyler een Hitlerachtig personage is, dat het allemaal te gewelddadig is en dat het niet deugt wat er in de film gebeurt. Wel, dan heb ik nieuws voor jullie: daar gaat het dus juist om. Ik kan me voorstellen dat mensen die dat soort kritieken maken, dezelfden zijn die enkele jaren terug 'Trainspotting' afschilderden als een reclamespot voor drugs - het is nu eenmaal makkelijker om te veroordelen dan om na te denken.

'Fight Club' is regisseur David Fincher's tweede samenwerking met Brad Pitt, na 'Seven', en opnieuw weet hij een visuele wereld te creëren die sterk lijkt op de onze, maar er toch nog enkele centimeters van afstaat - in 'Seven' kregen we een wereld van regen, troosteloze, afbrokkelende gebouwen en de gedoemde zielen die erin rondwaarden. Het was een microcosmos van pijn; niet bepaald opbeurende cinema, maar wel uniek. In deze film doet Fincher iets gelijkaardigs: opnieuw krijgen we een landschap te zien dat we menen te herkennen, maar dat toch niet helemaal uit de werkelijkheid gegrepen kan zijn, en dat we ook nog nooit in een andere film gezien hebben. Ook hier zijn gebouwen smerig en de mensen gedoemd, maar 'Fight Club' toont die wereld in contrast met die andere, door Ikea geïnspireerde wereld, en stelt dan de zeer valabele vraag: is er niet meer dan dat? Eens uitgewezen is dat de filosofie van Tyler ook niet deugt, wat doen we dan? Terugkeren naar Ikea? Dat is al even erg, natuurlijk.

Brad Pitt is prima in de film, maar het is Edward Norton, als de pathetische Jack, die het meeste indruk maakt: in een levensloze monotoon leidt hij ons via de voice-over door de film, maakt cynische opmerkingen en slaagt erin om een personage neer te zetten dat volkomen geloofwaardig is.

'Fight Club' is cinema met een heel eigen stem, die satire en cynisme op een nieuw niveau heft en er heel zinnige dingen mee weet te zeggen. Oké, de tweede helft valt dan wel wat zwaar uit, maar wat geeft het? Zelden zult u zo zwaar discussiërend uit een film komen als uit deze. En dat is absoluut een positieve eigenschap.

http://www.foxmovies.com/fightclub/

E-mailadres Afdrukken
 
Fight Club
USA / 1999
Regie: David Fincher
Scenario: Jack Uhls
Met: Edward Norton; Brad Pitt; Helena Bonham-Carter; Meat Loaf; Jared Leto; Tim De Zarn
Duur: 139 min.


Advertentie
Banner
Advertentie

TEST