Banner

Creed

7.0
Dennis Van Dessel - 30 januari 2016

Het is moeilijk om het je vandaag nog voor te stellen, maar er was een tijd toen Sylvester Stallone – zonder enige vorm van ironie – werd beschreven als een potentiële “nieuwe Marlon Brando”. In films als F.I.S.T en vooral de eerste Rocky profileerde hij zich dan ook als een erg naturalistische acteur, die (net als Brando) ongegeneerd mompelde en een overtuigende working class-mentaliteit uitstraalde. Maar toen kwamen er de Rocky-sequels, die steeds ridiculer werden, en met het begin van de jaren tachtig begon hij zijn Rambo-imago te ontwikkelen. De Brando van zijn generatie werd een hersenloze spierbundel, die in foute actiefilms à la Cobra ronkende volzinnen mocht kermen à la: “Sterf.”

Zou Stallone daar ooit spijt van hebben gehad, ondanks de fortuinen die het hem opleverde? We vermoeden ergens van wel, omdat hij toch af en toe pogingen bleef ondernemen om terug te keren naar meer dramatische kost (zie bijvoorbeeld Cop Land). In tegenstelling tot figuren als Schwarzenegger, die zich met veel plezier wentelen in hun eigen campy status van actieheld, kàn Stallone wel degelijk een stukje acteren en voelt hij af en toe de behoefte om dat te tonen. Zijn alter ego Rocky Balboa blijft daarvoor een dankbaar personage. Hoe cartoony die ook werd in de jaren tachtig – Rocky IV was een dieptepunt – het bleef blijkbaar mogelijk om hem terug te trekken naar de werkelijkheid. Dat deed hij tien jaar geleden al behoorlijk in het door hemzelf geregisseerde Rocky Balboa. In Creed geeft hij de fakkel symbolisch door aan de jongere generatie, maar het is toch maar mooi Stallone die, op het moment van schrijven, genomineerd is voor een Oscar.

Het is opvallend hoe Rocky is meegeëvolueerd met de jaren en de veranderende politieke tijden. In de eerste twee films was hij een underdog die zichzelf een weg naar de overwinning knokte, waarmee hij een bijna naïef-positieve mentaliteit vertolkte die blijkbaar verfrissend werkte in het cynische post-Nixon tijdperk. Terwijl half Hollywood zonder omkijken in de duistere, moreel gecompromitteerde drama’s dook, brachten Stallone en co met de eerste Rocky een verhaal over triomfantelijk Amerikaans doorzettingsvermogen. Daarna kwam het conservatieve Reagan-tijdperk en werd Rocky een all-American hero die het op een bepaald moment zelfs letterlijk tegen een Russische kampioen opnam om op die manier eigenhandig de symbolische winst van de Koude Oorlog uit te roepen. En nu, met Creed, bevinden we ons resoluut in Obama-gebied. Regisseur Ryan Coogler (die twee jaar geleden het knappe Fruitvale Station afleverde), neemt opnieuw een overtuigende bocht in de richting van het sociaal realisme – het overdreven machismo en de haast fetisjistische fascinatie met afgetrainde lichamen die de vorige films soms overwelmden, is hier in geen velden of wegen te bekennen.

Michael B. Jordan (die ook in Fruitvale Station al de hoofdrol voor zijn rekening nam), speelt Adonis Creed, de buitenechtelijke zoon van Apollo, Rocky’s tegenstander uit de eerste film (die later een van zijn beste vrienden werd). Adonis wil met behulp van Rocky zijn eigen bokscarrière op gang brengen, maar die heeft daar aanvankelijk niet veel zin – hij voelt zich oud, rouwt om de dood van zijn vrouw Adrian (allemaal samen: Adriaaaaan!) en wil het verleden achter zich laten. Twee keer raden of Rocky uiteindelijk toch in Adonis’ hoek gaat staan en of het uiteindelijk toch zal eindigen met een spectaculair climactisch gevecht.

Die plot is meer een reboot van de originele Rocky dan een sequel, met deze keer Jordan als de underdog die een doorbraak in het bokswereldje wil forceren, en Stallone in de rol van Mickey (toen gespeeld door Burgess Meredith): de ouder wordende trainer die zijn eigen gloriedagen voelt terugkomen. Heel veel originaliteit valt er in Creed dan ook niet echt terug te vinden: het is een vakkundig gemaakt melodrama, dat zijn gebrek aan narratieve verrassingen goedmaakt met een opvallende dosis authenticiteit. De personages doen misschien niets dat je geen half uur op voorhand had zien aankomen, maar ze doen het wel op een manier die volstrekt natuurlijk overkomt.

Veel daarvan heeft te maken met de acteerprestaties: Jordan levert een vertolking van ingehouden frustratie, die er in de boksring dan mag uitkomen. Zijn lichaamstaal is hier erg belangrijk – hij acteert méér met zijn ogen en zijn houding dan met zijn dialogen, en daarmee slaagt hij er wonderwel in om van Adonis een personage te maken dat zo van de straat komt gelopen. Tessa Thompson, die de laatste jaren aan de weg timmerde in films als Dear White People en Selma, krijgt hier in principe maar weinig meer te spelen dan het typische “vriendinnetje van”, en het is dus aan haar om met haar beperkt aantal scènes toch iets krachtigs te doen. Wat grotendeels ook lukt – ze heeft een goede chemistry met Jordan en ze wordt nergens gepositioneerd als de zwakkere persoon in de relatie. En dan is er natuurlijk nog Stallone zelf, van wie het vooral mooi is hoe kwetsbaar hij durft te zijn. Creed presenteert een ouder wordende Rocky, die zijn eigen sterfelijkheid onder ogen ziet en stilaan de balans van zijn leven opmaakt. Stallone speelt dat zonder ijdelheid en zonder poespas, en dat werkt.

Bovendien levert Ryan Coogler een paar fenomenale lange shots af: een boksmatch van twee rondes, ongeveer halverwege de film, speelt zich af in één enkele take. En hetzelfde geldt voor de prelude van de climactische match aan het einde: Stallone geeft Jordan een peptalk, Jordan warmt zich op en daarna lopen ze van de kledingruimtes helemaal tot in de ring, en dat allemaal in één vloeiende camerabeweging. Puur op logistiek vlak moet dat enorm moeilijk zijn geweest om te realiseren, maar het punt is dat je dat niet per sé ervaart als een nodeloos showy shot – de beweging en de actie zijn goed genoeg op elkaar afgestemd om het allemaal organisch te laten aanvoelen, zodat je ergens in de tweede minuut plots tot de conclusie komt: “Tiens, is dat nu nog altijd datzelfde shot?”

Creed is uiteindelijk te conventioneel om echt lange tijd bij te blijven en met zijn 133 minuten duurt hij ook gemakkelijk 20 minuten te lang. Dat is waar. Maar als revival van de franchise kan hij tellen. Ondanks zijn gebreken is dit een film met een hart, een ziel, authenticiteit en behoorlijk wat nostalgische charme. Een enorme meevaller, kortom.

E-mailadres Afdrukken
 
Creed
VS / 2015
Regie: Ryan Coogler
Scenario: Ryan Coogler; Aaron Covington
Met: Michael B. Jordan; Sylvester Stallone; Tessa Thompson; Tony Bellew; Phylicia Rashad
Duur: 133 min.


Advertentie
Banner
Advertentie

TEST