Banner

Alias

1.0
Dennis Van Dessel - 18 september 2003





98 min. / B

Al die jaren als samensteller en presentator van de Nacht van de Wansmaak hebben dan toch hun sporen achtergelaten bij Jan Verheyen. De brave man heeft in z'n leven zoveel Amerikaanse crap gezien dat in 2002 de aandrang werkelijk té groot werd, en hij zich gedwongen voelde om er een Vlaams equivalent van te draaien. 'Alias' is nét het soort onzin dat je wel eens tegenkomt op commerciële zenders, lang na middernacht, maar dan met dialogen die in een houterige versie van het Nederlands geschreven zijn en actiescènes die al afgelopen zijn nog voor ze goed en wel zijn begonnen, omdat het budget nu eenmaal z'n beperkingen had. Op tv zap je dan snel verder, in het geval van 'Alias' was het destijds eerder bon ton om Verheyen op z'n minst krediet te geven voor het feit dat hij afstapte van de traditionele Vlaemsche cinema door een thriller te maken. Allemaal goed en wel, maar dan mag die thriller toch op z'n minst enige kwaliteiten bevatten?

Eva (Hilde De Baerdemaeker) en Patti (Veerle Dobbelaere), zijn twee vriendinnen die een dagje gaan citytrippen in eigen land. Gewapend met een videocamera trekken ze door Gent, tot ze getuige zijn van een nogal gruwelijke zelfmoord: een naakte dame laat zich uit een raam vallen en stort te pletter. Eva heeft de fatale val op video opgenomen. Je zou denken dat een dergelijk voorval voldoende zou zijn om de beide vriendinnen te overtuigen naar huis te gaan, maar néé: luttele minuten later ontmoeten ze toevallig Dieter (Geert Hunaerts), een aantrekkelijke vreemdeling die in Eva's ogen kijkt alsof hij denkt dat hij z'n sleutels er heeft laten liggen. Eva brengt pratend en flirtend de nacht met hem door, maar Patti is achterdochtig: keer op keer bekijkt ze de videotape van de zelfmoord, tot ze serieuze vermoedens begint te krijgen dat de jongedame opzettelijk uit het raam werd gesmeten. En wat heeft Dieter daar dan mee te maken?

Niet alle wetten die van kracht zijn voor de filmbusiness zijn even ingewikkeld - soms liggen de regels van het spel ongelooflijk voor de hand, zoals deze: als je een film over een moord spannend wil maken, moet je steeds de mogelijkheid inbouwen dat een verdachte moordenaar het niét heeft gedaan. Je moet proberen om je publiek aan het twijfelen te brengen. Klinkt logisch, toch? Maar niet hier - Verheyen doet nergens de moeite om dwaalsporen in het scenario te stoppen, zodat het al vanaf de eerste minuut duidelijk is dat die Dieter er voor iets tussenzit. Er is absoluut geen sprake van enig mysterie, en wat erger is: het ware karakter van Dieter is zó voor de hand liggend dat onze heldin, Eva, op den duur een wel bijzonder stompzinnig kalf gaat lijken omdat ze dat niet door heeft. Meerkeuzevraag: je nieuwe vriendje vertelt je koudweg dat zijn moeder een psychiatrische instelling leidt en dat hij een seksuele relatie had met één van de patiënten, een suïcidale prostituée, terwijl die in die instelling verbleef. Eerder had die patiënte ook al liggen rampetampen met zijn vader. Enige tijd later valt de dame uit een raam haar dood tegemoet, terwijl je vriendje in de kamer aanwezig is. Wat doe je nu? Zeg je: a) "Oké, fijn je te leren kennen, salut en de kost," of zeg je: b) "Geen probleem, alles is vergeven en vergeten, laten we het bed induiken"? Wel?

De richting die de film uitgaat, is zo pijnlijk duidelijk dat elk potentieel voor suspense al na het eerste half uur verloren gaat. Daarna zakken we steeds verder weg in de hel van pure camp: Dieters moeder Yvonne, gespeeld door Hilde Van Mieghem, kijkt via webcam toe hoe haar zoon Het Beest Met Twee Ruggen maakt met Eva, spint al haar dialogen als een krolse kattin die goeie vooruitzichten heeft op een vluggertje met een fors geschapen kater en loopt tegen het einde doorheen haar eigen inrichting met een mes en slechte bedoelingen. Eén personage wordt doodgemept met een baseballbat, op een ander wordt ingehakt met een spade - yummie. De indruk die je krijgt, is dat Verheyen geen enkele manier wist te verzinnen om z'n film spannend te maken, en dan maar koos voor de andere oplossing: grand guignol. Bloed, geschreeuw en lachwekkende situaties en dialogen.

Die dialogen zijn trouwens pareltjes van (ik denk onbedoelde) humor. Dieter tegen zijn moeder: 'Zal ik dan maar eens psychopaatje gaan spelen?' Yvonne: 'Ja, jongen, doe dat.' Yvonne die suggestief naar het kruis van Michael Pas (in een onbetekenend bijrolletje) kijkt en zegt: 'Is je wapen wel geladen?' Waarna ze een pistool tevoorschijn haalt en zegt: 'Het mijne wel.' Pang. En mijn persoonlijke favoriet: Dieter die tegen Eva zegt: 'Jij bent de enige vrouw met ik twee keer geneukt heb. Enfin, behalve moeder dan. Dat schept toch een band?' Right on!

Hilde De Baerdemaeker (in haar filmdebuut) en Geert Hunaerts houden zich verrassend goed staande, gezien het scenario waarin ze verzeild zijn geraakt. Er zit één scène in de film, waarin wordt opgebouwd naar een seksscène die er op het laatste moment niet van komt - ze verleiden elkaar en laten zich door elkaar verleiden. Op dat moment voel je werkelijk een spanning tussen de twee acteurs, hoewel de dialogen hen ook daar weer in de steek laten. Zij: 'Ik heb het warm.' Hij: 'We kunnen misschien gaan zwemmen.' Zij weer: 'Ik heb m'n zwempak niet bij.' Zou iemand zo spreken, buiten dan in het soort soft-erotische films dat zelfs VT4 niet meer durft uit te zenden? Nuja, doet er niet toe, het punt is dat de twee acteurs op dat moment echt een gevoel van ingehouden passie weten over te brengen, en dat is een prestatie wanneer je in zo'n slechte film zit.

Hilde Van Mieghem op haar beurt speelt hier een rol die het verdient om nog jarenlang bestudeerd te worden door studenten aan de Studio Herman Teirlinck: haar nauwkeurige standaardtaal (inclusief het geforceerd gebruik van "jij" en "je" waar ook de voltallige cast van 'Familie' door geteisterd wordt) en haar bizar onderkoeld gedrag in extreme omstandigheden, alsof ze onder de Prozac zit, zorgen ervoor dat haar vertolking tegelijk het beste en het slechtste element van de film wordt. Het slechtste omdat ze staat te schmieren dat het geen naam heeft - waar De Baerdemaeker en Hunaerts moedig op zoek gingen naar de realiteit van hun personages, hoe moeilijk die dan ook te vinden was, wentelt Van Mieghem zich in de kitsch. En het beste omdat je naar het einde toe ook de indruk krijgt dat zij wellicht de enige is die begrijpt in wat voor film ze zit en het materiaal dan ook behandelt met de minachting die het verdient.

Wat heeft Jan Verheyen hier nu precies willen produceren? Een thriller? Jammer dan dat hij geen seconde geloofwaardig of spannend is. Een slasherfilm? Daarvoor duurt de set-up veel te lang en is het einde dan weer niet bloederig genoeg. Een campy horrorfilm? Mja, misschien, maar ook op die manier bekeken blijft het allemaal maar weinig boeiend. De dames gaan naar huis met een money shot van Hunaerts bungelende jongeheer, de overigen met een lachkramp.
E-mailadres Afdrukken
 
Alias
Regie: Jan Verheyen
Scenario: Christophe Dierickx; Paul Koeck; Jan Verheyen
Met: Geert Hunaerts; Hilde De Baerdemaeker; Veerle Dobbelaere; Hilde Van Mieghem; Werner De Smet; Pol Goossen; Michael Pas; Tom De Hoog


Advertentie
Banner
Advertentie

TEST